id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181120.7 Rolnummer: P.18.0758.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2018-12-13 Raadplegingen: 371 - laatst gezien 2026-06-29 12:43 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer een telastlegging waarvoor een beklaagde is vervolgd als een welbepaald misdrijf is gekwalificeerd waarvan een der bestanddelen in werkelijkheid een valsheid in geschrifte of het gebruik van dergelijk geschrift oplevert, dan omvat de telastlegging dit feit dat bijgevolg ook voor de rechter aanhangig is; de rechter moet aan die feiten de juiste juridische kwalificatie geven door eveneens de valsheid in geschrifte of het gebruik ervan in de bewoordingen van de wet te omschrijven en de rechter zal van de aldus gekwalificeerde feiten en de ermee samenhangende feiten slechts kennis kunnen nemen op voorwaarde dat de feiten van valsheid in geschrifte of het gebruik ervan, die strafbaar zijn met een criminele straf, regelmatig zijn gecorrectionaliseerd
(1).
(1)Cass. 28 november 2017, AR P.16.1325.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171128.4, AC 2017, nr.
- Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: Strafvordering - Beklaagde vervolgd voor een welbepaald misdrijf - Misdrijf waarvan één der bestanddelen in werkelijkheid een valsheid in geschrifte oplevert - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Beklaagde vervolgd voor een welbepaald misdrijf - Misdrijf waarvan één der bestanddelen in werkelijkheid een valsheid in geschrifte oplevert - Gevolg Fiches 3 - 5 Het feit dat misdrijven, gekwalificeerd als oplichting en misbruik van vertrouwen, erin bestaan dat bij het sluiten van overeenkomsten bedrieglijk een onjuiste identiteit wordt opgegeven van de bestemmelingen van te leveren goederen of te presteren diensten, zodat de bestelbon of factuur van de leverancier een onjuiste identiteit vermeldt, houdt niet noodzakelijk in dat een van de bestanddelen van die misdrijven valsheid in geschrifte of gebruik van valse stukken oplevert. Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: Bestelbon of factuur - Opgave van onjuiste identiteit als bestanddeel van de misdrijven oplichting en misbruik van vertrouwen - Gevolg Thesaurus CAS: OPLICHTING Vrije woorden: Bestelbon of factuur - Opgave van onjuiste identiteit als bestanddeel van het misdrijf - Gevolg Thesaurus CAS: MISBRUIK VAN VERTROUWEN Vrije woorden: Bestelbon of factuur - Opgave van onjuiste identiteit als bestanddeel van het misdrijf - Gevolg Fiche 6 De rechter oordeelt onaantastbaar welk vermogensvoordeel de beklaagde heeft verkregen uit de lastens hem bewezen verklaarde misdrijven; het feit dat de rechter lastens de beklaagde voor bepaalde telastleggingen de verbeurdverklaring beveelt van een vermogensvoordeel gelijk aan de helft van het bedrag van de bewezen verklaarde telastlegging, verplicht hem niet de verbeurdverklaring voor andere telastleggingen eveneens te beperken tot die helft. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Verbeurdverklaring van een vermogensvoordeel gelijk aan de helft van het bedrag van de bewezen verklaarde telastlegging - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.18.0758.N P D S, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kris Beirnaert, advocaat bij de balie Antwerpen, met kan-toor te 2018 Antwerpen, Brusselstraat 51, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- Herman DRIESSEN, met kantoor te 3500 Hasselt, Sint-Katarinaplein 15/3, en Hubert BERGHS, met kantoor te 3500 Hasselt, Luikersteenweg 264B 0.2, in hun hoedanigheid van curatoren van het faillissement van LIVRARIA bvba, burgerlijke partijen,
- Ilse ROOX, met kantoor te 3500 Hasselt, Hassaluthdreef 12B bus 2, in haar hoedanigheid van curator van het faillissement van HECHTELSE MAZOUT CENTRALE bvba, burgerlijke partij,
- G V, burgerlijke partij,
- P V, burgerlijke partij,
