id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181204.2 Rolnummer: P.18.0825.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2018-12-17 Raadplegingen: 798 - laatst gezien 2026-06-29 16:13 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Ook al houdt inzake douane en accijnzen het feit van de overtreding zelf in dat de dader daaraan schuldig moet worden geacht, behoudens overmacht of onoverwinnelijke dwaling, en de overtreder dus het wettelijke vermoeden van schuld kan doen omkeren, toch neemt dit wettelijk omkeerbare schuldvermoeden niet weg dat de dader weet moet hebben gehad van het feit van de overtreding
(1); bij het misdrijf dat bestaat in het verzuim aan een wettelijke verplichting te voldoen, volgt die kennis uit de kennis van de wettelijke verplichting zelf en bij een ander misdrijf moet die kennis bij de dader worden aangetoond.
(1)Cass. 12 september 2006, AR P.06.0416.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060912.2, AC 2006, nr.
- Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Misdrijf - Verzuimsmisdrijf - Handelingsmisdrijf - Moreel bestanddeel Fiche 2 Artikel 3, §1, van het koninklijk besluit van 19 mei 2014 inzake accijnzen betreffende controlemaatregelen voor brandstoffen verbiedt dat men zich, behalve in de wettelijk bepaalde gevallen, op de openbare weg begeeft met een door een explosie- of verbrandingsmotor aangedreven voertuig, zonder na te gaan of de daarvoor gebruikte brandstof denaturanten of merkstoffen bevat; dergelijk misdrijf maakt geen handelingsmisdrijf uit, maar een verzuimsmisdrijf. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Koninklijk besluit van 19 mei 2014 inzake accijnzen betreffende controlemaatregelen voor brandstoffen - Artikel 3, § 1 - Rijden op de openbare weg met een door explosie- of verbrandingsmotor aangedreven voertuig - Brandstof die denaturanten of merkstoffen bevat - Misdrijf - Aard Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 19-05-2014 - Art. 3, § 1 - 04 ELI link Pub nr 2014003245 Fiche 3 Behoudens overmacht of onoverwinnelijke dwaling, houdt de loutere overtreding van het voorschrift van artikel 3, §1, van het koninklijk besluit van 19 mei 2014 inzake accijnzen betreffende controlemaatregelen voor brandstoffen in dat de dader daaraan schuldig moet worden geacht omdat de kennis van het feit van de overtreding volgt uit de kennis van de wettelijke verplichting zelf. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Koninklijk besluit van 19 mei 2014 inzake accijnzen betreffende controlemaatregelen voor brandstoffen - Artikel 3, § 1 - Rijden op de openbare weg met een door explosie- of verbrandingsmotor aangedreven voertuig - Brandstof die denaturanten of merkstoffen bevat - Misdrijf - Moreel bestanddeel Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 19-05-2014 - Art. 3, § 1 - 04 ELI link Pub nr 2014003245 Tekst van de beslissing Nr. P.18.0825.N BELGISCHE STAAT, fod Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de direc-teur der douane en accijnzen te Hasselt, met kantoor te 3500 Hasselt, Voor-straat 43 bus 70, vervolgende partij, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffrey de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cas-satie, en met als raadsman mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie Brussel, tegen
- F A G G B, beklaagde, met als raadsman mr. Alain Franken, advocaat bij de balie te Luik,
- PALIFOR LOGISTICS sa, met zetel te 4480 Engis (Hermalle-sous-Huy), rue Chaumont 4C, beklaagde en burgerlijk aansprakelijke partij, met als raadsman mr. Mathias Dendievel, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 27 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie van antwoord van de verweerster 2
- Artikel 429, derde lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de verweer-der in cassatie zijn antwoord slechts kan aanvoeren in een memorie die is onder-tekend door een advocaat en die hij uiterlijk acht dagen vóór de rechtszitting ter griffie van het Hof moet doen toekomen.
- Deze termijn van acht dagen is een volle termijn, wat inhoudt dat acht vol-ledig vrije dagen moeten worden gelaten tussen de dag van de indiening van de memorie en de dag van de rechtszitting. Indien de negende of de tiende dag vóór de rechtszitting een zaterdag, zondag of feestdag zijn, moet de memorie ervoor zijn neergelegd.
