← België

ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181120.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 204

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Rechtsmiddel - Verklaring van onontvankelijkheid of vervallenverklaring door strafrechter - Voorafgaandelijk horen van de partij die het rechtsmiddel heeft ingesteld - Vereiste Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 204

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Rechtsmiddel - Verklaring van onontvankelijkheid of vervallenverklaring door strafrechter - Voorafgaandelijk horen van de partij die het rechtsmiddel heeft ingesteld - Vereiste Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 204

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Artikel 14 - Recht op een eerlijk proces - Rechtsmiddel - Verklaring van onontvankelijkheid of vervallenverklaring door strafrechter - Voorafgaandelijk horen van de partij die het rechtsmiddel heeft ingesteld - Vereiste Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 204- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.

P.18.0732.N P F A, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Peter Callebaut, advocaat bij de balie Dendermonde, tegen C D G, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 12 juni

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Advocaat-generaal Luc Decreus heeft op 15 november 2018 een conclusie neerge-legd op de griffie. Op de rechtszitting van 20 november 2018 heeft raadsheer Alain Bloch verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat het cas-satieberoep aan de verweerster is betekend, zoals nochtans vereist in artikel 427 Wetboek van Strafvordering. In zoverre gericht tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van de memorie
  3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser zijn memorie bij aangetekend schrijven ter kennis heeft gebracht van de verweer-ster, zoals nochtans vereist in artikel 429 Wetboek van Strafvordering. In zoverre de memorie ook betrekking heeft op de beslissing over de burgerlijke rechtsvordering van de verweerster tegen de eiser, is ze niet ontvankelijk. Middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 14 IVBPR, ar-tikel 149 Grondwet en de artikelen 204, 210, 211 en 211bis Wetboek van Straf-vordering, alsook miskenning van het recht op een eerlijk proces: met de redenen die het bevat is het arrest niet voldoende naar recht gemotiveerd; het miskent ei-sers recht op een eerlijk proces doordat het hem niet toelaat of uitnodigt zich over de onnauwkeurigheid van de grieven te verdedigen.
  5. Het middel preciseert niet hoe en waarom het arrest "niet voldoende naar recht" gemotiveerd is en artikel 149 Grondwet schendt. Het preciseert evenmin waarom het arrest de artikelen 204, 210, 211 en 211bis Wetboek van Strafvorde-ring schendt. In zoverre is het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
  6. Noch artikel 14 IVBPR of artikel 6.1 EVRM noch het algemeen rechtsbe-ginsel van het recht van verdediging vereisen dat de strafrechter die een rechts-middel onontvankelijk of vervallen verklaart, de partij die dit rechtsmiddel heeft ingesteld daarover voorafgaandelijk moet horen. De partijen in strafzaken worden geacht de vereiste voorwaarden voor het instellen van een rechtsmiddel te kennen en na te leven. Zij moeten bij hun verdediging ermee rekening houden dat de strafrechter een rechtsmiddel onontvankelijk of vervallen zal verklaren indien aan de in acht te nemen voorwaarden niet is voldaan. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 20 november 2018 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. K. Vanden Bossche E. Francis A. Lievens P. Hoet A. Bloch P. Maffei PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181120.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181120.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.