← België

ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181113.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 38, § 6 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Koninklijk Besluit - 01-12-1975 - Art.

52.2, eerste lid, 2°, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Rechter in hoger beroep - Heromschrijving van de feiten - Voorwaarden - Heromschrijving die tot strafverzwaring kan leiden - Toepassing Wettelijke bepalingen:

Art. 38, § 6 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Koninklijk Besluit - 01-12-1975 - Art.

52.2, eerste lid, 2°, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 52 Vrije woorden: Feit omschreven als overtreding op artikel 52 Wegverkeersreglement - Rechter in hoger beroep - Heromschrijving van het feit in een overtreding bedoeld door artikel 38, § 6, Wegverkeerswet - Veroordeling tot dezelfde straf als opgelegd door het beroepen vonnis - Uitwerking Wettelijke bepalingen:

Art. 38, § 6 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Koninklijk Besluit - 01-12-1975 - Art.

52.2, eerste lid, 2°, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Vrije woorden: Feit omschreven als overtreding op artikel 52 Wegverkeersreglement - Rechter in hoger beroep - Heromschrijving van het feit in een overtreding bedoeld door artikel 38, § 6, Wegverkeerswet - Veroordeling tot dezelfde straf als opgelegd door het beroepen vonnis - Uitwerking Wettelijke bepalingen:

Art. 38, § 6 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Koninklijk Besluit - 01-12-1975 - Art.

52.2, eerste lid, 2°, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Tekst van de beslissing Nr. P.18.0676.N S N D, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Luc Arnou, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 25 mei

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 187, 188, 202 en 203 Wet-boek van Strafvordering: op het enkel hoger beroep van de eiser als beklaagde heromschrijft het bestreden vonnis het feit der telastlegging A van het niet ter plaatse te zijn gebleven (inbreuk op artikel 52.2, eerste lid, 2°, eerste lid, Wegver-keersreglement en artikel 29, § 2, eerste lid, Wegverkeerswet) naar de oorspronke-lijke telastlegging vluchtmisdrijf (inbreuk op artikel 33, § 1, 1°, Wegverkeerswet) en verzwaart aldus de toestand van de eiser; hoewel de appelrechter in beginsel ook op het enkel hoger beroep van een beklaagde het bij hem aanhangig gemaakte feit juist moet omschrijven, mag hij in dat geval bij een heromschrijving of het te-rugvallen op de oorspronkelijke kwalificatie de toestand van de beklaagde niet verzwaren; de heromschrijving van het feit naar een inbreuk op artikel 33, § 1, 1°, Wegverkeerswet en de veroordeling op grond van die heromschrijving leidt tot een toestand van strafverzwaring als bedoeld door artikel 38, § 6, Wegverkeers-wet, wat niet het geval is bij een veroordeling op grond van de met het beroepen vonnis aangenomen omschrijving voor een inbreuk op artikel 52.2, eerste lid, 2°, Wegverkeersreglement en artikel 29, § 2, eerste lid, Wegverkeerswet, zodat de toestand van de beklaagde werd verzwaard.
  3. Op het enkel hoger beroep van een beklaagde mag de appelrechter de toe-stand van de appellant niet verzwaren in vergelijking met zijn toestand als gevolg van het beroepen vonnis.
  4. Artikel 38, § 6, Wegverkeerswet, zoals hier toepasselijk, voorziet in een verplichte strafverzwaring wat betreft het verval van het recht tot besturen van een motorvoertuig waarbij het herstel van dat recht tot sturen afhankelijk is van het slagen voor de vier examens en onderzoeken indien de schuldige, in een periode van drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan wegens één of meer overtredingen bedoeld in de artikelen 29, § 1, eerste lid, 29, § 3, derde lid, 30, § 1, § 2 en § 3, 33, § 1 en § 2, 34, § 2, 35, 37, 37bis, § 1, 48 en 62bis Wegverkeerswet, zoals hier toepasselijk of artikel 22 WAM, opnieuw wordt veroordeeld voor één of meerdere van deze overtredingen.
  5. De appelrechter die ertoe gehouden is aan het bij hem regelmatig aanhangig gemaakte feit en voor zover hij bevoegd is de juiste kwalificatie te geven, ver-zwaart de toestand van een beklaagde niet indien hij anders dan het beroepen von-nis het feit heromschrijft naar één van de overtredingen bedoeld door artikel 38, § 6, Wegverkeerswet en voor dat feit eenzelfde straf oplegt als het beroepen von-nis. De veroordeling wegens één van de overtredingen bedoeld door artikel 38, § 6, Wegverkeerswet leidt niet noodzakelijk tot de toepassing van de door die bepaling uitgewerkte strafverzwaringsregeling. Die is immers afhankelijk van de rechterlijke vaststelling dat de beklaagde zich binnen de bepaalde termijn opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een van de bedoelde overtredingen. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 13 november 2018 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. K. Vanden Bossche I. Couwenberg A. Lievens P. Hoet A. Bloch F. Van Volsem PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181113.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151117.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.