id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181123.4 Rolnummer: F.18.0016.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Belastingrecht Invoerdatum: 2019-01-08 Raadplegingen: 506 - laatst gezien 2026-06-29 11:45 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181123.4 Fiche 1 Uit artikel 1079 Ger. W. volgt dat de voorziening bij het Hof wordt ingesteld door het neerleggen van een verzoekschrift ter griffie, en niet door de betekening ervan; wanneer bijgevolg de betekening van een verzoekschrift niet wordt gevolgd door de neerlegging ervan ter griffie, staat niets eraan in de weg dat de eiser het verzoekschrift een tweede maal laat betekenen om dit verzoekschrift vervolgens tijdig neer te leggen ter griffie
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Vormen - Vorm van het cassatieberoep en vermeldingen Vrije woorden: Betekening niet gevolgd door neerlegging - Implicaties Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 1079, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 2 Het gedeelte van het resultaat dat voortkomt uit abnormale of goedgunstige voordelen die de belastingplichtige, in welke vorm of door welk middel ook, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen uit een onderneming ten aanzien waarvan hij zich rechtstreeks of onrechtstreeks in enige band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt, mag niet worden gecompenseerd met het verlies van het belastbare tijdperk, derwijze dat het belastbare resultaat minstens gelijk is aan het verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel, ongeacht of het resultaat positief dan wel negatief is
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Vaststelling van het belastbaar netto-inkomen - Bedrijfsverliezen Vrije woorden: Abnormale en goedgunstige voordelen - Verbod tot verliescompensatie - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Artt. 79 en 207 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Tekst van de beslissing Nr. F.18.0016.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal bij het fiscaal bestuur Centrum KMO Antwerpen - Expertise 1, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 2, eiser, tegen HERMES 2031 bvba, burgerlijke vennootschap, met zetel te 2950 Kapellen, Hoogboomsteenweg 4, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Antwer-pen van 14 mei 2013, 14 januari 2014, 26 mei 2015 en 3 oktober
- Procureur-generaal Dirk Thijs heeft op 27 augustus 2018 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- De verweerster voert een middel van niet-ontvankelijkheid van de voorzie-ning aan: de voorziening werd aan de verweerster betekend op 28 december 2017 en werd pas op 15 februari 2018, hetzij meer dan vijftien dagen na de betekening, neergelegd ter griffie.
- Krachtens artikel 1079, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek wordt de voorzie-ning ingesteld door op de griffie van het Hof van Cassatie een verzoekschrift in te dienen, dat in voorkomend geval vooraf wordt betekend aan de partij tegen wie de voorziening is gericht. Artikel 1079, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de voorziening niet-toelaatbaar wordt verklaard wanneer er meer dan vijftien dagen zijn verlopen tus-sen de betekening van het verzoekschrift en de indiening op de griffie, ook al is de termijn voor het instellen van de voorziening niet verstreken bij de indiening van het verzoekschrift. Uit deze bepaling volgt dat de voorziening bij het Hof wordt ingesteld door het neerleggen van het verzoekschrift ter griffie, en niet door de betekening ervan. Wanneer bijgevolg de betekening van een verzoekschrift niet wordt gevolgd door de neerlegging ervan ter griffie, staat niets eraan in de weg dat de eiser het ver-zoekschrift een tweede maal laat betekenen om dit verzoekschrift vervolgens tij-dig neer te leggen ter griffie.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de eiser het verzoekschrift een eerste maal heeft betekend op 28 december 2017 en een tweede maal op 6 februari 2018; - het op 6 februari 2018 betekend verzoekschrift op 15 februari 2018 ter griffie werd neergelegd. Het verzoekschrift werd aldus binnen de vijftien dagen na de tweede betekening neergelegd. Het middel van niet-ontvankelijkheid van de voorziening moet worden verwor-pen. Gegrondheid
- Krachtens artikel 207 WIB92, zoals hier toepasselijk, mag geen van de af-trekken bedoeld in de artikelen 199 tot 206, dit zijn aftrekken van vrijgestelde in-komsten, aftrekken van de belastbare winst, vorige verliezen, noch compensatie met het verlies van het belastbare tijdperk worden verricht op het gedeelte van het resultaat dat voortkomt van abnormale of goedgunstige voordelen vermeld in arti-kel 79 WIB
- Krachtens artikel 79 WIB92, zoals hier toepasselijk, worden beroepsverliezen niet afgetrokken van het gedeelte van de winst of de baten dat voortkomt uit abnormale of goedgunstige voordelen die de belastingplichtige, in welke vorm of door welk middel ook, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen uit een onderneming ten aanzien waarvan hij zich rechtstreeks of onrechtstreeks in enige band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het gedeelte van het resultaat dat voortkomt uit abnormale of goedgunstige voordelen die de belastingplichtige, in welke vorm of door welk middel ook, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen uit een on-derneming ten aanzien waarvan hij zich rechtstreeks of onrechtstreeks in enige band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt, niet mag worden gecompenseerd met het verlies van het belastbare tijdperk, derwijze dat het belastbare resultaat minstens gelijk is aan het verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel, ongeacht of het resultaat positief dan wel negatief is.
- De appelrechters die, na te hebben beslist dat door de verweerster in haar aangiftes voor de aanslagjaren 2004 en 2005 opgenomen vergoedingen van 50.000 euro die haar werden betaald door een onderneming met wie zij zich in een band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt, abnormale en goedgunstige voordelen zijn, maar die vervolgens dat voordeel niet als de minimale belastbare grondslag van het belastbare tijdperk beschouwen, ongeacht het resultaat, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Omvang van cassatie
- De vernietiging van de arresten van 14 mei 2013 en 14 januari 2014 strekt zich uit tot de arresten van 26 mei 2015 en 3 oktober 2017 die het gevolg ervan zijn. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest van 14 mei 2013, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart, en vernietigt de bestreden arresten van 14 januari 2014, 26 mei 2015 en 3 oktober
- Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest van 14 mei 2013 en de vernietigde arresten van 14 januari 2014, 26 mei 2015 en 3 oktober
- Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Alain Smetryns, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 23 november 2018 uitgesproken door sectievoorzitter Alain Smetryns, in aanwezigheid van ad-vocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. V. Van de Sijpe K. Moens K. Mestdagh A. Smetryns PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181123.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181123.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div