← België

ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181123.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181123.3 Rolnummer: F.17.0082.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2019-01-08 Raadplegingen: 665 - laatst gezien 2026-06-29 13:41 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uitgaven van een bedrijfsleider zijn slechts aftrekbare beroepskosten van de bedrijfsleider wanneer ze inherent zijn aan zijn activiteiten als bedrijfsleider binnen de vennootschap en niet aan de maatschappelijke activiteit van de vennootschap, nu uitgaven slechts kunnen worden beschouwd als aftrekbare beroepskosten wanneer ze inherent zijn aan de uitoefening van het beroep

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Beroepskosten Vrije woorden: Uitgaven van een bedrijfsleider - Aftrekbaarheidsvoorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 49 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Tekst van de beslissing Nr. F.17.0082.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal van de algemene administratie fiscaliteit, P Centrum Hasselt, met kantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 43, bus 120, eiser, tegen
  1. T.V.
  2. J.B. verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 17 januari
  3. Procureur-generaal Dirk Thijs heeft op 5 juni 2018 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. Overeenkomstig artikel 49 WIB92 zijn als beroepskosten aftrekbaar, de kos-ten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echt-heid en het bedrag verantwoordt door middel van bewijsstukken of, ingeval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmidde-len, met uitzondering van de eed. Uit deze wetsbepaling volgt dat uitgaven kunnen worden beschouwd als aftrekba-re beroepskosten wanneer ze inherent zijn aan de uitoefening van het beroep. Hieruit volgt dat de uitgaven van een bedrijfsleider slechts aftrekbare beroepskos-ten van de bedrijfsleider zijn wanneer ze inherent zijn aan zijn activiteiten als be-drijfsleider binnen de vennootschap en niet aan de maatschappelijke activiteit van de vennootschap.
  5. De appelrechters stellen vast dat: - de eerste verweerder bedrijfsleider is van V nv, een vennootschap die diensten verleent in de fiscale en boekhoudkundige sector; - de eerste verweerder als bedrijfsleider een bedrijfsleidersbezoldiging ontvangt, waarvoor hij werkelijke beroepskosten in aftrek brengt. Zij oordelen dat: - een bedrijfsleider niet enkel taken uitoefent die onder het eigenlijk leiding ge-ven in de vennootschap vallen, maar tevens opdrachten kan uitoefenen die tot de eigenlijke activiteit van de vennootschap behoren en die zich van de lei-dinggevende taken onderscheiden; - de bedrijfsleider op grond van artikel 49 WIB92 de kosten mag aftrekken die hij in de uitoefening van zijn beroepsactiviteit maakt, voor zover hij die kosten maakt om zijn belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden; - de concrete totale werkzaamheid van de bedrijfsleider daarbij in aanmerking moet worden genomen; - ook de kosten die worden gemaakt binnen het kader van de werkzaamheid die niet uit leidinggevende taken bestaat, door de bedrijfsleider kunnen worden af-getrokken, en dat onder die kosten ook de bedragen vallen die door de bedrijfsleider worden betaald aan derden voor de uitvoering van taken voor de vennootschap en die omvat zijn in zijn bedrijfsleidersbezoldiging.
  6. Door op deze gronden te oordelen dat de eerste verweerder de betrokken kosten als beroepskost kan aftrekken, zonder vast te stellen dat deze kosten inhe-rent zijn aan zijn activiteit als bedrijfsleider en niet aan die van de vennootschap, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Alain Smetryns, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 23 november 2018 uitgesproken door sectievoorzitter Alain Smetryns, in aanwezigheid van ad-vocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. V. Van de Sijpe K. Moens K. Mestdagh A. Smetryns PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181123.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210129.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.