id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181204.1 Rolnummer: P.18.0340.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2018-12-17 Raadplegingen: 509 - laatst gezien 2026-06-29 15:18 Versie(s): Vertaling FR Fiche Aan de vereiste van artikel 785, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, dat bepaalt dat indien de voorzitter of een van de rechters in de onmogelijkheid verkeert het vonnis te ondertekenen, de griffier daarvan melding maakt onderaan op de akte en de beslissing dan geldig is met de handtekening van de overige rechters die ze hebben uitgesproken, is voldaan wanneer die vermelding door de griffier is aangebracht op het proces-verbaal van de rechtszitting waarop de uitspraak is gedaan
(1).
(1)Zie: Cass. 26 februari 2010, AR F.09.0010.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100226.7, AC 2010, nr.
- Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Vonnis - Onmogelijkheid van ondertekening - Vermelding door de griffier - Wijze Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 785, eerste lid Tekst van de beslissing Nr. P.18.0340.N
- S H D, beklaagde, eiser,
- KBC VERZEKERINGEN nv, met zetel te 3000 Leuven, Prof. Roger Van Overstraetenplein 2, vrijwillig tussengekomen partij, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woon-plaats kiest, tegen
- L K, burgerlijke partij,
- D K, burgerlijke partij,
- I V, burgerlijke partij, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Joseph Stevensstraat 7, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correcti-onele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Ieper, van 18 januari
- De eiser 1 voert geen middel aan. De eiseres 2 voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden vonnis spreekt geen enkele veroordeling uit tegen de eiser
- Het cassatieberoep van de eiser 1 is bijgevolg bij gebrek aan belang niet ontvan-kelijk. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 778, 782 en 785 Gerechte-lijk Wetboek: het bestreden vonnis is niet ondertekend door alle rechters die het hebben gewezen terwijl het vonnis niet vermeldt dat rechter Colla in de onmoge-lijkheid verkeerde het te ondertekenen.
- Krachtens artikel 782, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, wordt het vonnis, vóór de uitspraak, ondertekend door de rechters die het hebben gewezen en door de griffier. Artikel 785, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat, indien de voorzitter of een van de rechters in de onmogelijkheid verkeert het vonnis te ondertekenen, de griffier daarvan melding maakt onderaan op de akte en de beslissing geldig is met de handtekening van de overige rechters die ze hebben uitgesproken. Het volstaat dat de vermelding dat de voorzitter of een van de rechters in de on-mogelijkheid verkeert het vonnis te ondertekenen, is aangebracht op het proces-verbaal van de rechtszitting waarop de uitspraak is gedaan.
- Het bestreden vonnis, dat is gewezen door een collegiale kamer van de rechtbank van eerste aanleg, is ondertekend door slechts twee van de rechters die het hebben gewezen en door de griffier. Het proces-verbaal van de rechtszitting waarop het bestreden vonnis werd gewezen, vermeldt: "De rechtbank spreekt het vonnis uit in afwezigheid van mevrouw A. Colla, rechter, die mede over de zaak [heeft] geoordeeld doch welke in de onmogelijkheid [verkeert] het vonnis te on-dertekenen (artikel 785 Gerechtelijk Wetboek)".
- Het middel dat aanvoert dat het bestreden vonnis nietig is, kan niet worden aangenomen. Tweede middel Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de appelrech-ters beantwoorden niet het verweer van de eiseres 2 met betrekking tot de toepas-sing van de kapitalisatiemethode voor de raming van de morele schade blijvende invaliditeit, loonverlies blijvende arbeidsongeschiktheid en de schade hulp van derden blijvende arbeidsongeschiktheid.
- De eiseres 2 heeft in appelconclusie aangevoerd dat de kapitalisatiemethode voor de raming van toekomstige schade enkel mogelijk is wanneer de parameters bekend en zeker zijn, wat niet het geval is, meer bepaald omdat de morele schade evolueert, het loonverlies voor de toekomst onzeker is, het inkomen zonder het ongeval onbekend is en er voor de hulp van derden onvoldoende bekende gege-vens zijn.
- De appelrechters oordelen dat: - voor de morele schade en het loonverlies de kapitalisatiemethode kan toegepast worden "gezien de toch zeer omvangrijke graad van blijvende invalidi-teit/blijvende ongeschiktheid" en een forfaitaire vergoeding in dit geval een on-voldoende vergoeding zou uitmaken; - voor de hulp van derden een geactualiseerde afrekening moet gemaakt worden.
- De appelrechters beantwoorden aldus het verweer van de eiseres 2 niet. Het onderdeel is gegrond. Eerste onderdeel
- Het onderdeel dat niet kan leiden tot ruimere cassatie noch tot cassatie zon-der verwijzing, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de vordering tot vergoeding voor de morele schade ingevolge blijvende invaliditeit, loonverlies in-gevolge blijvende arbeidsongeschiktheid en hulp aan derden ingevolge blijvende arbeidsongeschiktheid. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt aan de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eisers tot drie vierden van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat de beslissing daarover aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, zetelend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 1.413,39 euro, waarvan 158,73 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Geert Jocqué, Antoine Lievens, Erwin Francis en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 4 december 2018 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. V. Kosynsky I. Couwenberg E. Francis A. Lievens G. Jocqué P. Maffei PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181204.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100226.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191217.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div