- V S, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 15 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest spreekt de eiser vrij van verschillende telastleggingen. In zoverre tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
- Het cassatieberoep is niet betekend aan de verweerders, zoals nochtans ver-eist door artikel 427, eerste lid, Wetboek van Strafvordering. In zoverre gericht tegen de beslissingen van het arrest over de burgerlijke rechts-vorderingen van de verweerders, is het cassatieberoep evenmin ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 150 Grondwet, de artikelen 179 en 182, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, de artikelen 65, 193, 196, 197, 491, eerste lid en 496, eerste lid, Strafwetboek en de artikelen 1 en 2, eerste lid, Wet Verzachtende Omstandigheden: de appelrechters verklaren zich bevoegd om te oordelen over de telastleggingen B.XV (oplichting) en C.II, C.III, C.VI, C.VII en C.IX (misbruik van vennootschapsgoederen, geherkwalificeerd tot misbruik van vertrouwen), terwijl die telastleggingen in werkelijkheid valsheden en gebruik van valse stukken opleveren voor wat betreft valse facturen (B.XV, C.II, C.VII en C.IX), een valse bestelbon (C.III) en een vals loonbriefje (C.VI); die valsheden en dat gebruik behoren niet tot de door de raadkamer gecorrectionaliseerde telastleg-gingen A; aldus waren de appelrechters niet bevoegd om te oordelen over deze en de ermee samenhangende telastleggingen.
- Wanneer een telastlegging waarvoor een beklaagde is vervolgd als een wel-bepaald misdrijf is gekwalificeerd waarvan een der bestanddelen in werkelijkheid een valsheid in geschrifte of het gebruik van dergelijk geschrift oplevert, dan om-vat de telastlegging dit feit dat bijgevolg ook voor de rechter aanhangig is. De rechter moet aan die feiten de juiste juridische kwalificatie geven door eveneens de valsheid in geschrifte of het gebruik ervan in de bewoordingen van de wet te omschrijven.
- De rechter zal van de aldus gekwalificeerde feiten en de ermee samenhan-gende feiten slechts kennis kunnen nemen op voorwaarde dat de feiten van vals-heid in geschrifte of het gebruik ervan, die strafbaar zijn met een criminele straf, regelmatig zijn gecorrectionaliseerd.
- Onder de telastleggingen B.XV, C.II, C.III, C.VII en C.IX is de eiser ver-volgd voor het bestellen en laten factureren van goederen of diensten met bedrieg-lijke opgave van een onjuiste bestemmeling.
- Het feit dat misdrijven, gekwalificeerd als oplichting en misbruik van ver-trouwen, erin bestaan dat bij het sluiten van overeenkomsten bedrieglijk een on-juiste identiteit wordt opgegeven van de bestemmelingen van te leveren goederen of te presteren diensten, zodat de bestelbon of factuur van de leverancier een on-juiste identiteit vermeldt, houdt niet noodzakelijk in dat een van de bestanddelen van die misdrijven valsheid in geschrifte of gebruik van valse stukken oplevert. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Onder de telastlegging C.VI is de eiser vervolgd voor het zich onterecht la-ten uitbetalen van loon, gebruik makend van de valse arbeidsovereenkomst ver-meld in de telastlegging A.VIII. Onder de gecorrectionaliseerde telastlegging A.VIII is de eiser vervolgd wegens het opstellen of laten opstellen van een ‘arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voor conciërges', tussen Hechtelse Mazout Centrale bvba en de eiser, waarin valselijk werd voorgehouden dat de eiser werd aangesteld als conciërge van een onroerend goed met het bedrieglijk opzet activa te onttrekken aan de vennoot-schap, met name het zich doen uitbetalen van loon voor fictieve prestaties. Het arrest (p. 45) verklaart de eiser schuldig aan de gezamenlijke feiten van de te-lastleggingen A.VIII en C.VI en geeft zodoende te kennen dat de valsheid bedoeld in de eerst vermelde telastlegging een bestanddeel uitmaakt van het misbruik van vertrouwen bedoeld in de laatst vermelde telastlegging. Het feit dat er in die laatste telastlegging ook nog sprake is van het loonbriefje waarop het onterecht betaalde loon is vermeld, vereist geen afzonderlijke correctionalisering. Dit stuk is immers begrepen in de valsheid bedoeld in de telastlegging A.VIII, waarvan het slechts de uitwerking is. