← België

ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181207.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181207.1 Rolnummer: C.17.0310.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-01-10 Raadplegingen: 661 - laatst gezien 2026-06-28 04:59 Versie(s): Vertaling FR Fiche Om te voldoen aan de krachtens artikel 1057, 7° Gerechtelijk Wetboek op straffe van nietigheid bepaalde verplichting in de akte van hoger beroep de uiteenzetting van de grieven te vermelden, is het noodzakelijk maar voldoende dat de appellant duidelijk maakt in welke mate hij zich door de beroepen beslissing gegriefd acht, zodat de geïntimeerde zijn conclusie kan voorbereiden en de appelrechter in staat is de draagwijdte van het hoger beroep na te gaan, zonder dat deze verplichting inhoudt dat ook de middelen ter staving van de grieven moeten worden vermeld

(1).
(1)Cass. 7 september 2000, AR C.99.0171.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000907.6, AC 2000, nr. 450; Cass. 14 december 2000, AR C.99.0359.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001214.17, AC 2000, nr. 692 met noot G. CLOSSET-MARCHAL, L'acte d'appel et sa motivation, RGDC, 2002, p. 231-234; Cass. 2 mei 2005, AR S.04.0161.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050502.3, AC 2005, nr. 255; Cass. 1 juni 2007, RABG 2008, afl. 11, p. 666 met noot S. BERNEMAN, "Over nieuwe grieven, nieuwe middelen en nieuwe vorderingen in hoger beroep: what's in a name; Cass. 22 oktober 2012, JTT 2013,
  1. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn. Onsplitsbaar geschil Vrije woorden: Vorm - Akte van hoger beroep - Verplichting tot uiteenzetting van grieven - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 09-10-1967 - Art. 1057, 7° Annotaties Publicaties: Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent [RABG] - VANLERSBERGHE, Patricia; Noot "De verplichting tot uiteenzetting van de grieven in de beroepsakte en haar sanctie" - 2019, nr. 6, p. 489-
  2. Tekst van de beslissing Nr. C.17.0310.N
  3. N.W.
  4. M.P., eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Joseph Stevensstraat 7, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
  5. M.M.,
  6. K.V., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen van 2 februari
  7. Sectievoorzitter Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  8. Krachtens artikel 1057, 7°, Gerechtelijk Wetboek vermeldt de akte van ho-ger beroep, met uitzondering van het geval waarin het hoger beroep bij conclusie wordt ingesteld, op straffe van nietigheid, de uiteenzetting van de grieven. Om aan deze verplichting te voldoen is het noodzakelijk maar voldoende dat de appellant duidelijk maakt in welke mate hij zich door de beroepen beslissing ge-griefd acht, zodat de geïntimeerde zijn conclusie kan voorbereiden en de appel-rechter in staat is de draagwijdte van het hoger beroep na te gaan. De verplichting de grieven te vermelden houdt niet in dat ook de middelen tot staving van de grie-ven moeten worden vermeld.
  9. Na te hebben vastgesteld dat de beroepsakte 16 pagina's telt, stelt de appel-rechter dat de enige grief die door de appellanten, de eisers, wordt aangevoerd de volgende is: "Ten onrechte beweerde de vrederechter echter in zijn vonnis a quo dat 1) de privacy van verzoekers niet zou zijn geschonden 2) verzoekers in het verleden zouden nagelaten hebben initiatief te nemen en zouden nagelaten hebben tussen te komen in de hangende procedure 3) verzoekers akkoord zouden zijn ge-gaan met de bouw door eerste gedaagden in beroep van hun schouw en roosters en verzoekers hiervan geen hinder zouden ondervinden". Hij voegt eraan toe: "Verder vermelden [de eisers] nog de volgende stijlformules: ‘Ten onrechte oordeelde de vrederechter in zijn vonnis a quo dat de privacy van verzoekers niet zou zijn geschonden' en ‘ten onrecht werden verzoekers veroor-deeld tot een verhoogde RPV'". De beroepsakte van de eisers van 2 juli 2015 maakt ook nog melding van een aan-tal vorderingen en van: - de niet-regulariseerbare bouwovertreding door de rechtsvoorganger van de verweerders, een procedure desbetreffend met expertise en veroordeling van vermelde rechtsvoorgangster en de stelling van en het mailverkeer met de ge-meente desbetreffend; - het vrijwillig voorkomen van het privacyprobleem tot en met 2011; - de verzoeningsprocedure omtrent de plaats van de schouw; - de aard van de hinder door het plaatsen van 2 roosters in de gemene muur. Met deze bezwaren maken de eisers duidelijk dat ze naast het door de appelrechter aangenomen driedubbele bezwaar, ook gegriefd zijn door het beroepen vonnis, omdat zij het bestaan van de bouwovertreding en de niet-naleving van de richtlijnen van de gemeente aanvoerden in antwoord op de vraag naar een fout, en zij verder op diverse vlakken geageerd hebben in strijd met wat werd aangenomen in het beroepen vonnis, en bestrijden de eisers verder nog de in dit vonnis aangenomen afwezigheid van hinder met verwijzing naar het voorafbestaan van een evenwichtsituatie op het terras die na 2011 werd verbroken.
  10. De appelrechter die oordeelt dat de beroepsakte "geen afdoende uiteenzet-ting van de grieven" van de eisers bevat en het hoger beroep "verworden is tot een zuivere herkansing van het geschil in tweede aanleg" verantwoordt zijn beslissing "om de akte van hoger beroep nietig te verklaren" niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, recht-zitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, en de raadsheer Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 7 december 2018 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. V. Van de Sijpe B. Wylleman B. Deconinck E. Dirix PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181207.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000907.6 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001214.17 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050502.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.