- De memorie van antwoord werd ter griffie ontvangen op dinsdag 27 no-vember 2018, dit is buiten de in artikel 429, derde lid, Wetboek van Strafvorde-ring bedoelde termijn van ten minste acht dagen vóór de rechtszitting van 4 de-cember 2018, termijn die eindigde op vrijdag 23 november
- De memorie is laattijdig en bijgevolg niet ontvankelijk. Middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- De verweerder 1 voert aan dat het cassatieberoep onnauwkeurig en bijge-volg niet ontvankelijk is omdat de eiser in zijn memorie niet duidelijk uitlegt in welk opzicht de bestreden beslissing niet in overeenstemming is met de Belgische wet.
- De ontvankelijkheid van een cassatieberoep hangt niet af van de duidelijk-heid waarmee een eiser in cassatie de in zijn memorie aangevoerde onwettigheid uiteenzet. Het middel van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 3, in het bijzonder § 1, van het koninklijk besluit van 19 mei 2014 inzake accijnzen betreffende controlemaatre-gelen voor brandstoffen, vóór zijn opheffing bij het koninklijk besluit van 28 juni 2015, en de artikelen 433, 438 en 439 van de Programmawet van 27 december 2004, artikel 433 vóór zijn wijziging bij de wet van 18 december 2015: het arrest spreekt de verweerders vrij van het hen ten laste gelegde feit van het voorhanden hebben en het gebruik van vloeibare carburant, bevattende Solvent Yellow 124, voor het aandrijven van de verbrandingsmotor van een motorvoertuig dat op de openbare weg reed en dat geen machine of tractor was gebruikt bij de exploitatie van landbouw- en tuinbouwbedrijven, in de bosbouw en de zoetwatervisteelt; het oordeelt namelijk dat deze telastlegging een handelingsdelict betreft, dit is een misdrijf waarvan het materieel element bestaat in een positieve gedraging, en uit het onderzoek niet blijkt dat de verweerders kennis hadden van het feit van de overtreding op het tijdstip van de telastlegging; het betreft hier echter geen hande-lingsdelict maar een verzuimsdelict, dit is een misdrijf dat bestaat in het verzuim aan een wettelijke verplichting te voldoen; hieruit volgt dat de kennis van het feit van de overtreding volgt uit de kennis van de wettelijke verplichting zelf, die aanwezig dient te zijn bij professionele actoren zoals de verweerders.
- In de regel houdt inzake douane en accijnzen het feit van de overtreding zelf in dat de dader daaraan schuldig moet worden geacht, behoudens overmacht of onoverwinnelijke dwaling. De overtreder kan dus het wettelijke vermoeden van schuld doen omkeren. Dit wettelijk omkeerbare schuldvermoeden neemt niet weg dat de dader weet moet hebben gehad van het feit van de overtreding. Bij het misdrijf dat bestaat in het verzuim aan een wettelijke verplichting te voldoen, volgt die kennis uit de kennis van de wettelijke verplichting zelf. Bij een ander misdrijf moet die kennis bij de dader worden aangetoond.
- Artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 19 mei 2014 inzake accijnzen betreffende controlemaatregelen voor brandstoffen bepaalt dat de vloeibare mo-torbrandstoffen die hier te lande voorhanden zijn, verkocht of gebruikt worden voor de aandrijving van de in die bepaling vermelde explosie- of verbrandingsmo-toren, geen denaturanten of merkstoffen mogen bevatten. Krachtens paragraaf drie van dat artikel wordt onder zulke merkstof onder meer verstaan, de merkstof "Solvent Yellow 124" zoals omschreven in de "Colour Index International". Die bepaling verbiedt dat men zich, behalve in de wettelijk bepaalde gevallen, op de openbare weg begeeft met een door een explosie- of verbrandingsmotor aange-dreven voertuig, zonder na te gaan of de daarvoor gebruikte brandstof de merkstof "Solvent Yellow 124" bevat. Dat misdrijf maakt geen handelingsmisdrijf uit, maar een verzuimsmisdrijf.
- Hieruit volgt dat, behoudens overmacht of onoverwinnelijke dwaling, de loutere overtreding van het voorschrift van artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 19 mei 2014 inhoudt dat de dader daaraan schuldig moet worden geacht omdat de kennis van het feit van de overtreding volgt uit de kennis van de wette-lijke verplichting zelf. Het arrest dat anders oordeelt, verantwoordt de beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat ze aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Geert Jocqué, Antoine Lievens, Erwin Francis en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 4 december 2018 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. V. Kosynsky I. Couwenberg E. Francis A. Lievens G. Jocqué P. Maffei PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181204.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060912.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200623.2N.11 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251104.2N.99 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div