← België

ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181113.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181113.7 Rolnummer: P.18.0787.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Internationaal publiekrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2018-12-05 Raadplegingen: 764 - laatst gezien 2026-06-29 16:25 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Voor de schuldigverklaring aan het door artikel 505, eerste lid, 2°, Strafwetboek bedoelde misdrijf is vereist dat de illegale herkomst of oorsprong van de in artikel 42, 3°, Strafwetboek bedoelde zaken vaststaat zonder dat is vereist dat de strafrechter het precieze misdrijf kent dat de vermogensvoordelen heeft opgeleverd; het volstaat dat de rechter op grond van de feitelijke gegevens van de zaak elke legale herkomst of oorsprong kan uitsluiten

(1).
(1)Cass. 17 september 2013, AR P.12.1162.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130917.2, AC 2013, nr. 453. Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Vrije woorden: Schuldigverklaring aan een witwasmisdrijf - Bewijs - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 3° en 505, eerste lid, 2° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Vrije woorden: Schuldigverklaring aan een witwasmisdrijf - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 3° en 505, eerste lid, 2° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 3 - 4 De rechter beoordeelt onaantastbaar op grond van alle hem overgelegde gegevens of de illegale herkomst of oorsprong van de in artikel 42, 3°, Strafwetboek bedoelde zaken vaststaat; de bestemming van de bedoelde zaken is een criterium dat bij die beoordeling in acht kan worden genomen zodat de rechter die bij de beoordeling van de illegale herkomst of oorsprong van zaken zonder meer de bestemming van die zaken uitsluit, artikel 505, eerste lid, 2° van het Strafwetboek schendt
(1).
(1)Cass. 27 september 2006, AR P.06.0739.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060927.11, AC 2006, nr. 441 met concl. van advocaat-generaal VANDERMEERSCH in Pas. 2006, nr. 441. Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Bijzondere verbeurdverklaring - Illegale herkomst van vermogensvoordelen - Beoordelingscriterium Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 42, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Illegale herkomst van vermogensvoordelen - Beoordeling door de rechter - Aard - Criterium - Gevolg Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 42, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 5 - 7 Uit artikel 6 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, volgt dat de rechter ook bij afwezigheid van een conclusie, de voornaamste redenen moet vermelden die hem hebben overtuigd om wat betreft de strafvordering te beslissen tot een vrijspraak dan wel een veroordeling; de motivering, die beknopt mag zijn, moet de in de zaak betrokken partijen en de samenleving, in staat stellen de redenen te kennen die de rechter tot zijn beslissing heeft gebracht
(1).
(1)Cass. 8 juni 2011, AR P.11.0570.F ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110608.4, AC 2011, nr. 391 met concl. van advocaat-generaal VANDERMEERSCH in Pas. 2011, nr.
  1. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Beslissing over de strafvordering - Motiveringsplicht - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 59 Link Justel databank 19501104-59 Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Strafzaken - Beslissing over de strafvordering - Motiveringsplicht - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 59 Link Justel databank 19501104-59 Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 149 Vrije woorden: Strafzaken - Beslissing over de strafvordering - Motiveringsplicht - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 59 Link Justel databank 19501104-59 Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Tekst van de beslissing Nr. P.18.0787.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, eiser, tegen
  2. A K, beklaagde,
  3. F K, beklaagde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 12 juni
  4. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Tweede onderdeel
  5. Het onderdeel voert schending aan van artikel 505, eerste lid, 2°, Strafwet-boek: met het oordeel dat de politionele vaststellingen en de gegevens opgenomen in de verklaring van de verweerder 1 niet dienend zijn om de herkomst van de geldsom te bepalen omdat deze gegevens mogelijk de aan de geldsom van die en-veloppe te geven bestemming betreffen, oordeelt het arrest minstens impliciet dat het witwasmisdrijf vereist dat de precieze herkomst van de gelden moet worden bepaald en dat de aan de vermogensvoordelen te geven bestemming geen enkele relevantie heeft bij de beoordeling van het bewezen zijn van het eerste witwas-misdrijf; uit de tekst van artikel 505, eerste lid, 2°, Strafwetboek volgt niet dat de bestemming die aan de beweerde vermogensvoordelen wordt gegeven niet rele-vant is voor de vraag of het illegale vermogensvoordelen zijn en evenmin dat de rechter de concrete en exacte herkomst of oorsprong moet kunnen vaststellen.
