id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 435
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Vrije woorden: Partijen - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 435- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING.
OMVANG - Algemeen Vrije woorden: Vernietiging met verwijzing - Rechter op verwijzing en partijen - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 435- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.
P.18.1106.N F A H, veroordeelde tot een vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 24 oktober 2018, op verwijzing gewezen in-gevolge het arrest van het Hof van 11 juli
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het vonnis gaat niet in op eisers verzoek hem met toepassing van artikel 59 Wet Strafuitvoering uitgaansvergunningen toe te staan.
- Artikel 96, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat voor de veroordeelde cassatieberoep openstaat tegen de beslissingen van de strafuitvoeringsrechter en van de strafuitvoeringsrechtbank met betrekking tot de toekenning, de afwijzing of met betrekking tot de herroeping van de in Titel V bedoelde strafuitvoerings-modaliteiten en tot de herziening van de bijzondere voorwaarden, evenals de overeenkomstig Titel XI genomen beslissingen.
- De bijzondere strafuitvoeringsmodaliteit van uitgaansvergunning die de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank overeenkomstig artikel 59 Wet Strafuitvoering kan toestaan, is geen uitvoeringsmodaliteit bepaald in Titel V van de wet, noch een bijzondere voorwaarde als bedoeld in Titel XI van dezelfde wet. Tegen de beslissing over dergelijke bijzondere strafuitvoeringsmodaliteit staat voor de veroordeelde geen cassatieberoep open. In zoverre gericht tegen de weigering uitgaansvergunningen toe te staan, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en artikel 14 IVBPR, alsmede miskenning van het recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechter: het vonnis wijst eisers verzoek om elektronisch toezicht onmiddellijk af en ver-werpt daarom ook zijn in ondergeschikte orde geformuleerde verzoeken om uit-gaansvergunningen of het gelasten van het college van deskundigen met een bij-komende opdracht; bijgevolg had de eiser geen enkele kans op het inwilligen van zijn respectieve verzoeken; om tot het gevaar voor recidive te besluiten, grijpt de strafuitvoeringsrechtbank bovendien terug naar vroegere deskundigenverslagen die zijn voorbijgestreefd door het thans voorliggende deskundigenverslag waarin is geconcludeerd dat de eiser niet meer in de gevangenis thuishoort.
- In zoverre het middel betrekking heeft op het toekennen van uitgaansver-gunningen, komt het op tegen een beslissing waartegen het cassatieberoep niet ontvankelijk is en behoeft het bijgevolg geen antwoord.
- Uit de redenen die het bevat, blijkt niet dat het vonnis voor het aannemen van het recidivegevaar steunt op niet meer actuele deskundigenverslagen. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- Het vonnis wijst eisers verzoek om elektronisch toezicht af wegens het ont-breken van een recidivebeperkend reclasseringsplan en het risico op het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten. Het verwerpt vervolgens eisers verzoek om toepassing van artikel 59 Wet Strafuitvoering omdat de eiser geen uitzonderlijke omstandigheden aanvoert die de toepassing van dit artikel kunnen motiveren en omdat hij reeds een dergelijk verzoek heeft ingediend. Het verwerpt tenslotte ei-sers verzoek om het college van deskundigen te gelasten met een bijkomend on-derzoek naar uitgaansvergunningen en penitentiair verlof met het oog op zijn te-rugkeer naar de maatschappij omdat dit niet opportuun is gelet op de aanwezig-heid van reeds meerdere deskundigenverslagen en adviezen in het dossier. Uit die redenen noch uit enige andere omstandigheid kan een gebrek aan onafhankelijk-heid of onpartijdigheid van de strafuitvoeringsrechtbank worden afgeleid. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 3 EVRM en artikel 9, § 3, van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspo-sitie van de gedetineerden (hierna Basiswet 2005): het vonnis oordeelt dat er geen volledig, concreet, haalbaar en controleerbaar reclasseringsplan voorligt dat het vastgestelde risico op het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten kan inperken; het duidt echter niet precies aan waarom eisers reclasseringsplan niet tegemoet komt aan het vereiste om een volledige reclassering voor te leggen; aldus stelt het de eiser niet in de mogelijkheid een uitvoerbaar individueel detentieplan uit te werken dat hem een reëel uitzicht op invrijheidsstelling biedt.
- Artikel 3 EVRM bepaalt: "Niemand mag worden onderworpen aan folte-ringen noch aan onmenselijke of vernederende behandelingen of straffen." Uit deze bepaling, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, volgt dat levenslange straffen strijdig zijn met artikel 3 EVRM wanneer de veroordeelde geen realistische mogelijkheid heeft om zich te beteren en aldus de hoop te kunnen koesteren op invrijheidstelling. Artikel 9, § 3, Basiswet 2005 bepaalt: "De veroordeelde wordt in de gelegenheid gesteld constructief mee te werken aan de realisering van het individueel deten-tieplan, bedoeld in titel IV, hoofdstuk II, dat wordt opgesteld met het oog op een schadebeperkende, op herstel en op re-integratie gerichte en veilige uitvoering van de vrijheidsstraf."
- De rechten die uit de vermelde bepalingen voortvloeien, verplichten de strafuitvoeringsrechtbank die wegens het ontbreken van een recidivebeperkend reclasseringsplan het verzoek van de veroordeelde om elektronisch toezicht afwijst niet om, bij afwezigheid van specifiek verweer op dit punt, te motiveren in welk opzicht het voorgelegde reclasseringsplan niet voldoet.