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 193, 196 en 197 Straf-wetboek: het arrest verklaart de eiser schuldig aan de telastleggingen A.III.a, b, c, d, g, h en i (opstellen valse overeenkomsten tot overdracht van aandelen) en A.IV.a, b, c, d, h, i, k, l en m (opstellen valse processen-verbaal van bijzondere vergaderingen en uittreksels), terwijl hij nooit de intentie had de vennootschappen te besturen vanuit winstgevend oogpunt, maar slechts de bedoeling had activa te ontdragen en de vennootschappen aldus te benadelen; met de reden dat de feiten van de telastleggingen, in hun geheel genomen, een vast patroon vertonen, dat erin bestaat dat men zich door middel van de overname van aandelen van rechtsper-sonen activa toe-eigent, zich ontdoet van de passiva en gebeurlijk andere on-rechtmatige voordelen opstrijkt, stelt het arrest niet vast dat die geschriften feiten en akten vaststellen in strijd met de werkelijkheid; het feit dat de overnemer van de aandelen of de zaakvoerder na de vermelde overeenkomsten of processen-verbaal misbruik pleegt, heeft niet de valsheid van die geschriften tot gevolg, te-meer daar het arrest oordeelt dat soms nog kortstondig daadwerkelijke handels- of ambachtsactiviteiten werden uitgeoefend.
- Het misdrijf valsheid in geschrifte bestaat erin in een door de wet be-schermd geschrift, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, de waarheid te vermommen op een bij de wet bepaalde wijze, terwijl hieruit een na-deel kan ontstaan.
- Het arrest oordeelt niet enkel zoals het middel vermeldt. Met van het beroe-pen vonnis overgenomen redenen oordeelt het ook: "Uit de resultaten van het strafonderzoek en uit de verschillende verklaringen van beklaagden en van de overdragers/overnemers van de betrokken vennootschappen blijkt dat een reeks vennootschappen werden overgenomen, waarbij de formele overdrachten van aandelen en de erin waargenomen mandaten geenszins tot doel hadden om de vennootschappen levensvatbaar te houden. De bedoeling bestond er integendeel in om schuldeisers te misleiden, eventuele activa te verzilveren, gelden te ontvreemden ten koste van de vennootschappen, dan wel hun overlaters nog schulden te [laten] maken (door leningen aan te gaan of aankopen te verrichten, waarbij deze al dan niet betaald werden), of openstaande schulden niet af te lossen, waarna de betrokken vennootschappen werden gedumpt of men ze failliet liet gaan." Met die reden en deze die het onderdeel vermeldt, oordeelt het arrest dat de eiser nog vóór het sluiten van de vermelde overeenkomsten en het opstellen van de vermelde processen-verbaal, geen intentie had om de vennootschappen te gebrui-ken voor het doel waarvoor ze bestemd waren, namelijk het uitoefenen van het maatschappelijk doel met winstoogmerk, maar wel om ze voor eigen gewin te misbruiken. Het oordeel dat de eiser bepaalde vennootschapsactiviteiten nog uit-oefende, met de precisering dat dit uiterst kortstondig gebeurde wanneer hierdoor cash gelden konden worden geïnd, doet daaraan geen afbreuk. Aldus stelt het ar-rest wel degelijk de waarheidsvermomming, het bedrieglijk opzet en het mogelijke nadeel op het moment van het sluiten van de overeenkomsten en het opstellen van de processen-verbaal vast en verantwoordt het de beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 496, eerste lid, Strafwetboek: het arrest verklaart de eiser schuldig aan de telastleggingen B.III, B.IV en B.IX, dit zijn feiten van oplichting erin bestaande dat hij zich de aandelen van drie ven-nootschappen heeft doen overhandigen door middel van valse stukken bedoeld onder de telastleggingen A.III.c, A.III.d en A.III.i; de onwettigheid van eisers schuldigverklaring aan de telastleggingen A.III.c, A.III.d en A.III.i heeft de on-wettigheid tot gevolg van zijn schuldigverklaring aan de telastleggingen B.III, B.IV en B.IX.
