← België

ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181116.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181116.4 Rolnummer: C.18.0112.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2018-12-05 Raadplegingen: 543 - laatst gezien 2026-06-29 00:59 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De afwezigheid van devolutieve werking van het hoger beroep geldt voor het hoger beroep tegen elk vonnis inzake gerechtelijke verdeling, zonder onderscheid, dat voor de aanvang van de notariële fase van die verdeling is gewezen. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Gevolg - Gerechtelijke verdeling - Afwezigheid van devolutieve werking - Toepassingsgebied Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 08-10-1967 - Art. 1224/2 Thesaurus CAS: VERDELING Vrije woorden: Gerechtelijke verdeling - Vonnis - Hoger beroep - Afwezigheid van devolutieve werking - Toepassingsgebied Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 08-10-1967 - Art. 1224/2 Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Familierecht [T.Fam.] - MOSSELMANS, Sven; Noot "Devolutieve werking van het hoger beroep inzake gerechtelijke vereffening-verdeling" - 2019, nr. 6, p. 160-

  1. Revue du notariat belge [Rev.not.b.] - VAN DROOGHENBROECK, Jean-François; Note "L’appel du jugement rejetant la demande en liquidation-partage ne produit pas d’effet dévolutif" - 2019, n° 7/8, p. 520-
  2. Tekst van de beslissing Nr. C.18.0112.N W.G., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
  3. G.G.
  4. L.G., vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerders woon-plaats kiezen,
  5. A.G., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Brussel van 17 december 2013 en 10 oktober 2017, op verwijzing gewezen na arrest van het Hof van 26 november
  6. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Grieven tegen het eindarrest van 10 oktober 2017 Eerste middel Tweede onderdeel
  7. Artikel 1224/2 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat wanneer het hoger beroep slaat op een vonnis gewezen vóór de opening van de werkzaamheden bedoeld in artikel 1215, het geen devolutieve werking heeft. Als dit hoger beroep is beslecht, wordt de zaak naar de eerste rechter verwezen. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat de doelstelling van de wetgever erin bestond partijen de kans te geven om op definitieve wijze, desgevallend in hoger beroep, alle vragen te regelen die voor de opening van de notariële fase van de procedure zijn gerezen, zonder het voordeel van de dubbele aanleg te verliezen voor het vervolg van de procedure. Uit deze doelstelling en uit de duidelijke bewoordingen van artikel 1224/2 Ge-rechtelijk Wetboek volgt dat de afwezigheid van devolutieve werking geldt voor het hoger beroep tegen elk vonnis, zonder onderscheid, dat voor de aanvang van de notariële fase is gewezen.
  8. Door te oordelen dat artikel 1224/2 Gerechtelijk Wetboek enkel het hoger beroep betreft tegen een vonnis waarbij door de eerste rechter de vereffening en verdeling werd bevolen en een notaris-vereffenaar werd aangesteld, maar dat het daarentegen niet van toepassing is in geval van hoger beroep tegen een vonnis dat de vordering tot vereffening en verdeling afwijst, schenden de appelrechters deze bepaling. Het onderdeel is gegrond. Grieven tegen het tussenarrest van 17 december 2013
  9. Gelet op het antwoord op het tweede onderdeel van het eerste middel tegen het arrest van 10 oktober 2017 en de vernietiging van dit arrest op die grond, ver-toont het middel dat in ondergeschikte orde wordt geformuleerd tegen het arrest van 17 december 2013 geen belang en is het niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep in zoverre gericht tegen het arrest van 17 december
  10. Vernietigt het bestreden arrest van 10 oktober
  11. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openba-re rechtszitting van 16 november 2018 uitgesproken door sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bij-stand van griffier Vanessa Van de Sijpe. V. Van de Sijpe K. Moens B. Wylleman G. Jocqué K. Mestdagh B. Deconinck PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181116.4 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210128.1F.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.