← België

ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181120.9

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181120.9 Rolnummer: P.18.0836.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2018-12-13 Raadplegingen: 520 - laatst gezien 2026-06-29 10:46 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit de bepalingen van de artikelen 619, 621, eerste lid, en 622 Wetboek van Strafvordering volgt dat een levenslang rijverbod een straf is die niet in aanmerking komt voor uitwissing en dus het voorwerp kan uitmaken van herstel in eer en rechten op voorwaarde dat, behoudens hier niet toepasselijke uitzonderingen, de veroordeelde de vrijheidsstraffen heeft ondergaan en de geldstraffen heeft gekweten. Thesaurus CAS: HERSTEL IN EER EN RECHTEN Vrije woorden: Levenslang rijverbod - Toepassing Tekst van de beslissing Nr. P.18.0836.N A J G, verzoeker tot herstel in eer en rechten, eiser, met als raadsman. mr. Steven Van De Kerkhof, advocaat bij de balie Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 28 juni 2018, gewezen op verwijzing ingevolge het arrest van het Hof van 18 april

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 621, 622 en volgende Wet-boek van Strafvordering: het arrest oordeelt ten onrechte dat het levenslang rijver-bod waartoe de eiser werd veroordeeld te beschouwen is als een vrijheidsstraf die als dusdanig nog lopende is en dus nog niet werd ondergaan; evenmin is de proef-termijn aan het lopen; dergelijke straf komt niet in aanmerking voor herstel in eer en rechten.
  3. Artikel 619 Wetboek van Strafvordering bepaalt: "Veroordelingen tot een politiestraf worden uitgewist na een termijn van drie jaar te rekenen van de dag van de definitieve rechterlijke beslissing waarbij zij zijn uitgesproken. De uitwissing verhindert evenwel niet de invordering van de door die definitieve rechterlijke beslissing opgelegde geldboete. Het vorige lid is niet van toepassing op veroordelingen die een vervallenverklaring of ontzetting inhouden uitgesproken volgens het vonnis waarvan de gevolgen zich over meer dan drie jaar uitstrekken, tenzij het gaat om een verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke ongeschiktheid, uitgesproken op grond van de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer." Artikel 621, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt: "Iedere veroordeelde tot straffen die niet kunnen worden uitgewist overeenkomstig artikel 619, kan in eer en rechten hersteld worden, indien hij sedert ten minste tien jaar geen zodanig herstel heeft genoten." Artikel 622 Wetboek van Strafvordering bepaalt: "De veroordeelde moet de vrij-heidsstraffen hebben ondergaan en de geldstraffen hebben gekweten, tenzij die straffen krachtens het recht van genade kwijtgescholden zijn, of, indien zij voor-waardelijk zijn uitgesproken of voorwaardelijk zijn geworden bij genademaatregel, als niet bestaande worden beschouwd. Is de straf verjaard, dan kan de ver-oordeelde alleen in eer en rechten hersteld worden wanneer de niet-uitvoering niet aan hem te wijten is."
  4. Uit deze bepalingen volgt dat een levenslang rijverbod een straf is die niet in aanmerking komt voor uitwissing en dus het voorwerp kan uitmaken van herstel in eer en rechten op voorwaarde dat, behoudens hier niet toepasselijke uitzonde-ringen, de veroordeelde de vrijheidsstraffen heeft ondergaan en de geldstraffen heeft gekweten.
  5. Een vrijheidsstraf als bedoeld bij artikel 622 Wetboek van Strafvordering is een hoofdstraf waarbij de veroordeelde van zijn vrijheid wordt beroofd, dit is waarbij zijn vrijheid van komen en gaan wordt beperkt. Een levenslang rijverbod dat een bijkomende straf is en waarbij de vrijheid van komen en gaan niet wordt beperkt, is niet een dergelijke straf. Het arrest dat anders oordeelt, is niet naar recht verantwoord. Het middel is in zoverre gegrond. Overige middelen
  6. De overige middelen behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daarover aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 20 november 2018 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. K. Vanden Bossche E. Francis A. Lievens P. Hoet A. Bloch P. Maffei PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181120.9 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210316.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.