- Het onderdeel is in zijn geheel afgeleid uit de in het eerste onderdeel ver-geefs aangevoerde onwettigheid en is bijgevolg niet ontvankelijk. Derde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 496, eerste lid, Strafwetboek: het arrest verklaart de eiser schuldig aan de telastleggin-gen B.XI en B.XIII zonder vast te stellen dat de gebruikte listige kunstgrepen meer inhouden dan de leugenachtige beweringen die in deze telastleggingen wor-den vermeld; meer bepaald stelt het arrest niet het bestaan vast van uitwendige handelingen die aan deze beweringen enige geloofwaardigheid verlenen; minstens kan het Hof aan de hand van de vaststellingen van het arrest de wettigheid van de bewezenverklaring van de vermelde telastleggingen niet nagaan.
- Onder de telastlegging B.XI, zoals heromschreven door het arrest, is de eiser vervolgd omdat hij zich een bedrag van 7.000 euro heeft doen overhandigen in contanten onder het voorwendsel van beweerdelijk te betalen onkosten naar aan-leiding van de overname van Onur International bvba. Onder de telastlegging B.XIII is de eiser vervolgd omdat hij zich een Tv-toestel heeft doen afgeven door de firma Rexel onder het voorwendsel dat dit toestel zou worden aangekocht door D. Linea bvba, terwijl in werkelijkheid ab initio geen in-tentie voorhanden was om de prijs te betalen. Het arrest dat die telastleggingen bewezen verklaart zoals omschreven in de be-woordingen van de wet, stelt vast dat alle constitutieve bestanddelen van de mis-drijven die zij tot voorwerp hebben, verenigd zijn. Dit houdt in dat voldaan is aan de voorwaarden waaraan de listige kunstgrepen moeten voldoen. Bij afwezigheid van daartoe strekkende conclusie dient het arrest het voldaan zijn aan die voor-waarden niet nader te motiveren. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 42, 3° en 43bis Strafwetboek: het arrest beveelt lastens de eiser de verbeurdver-klaring van de vermogensvoordelen verkregen uit de telastleggingen B.XII, B.XIII, B.XV, C.I, C.II en C.IX, waarvoor de eiser is veroordeeld samen met een medebeklaagde; voor de telastleggingen B.XII, B.XIII, B.XV, C.I en C.II wordt telkens de helft van het bedrag van de bewezen verklaarde telastlegging verbeurd-verklaard lastens de eiser en de medebeklaagde; voor de telastlegging C.IX be-draagt de verbeurdverklaring lastens de eiser echter meer dan die helft; aldus past het arrest de redenering voor de berekening van de verbeurdverklaring onjuist toe voor die telastlegging en is de beslissing niet naar recht verantwoord of minstens behept met een tegenstrijdigheid.
- De rechter oordeelt onaantastbaar welk vermogensvoordeel de beklaagde heeft verkregen uit de lastens hem bewezen verklaarde misdrijven. Het feit dat de rechter lastens de beklaagde voor bepaalde telastleggingen de verbeurdverklaring beveelt van een vermogensvoordeel gelijk aan de helft van het bedrag van de be-wezen verklaarde telastlegging, verplicht hem niet de verbeurdverklaring voor an-dere telastleggingen eveneens te beperken tot die helft. In zoverre het middel uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het motiveringsgebrek is afgeleid uit die onjuiste rechtsopvatting. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 229,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 20 november 2018 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. K. Vanden Bossche E. Francis A. Lievens P. Hoet A. Bloch P. Maffei PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181120.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171128.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div