← België

ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181116.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181116.2 Rolnummer: C.16.0075.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2018-12-05 Raadplegingen: 528 - laatst gezien 2026-06-29 13:16 Versie(s): Vertaling FR Fiche De appelrechters die oordelen dat wat betreft de toepassing van artikel 1467 Burgerlijk Wetboek, deze wetsbepaling een onredelijke bepaling zou zijn in de interpretatie dat enkel over de nog aanwezige vruchten rekenschap moet worden gegeven en dat een doelgebonden en redelijke wetsuitlegging aangewezen is, geven hiermee aan voormeld artikel 1467 een grondwetsconforme uitlegging en schenden aldus deze wetsbepaling niet

(1).
(1)Zie, voor de prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof in deze zaak, Cass. 28 april 2017, AR C.16.0075.N, AC 2017, nr. 641, met andersluidende concl. OM. Thesaurus CAS: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - BEDONGEN STELSELS Vrije woorden: Scheiding van goederen - Eigen goederen - Beheer door de andere echtgenoot - Ontbinding van het stelsel - Vruchten - Rekenschap en verantwoording - Omvang - Artikel 1467, Burgerlijk Wetboek - Wetsuitlegging Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1467 Tekst van de beslissing Nr. C.16.0075.N M.V. eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest, tegen S.G. verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerster woon-plaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 10 juni
  1. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Bij arrest van 28 april 2017 heeft het Hof de volgende prejudiciële vraag ge-steld aan het Grondwettelijk Hof: "Schendt artikel 1467 Burgerlijk Wetboek, in de mate het erin voorziet dat de echtgenoot die, in het stelsel van bedongen scheiding van goederen het beheer heeft uitgeoefend, slechts gehouden is tot het opleveren van de aanwezige vruchten en geen verantwoording schuldig is van die welke tot dan zijn verbruikt, de artikelen 10 en 11 van de gecoördineerde Grondwet doordat deze bepaling afwijkt van de algemene regel van gemeen recht bepaald in artikel 1993 Burgerlijk Wetboek, volgens dewelke iedere lasthebber gehouden is rekenschap te geven van de uitvoering van zijn opdracht en aan de lastgever, zonder beperking, volledige verantwoording te doen van al hetgeen hij krachtens zijn volmacht heeft ontvangen al was het door hem ontvangene aan de lastgever niet verschuldigd."
  3. Bij arrest nr. 58/2018 van 17 mei 2018 heeft het Grondwettelijk Hof geoor-deeld dat, aangezien het behoort tot de essentie van elke lastgeving dat de lasthebber rekening en verantwoording dient af te leggen, er geen redelijke verantwoording bestaat voor een regel die enerzijds het verlenen aan de ene echtgenoot van bevoegdheid op de eigen goederen van de andere echtgenoot toelaat, maar die anderzijds op absolute wijze verbiedt om verantwoording te eisen van de lasthebber over de wijze waarop die bevoegdheid werd uitgeoefend. Het Grondwettelijk Hof besluit dat artikel 1467 Burgerlijk Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt.
  4. De appelrechters stellen vast dat: - de partijen gehuwd zijn onder het stelsel van zuivere scheiding van goederen; - bij vonnis van 22 september 2006 de echtscheiding tussen de partijen werd uit-gesproken en de bewerkingen van vereffening en verdeling van het ontbonden huwelijksstelsel werden bevolen; - de eiser beleggingen heeft gedaan met gelden van de gemeenschappelijke spaarrekening en dat hij aldus een mandaat heeft vervuld voor rekening van de verweerster. Zij oordelen dat wat betreft de toepassing van artikel 1467 Burgerlijk Wetboek, deze wetsbepaling een onredelijke bepaling zou zijn in de interpretatie dat enkel over de nog aanwezige vruchten rekenschap moet worden gegeven en dat een doelgebonden en redelijke wetsuitlegging aangewezen is. Zij geven hiermee aan artikel 1467 Burgerlijk Wetboek een grondwetsconforme uitlegging en schenden aldus deze wetsbepaling niet. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep, Veroordeelt de eiser tot de kosten Bepaalt de kosten voor de eiser op 1.199,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openba-re rechtszitting van 16 november 2018 uitgesproken door sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bij-stand van griffier Vanessa Van de Sijpe. V. Van de Sijpe K. Moens B. Wylleman G. Jocqué K. Mestdagh B. Deconinck PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181116.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170428.2 ECLI:BE:CTBRL:2026:ARR.20260520.1 ECLI:BE:CTLIE:2026:ARR.20260324.1 ECLI:BE:GHCC:2018:ARR.058 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.