  6. Voor de schuldigverklaring aan het door artikel 505, eerste lid, 2°, Strafwet-boek bedoelde misdrijf is vereist dat de illegale herkomst of oorsprong van de in artikel 42, 3°, Strafwetboek bedoelde zaken vaststaat. Niet is vereist dat de straf-rechter het precieze misdrijf kent dat de vermogensvoordelen heeft opgeleverd. Het volstaat dat de rechter op grond van de feitelijke gegevens van de zaak elke legale herkomst of oorsprong kan uitsluiten. De rechter beoordeelt dit onaantastbaar op grond van alle hem overgelegde gege-vens. De bestemming van de bedoelde zaken is een criterium dat bij die beoorde-ling in acht kan worden genomen. De rechter die bij de beoordeling van de illegale herkomst of oorsprong van de zaken zonder meer de bestemming van de zaken uitsluit, schendt artikel 505, eer-ste lid, 2°, Strafwetboek. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Tweede middel
  7. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest moti-veert de vrijspraak voor de telastlegging C niet afdoende; de appelrechters beper-ken zich tot een opsomming van de vereiste bestanddelen om dan louter vast te stellen dat die niet verenigd zijn; uit de uiterst beknopte en vage overwegingen blijkt niet op welke feitelijke en juridische elementen de appelrechters zich hebben gebaseerd om tot een vrijspraak te besluiten; bovendien motiveren ze niet in-dividueel per verweerder.
  8. Uit artikel 6 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, volgt dat de rechter ook bij afwezigheid van een conclusie, de voornaamste redenen moet vermelden die hem hebben overtuigd om wat betreft de strafvordering te beslissen tot een vrijspraak dan wel een veroordeling. De motivering, die beknopt mag zijn, moet de in de zaak betrokken partijen en de samenleving, in staat stellen de redenen te kennen die de rechter tot zijn beslissing heeft gebracht.
  9. De appelrechters gronden de vrijspraak van de verweerders voor de feiten der telastlegging C op de enkele grond dat een inbreuk op de artikelen 322, 323 en 324 Strafwetboek de vrijwillige en bewuste tussenkomst vereist van verscheidene personen onder de vorm van een groep die wordt georganiseerd om misdaden en wanbedrijven te begaan tegen eigendommen of goederen en dat na het onderzoek blijkt dat aan de constitutieve bestanddelen van dat misdrijf niet is voldaan. Zij verwijzen daarbij niet naar enig concreet dossiergegeven en verduidelijken ook niet welk bestanddeel van het misdrijf niet zou bewezen zijn. Met het door de ap-pelrechters opgegeven motief zijn de in de zaak betrokken partijen, zoals de eiser, niet in staat de redenen te kennen die de appelrechters tot de vrijspraak voor de te-lastlegging C hebben gebracht. Het middel is in zoverre gegrond. Overige grieven
  10. De overige grieven die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie behoeven geen antwoord. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de feiten der te-lastleggingen A en C. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest. Laat een derde van de kosten ten laste van de Staat. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Bepaalt de kosten op 155,25 euro, waarvan 130,19 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 13 november 2018 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. K. Vanden Bossche I. Couwenberg A. Lievens P. Hoet A. Bloch F. Van Volsem PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181113.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200617.2N.3 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221108.2N.2 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241231.2N.21 precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060927.11 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110608.4 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130917.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.