← België

ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181127.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181127.3 Rolnummer: P.18.0789.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2018-12-10 Raadplegingen: 693 - laatst gezien 2026-06-29 11:45 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een grief als bedoeld in artikel 204 Wetboek van Strafvordering is de specifieke aanwijzing door de appellant van een afzonderlijke beslissing van het beroepen vonnis, waarvan hij de hervorming door de appelrechter vraagt en het staat aan de appelrechter om in het licht van het voorgaande en rekening houdend met de wijze waarop een appellant in het door artikel 204, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bedoelde verzoekschrift of het door artikel 204, derde lid, Wetboek van Strafvordering bedoelde modelgrievenformulier zijn grief of grieven tegen het beroepen vonnis heeft omschreven, te bepalen welke de beslissing of beslissingen van het beroepen vonnis hij wenst hervormd te zien; wanneer het openbaar ministerie als enige grief in zijn verzoekschrift of grievenformulier de kwalificatie van het misdrijf vermeldt, beoogt het niet alleen de hervorming van de beslissing over de kwalificatie van de telastegelegde feiten, maar ook de strafmaat indien die door de kwalificatie wordt beïnvloed gelet op het nauw verband tussen beide

(1).
(1)Cass. 11 september 2018, AR P.18.0366.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180911.7, AC 2018, nr. 461; Cass. 6 maart 2018, AR P.17.0685.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180306.3, AC 2018, nr. 149; Cass. 6 februari 2018, AR P.17.0543.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180206.4, AC 2018, nr. 76; Cass. 6 februari 2018, AR P.17.0457.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180206.1, AC 2018, nr. 75; zie over de problematiek van het grievenformulier: Hof van Cassatie van België, Jaarverslag 2017, Larcier, pp. 81-
  1. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Grievenformulier - Hoger beroep door openbaar ministerie - Grievenformulier of verzoekschrift - Grief gericht tegen de kwalificatie van het misdrijf - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.18.0789.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, eiser, tegen A Z, beklaagde, verweerder, met als raadsman mr. Filip Van Hende, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 19 juni
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie van antwoord
  3. De memorie van antwoord van de verweerder werd ter griffie ontvangen op 21 november 2018, dit is buiten de door artikel 429, derde lid, Wetboek van Strafvordering bepaalde termijn van acht vrije dagen vóór de rechtszitting. De memorie van antwoord is niet ontvankelijk. Middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 204 en 210 Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt ten onrechte dat aangezien het openbaar ministerie als enige grief in het grievenschrift de herom-schrijving van moord naar doodslag heeft opgegeven de saisine van de appel-rechters daartoe is beperkt en het appelgerecht niet meer te oordelen heeft over de strafmaat; de grief van het openbaar ministerie houdt in dat het zich zowel door de gewijzigde kwalificatie als de herleiding van de opgelegde straf gegriefd voelt en dat het hoger beroep tot doel heeft niet alleen te veroordelen voor de oorspronkelijke kwalificatie van moord, maar ook tot de oorspronkelijk gevor-derde straf; daardoor is het arrest ook niet regelmatig gemotiveerd.
  5. Een grief als bedoeld in artikel 204 Wetboek van Strafvordering is de spe-cifieke aanwijzing door de appellant van een afzonderlijke beslissing van het be-roepen vonnis, waarvan hij de hervorming door de appelrechter vraagt.
  6. Het staat aan de appelrechter om in het licht van het voorgaande en reke-ning houdend met de wijze waarop een appellant in het door artikel 204, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bedoelde verzoekschrift of het door artikel 204, derde lid, Wetboek van Strafvordering bedoelde modelgrievenformulier zijn grief of grieven tegen het beroepen vonnis heeft omschreven, te bepalen welke de beslissing of beslissingen van het beroepen vonnis hij wenst hervormd te zien.
  7. Indien het openbaar ministerie als enige grief in zijn verzoekschrift of grievenformulier de kwalificatie van het misdrijf vermeldt, beoogt het niet al-leen de hervorming van de beslissing over de kwalificatie van de ten laste geleg-de feiten, maar ook de strafmaat indien die door de kwalificatie wordt beïnvloed gelet op het nauw verband tussen beide.
  8. Het openbaar ministerie heeft als enige grief de rubriek 1.2 van het grie-venformulier aangekruist, namelijk "kwalificatie van het misdrijf". Het heeft in de tekst bij die rubriek uiteengezet waarom de eerste rechter ten onrechte de voorbedachtheid niet heeft aangenomen en de verweerder dus heeft veroordeeld voor doodslag in plaats van moord.
  9. Het arrest oordeelt dat aangezien de grief van het openbaar ministerie is beperkt tot het niet-aannemen van de voorbedachtheid en niet blijkt dat het openbaar ministerie met haar hoger beroep een strafverzwaring heeft beoogd, de saisine van de appelrechters is beperkt tot de kwalificatie van het misdrijf en zij niet gevat zijn om uitspraak te doen over de strafmaat. Die beslissing is niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Omvang van de cassatie
  10. De vernietiging van de beslissing dat de strafmaat niet tot de saisine van de appelrechters behoort, laat de beslissing over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van het openbaar ministerie en over de grief inzake de kwalificatie van het ten laste gelegde misdrijf onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  11. De substantiële en op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre het het hoger beroep van het openbaar ministerie ontvankelijk verklaart en het uitspraak doet over de grief in-zake de kwalificatie van het misdrijf. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest. Laat de helft van de kosten ten laste van de Staat. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Bepaalt de kosten op 61,05 euro. K. Vanden Bossche I. Couwenberg S. Berneman A. Lievens F. Van Volsem P. Maffei Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, sa-mengesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de open-bare rechtszitting van 27 november 2018 uitgesproken door voorzitter Paul Maf-fei, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181127.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200603.2F.3 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201201.2N.11 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230621.2F.2 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231011.2F.14 precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180206.1 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180206.4 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180306.3 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180911.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.