- In zijn conclusie heeft de eiser, met verwijzing naar het verslag van het col-lege van deskundigen, aangevoerd dat: - hij bijna 40 jaar gedetineerd is zonder uitgaansfaciliteiten of strafuitvoerings-modaliteiten; - het college van deskundigen heeft geconcludeerd dat een verder gevangenis-verblijf niet meer aangewezen is noch inzake beveiliging van de maatschappij noch inzake verdere impact op resocialisatie en re-integratie, maar een onvoor-bereide terugkeer naar de maatschappij te verregaand is en een matig recidive-risico inhoudt gezien de aard van de vroegere feiten en de nog altijd aanwezige persoonlijkheidskenmerken van de eiser, zodat als tussenoplossing is voorge-steld de eiser op te nemen in een forensisch psychiatrische eenheid; - de eiser een volledige reclassering heeft uitgewerkt en zijn reclassering reeds langere tijd intra muros wordt voorbereid; - op basis van het deskundigenverslag een tussenoplossing zou moeten worden gezocht voor de overstap van detentie naar de maatschappij en de eiser van oordeel is dat dit kan worden gedaan via artikel 59 Wet Strafuitvoering; - in zoverre de strafuitvoeringsrechtbank hieraan twijfelt, de eiser verzoekt het college van deskundigen een bijkomende opdracht te geven, namelijk of de ei-ser via uitgaansvergunningen en penitentiair verlof de vereiste tussenstap kan maken om terug te keren naar de maatschappij. Aldus blijkt, eensdeels, uit eisers verweer zelf waarom er een risico op recidive bestaat indien het gevraagde elektronisch toezicht zou worden toegekend. Daaruit blijkt, anderdeels, dat de eiser geen specifiek verweer heeft gevoerd over het reci-divebeperkend karakter van zijn reclasseringsplan. In die omstandigheden diende de strafuitvoeringsrechtbank niet nader te motiveren waarom dat reclasseringsplan niet volstaat om het risico op recidive te beperken. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 1110 Gerechtelijk Wetboek: het vonnis oordeelt opnieuw of al dan niet elektronisch toezicht aan de eiser kan wor-den toegekend; de vernietiging van het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 11 juni 2018 bij arrest van het Hof van 11 juli 2018 was beperkt tot de wijze waarop de tenuitvoerlegging van eisers invrij-heidsstelling onder elektronisch toezicht diende te gebeuren; bijgevolg kan de strafuitvoeringsrechtbank zich na verwijzing door het Hof niet meer uitspreken over het al dan niet toekennen van die strafuitvoeringsmodaliteit, maar dient zij enkel in te vullen op welke wijze of onder welke voorwaarden de eiser zijn invrij-heidsstelling effectief kan uitwerken.
- In strafzaken is niet artikel 1110 Gerechtelijk Wetboek van toepassing, maar wel artikel 435 Wetboek van Strafvordering. Krachtens dat artikel dient het ge-recht waarnaar de zaak na vernietiging wordt verwezen, zich naar het arrest van het Hof te gedragen voor wat betreft het door het Hof beslechte rechtspunt. In zoverre het middel schending van artikel 1110 Gerechtelijk Wetboek aanvoert, faalt het naar recht.
- Elektronisch toezicht is een strafuitvoeringsmodaliteit en geen wijze van in-vrijheidsstelling van de veroordeelde. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het eveneens naar recht.
- De rechter op verwijzing heeft slechts rechtsmacht binnen de grenzen van de vernietiging en de verwijzing. Het staat aan die rechter te bepalen, onder controle van het Hof, in hoeverre hij van de zaak kennis moet nemen en dus welke de vernietigde beslissingen van de bestreden rechtelijke uitspraak zijn die door hem opnieuw moeten worden beoordeeld. Het zijn immers slechts die beslissingen, met inbegrip van de onafscheidbare beslissingen en de gevolgbeslissingen, die de omvang van de vernietiging en de verwijzing bepalen en dus niet de onderliggen-de reden of redenen die aanleiding hebben gegeven tot cassatie.
- De vernietiging met verwijzing plaatst de partijen binnen de grenzen van de vernietiging en de verwijzing in de toestand waarin de partijen zich zouden heb-ben bevonden voor de rechter wiens beslissing is vernietigd.
- Bij arrest van 11 juli 2018 heeft het Hof het vonnis van de strafuitvoerings-rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 11 juni 2018 vernietigd omdat dit vonnis de invrijheidstelling van de eiser afhankelijk maakte van zijn opname in een forensisch psychiatrische eenheid, waarvan het vaststelde dat dit in de praktijk niet mogelijk is, zodat het eisers invrijheidstelling afhankelijk maakte van voor-waarden die hem een reëel uitzicht op invrijheidstelling ontnemen. Deze vernieti-ging, die enkel betrekking heeft op de beslissing tot weigering van de invrijheids-stelling van de eiser, heeft niet tot gevolg dat de strafuitvoeringsrechtbank op verwijzing zich niet meer kan uitspreken over de strafuitvoeringsmodaliteit van elektronisch toezicht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 20 november 2018 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. K. Vanden Bossche E. Francis A. Lievens P. Hoet A. Bloch P. Maffei PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181120.10 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221012.2F.8 precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070613.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div