id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181211.3 Rolnummer: P.18.0472.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2019-01-10 Raadplegingen: 246 - laatst gezien 2026-06-29 03:21 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 507, eerste lid, Strafwetboek beschermt de schuldeiser niet alleen tegen het vernietigen of wegmaken van roerende goederen die het voorwerp uitmaken van een beslagmaatregel, maar ook tegen het vernietigen of het wegmaken van de toebehoren van een beslagen onroerend goed in de mate dat deze goederen kunnen worden losgemaakt en ontdragen; in dat geval is voor strafbaarheid niet vereist dat het beslagen onroerend goed zelf geheel of gedeeltelijk is vernietigd. Thesaurus CAS: BESLAG - ALLERLEI Vrije woorden: Ontdraging van in beslag genomen goederen - Begrip - Draagwijdte Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Begrip - Ontdraging van in beslag genomen goederen - Draagwijdte Tekst van de beslissing Nr. P.18.0472.N
- S W, beklaagde,
- N J H P, beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Elke Carette, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 21 maart
- De eiser 1 voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiseres 2 voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel van de eiser 1 Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest be-antwoordt niet het door de eiser 1 aangevoerde verweer dat artikel 507 Strafwet-boek enkel toepasselijk is op die handelingen, welke het gehele beslag onwerkda-dig maken, waardoor het onderpand voor de schuldeisers volledig verdwijnt; de appelrechters geven ook niet aan waarom zij zaken, die duidelijk vastgehecht wa-ren en die dus onroerend werden door incorporatie, menen te moeten kwalificeren als onroerend door bestemming; het arrest geeft ten slotte evenmin aan op welke wijze de in beslag genomen goederen werden weggemaakt hoewel de eiser zulks in conclusie betwistte.
- Het arrest oordeelt door overname van de redenen van het beroepen vonnis en met eigen redenen dat: - artikel 507 Strafwetboek ook het toebehoren van een beslagen onroerend goed beschermt in de mate dat deze goederen, hoewel onroerend door bestemming, zouden kunnen worden losgemaakt en ontdragen ten nadele van de schuldeiser die beslag heeft gelegd op het onroerend goed; - de strafrechter bij het onderzoeken van de aard van de betrokken zaak niet ge-bonden is door de invulling van het begrip "(on)roerende zaak" in het burgerlijk recht en die hieraan bij de interpretatie van de strafwet een andere betekenis of draagwijdte kan geven; - uit de delictsomschrijving van artikel 507 Strafwetboek blijkt dat de ontdraging van in beslag genomen zaken bestaat uit de wegmaking of vernietiging ervan door de beslagene; - elke daad die het recht van de beslagleggende schuldeiser verlamt of belem-mert reeds een ontdraging van in beslag genomen goederen in de zin van artikel 507 Strafwetboek vormt; - het voldoende is dat door de schuld van de eisers de goederen door de ge-rechtsdeurwaarder niet kunnen worden teruggevonden; - het beslagexploot vermeldt dat eveneens onder het beslag vallen: "al het huidig en toekomstig toebehoren dat als onroerend of onroerend door bestemming wordt beschouwd en alle huidige en toekomstige verbeteringen, zo onder meer alle opgerichte of op te richten gebouwen"; - uit het proces-verbaal van vaststelling door de gerechtsdeurwaarder aan de hand van de foto's blijkt dat het pand te B volledig werd ontmanteld; - de eiser 1 heeft toegegeven dat hij alles heeft weggenomen en dat hij zelfs ver-klaarde deze goederen te hebben vernietigd; - de eiser 1 in die zin minstens de bedoeling had de rechten van de schuldeiser lam te leggen en diens belangen te schaden; - de appelrechters er in gemoede van overtuigd zijn dat de eiser 1 zich de goe-deren persoonlijk heeft toegeëigend. Met die redenen beantwoordt en verwerpt het arrest de door het onderdeel bedoelde verweren. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 507 Strafwetboek: het arrest maakt een onjuiste toepassing van de wet door het ten laste gelegde misdrijf be-wezen te verklaren; dit misdrijf is immers enkel van toepassing in geval van een beslag op roerende goederen; het arrest stelt bovendien niet vast dat het in beslag genomen onroerend goed in zijn geheel werd vernietigd; omwille van het onroe-rend karakter ervan kon het ook niet worden weggemaakt.
- Artikel 507, eerste lid, Strafwetboek bestraft de beslagene en allen die voorwerpen waarop tegen hem beslag is gedaan, in zijn belang bedrieglijk vernie-tigen of wegmaken. Deze wetsbepaling beschermt de schuldeiser niet alleen tegen het vernietigen of wegmaken van roerende goederen die het voorwerp uitmaken van een beslagmaatregel, maar ook tegen het vernietigen of het wegmaken van de toebehoren van een beslagen onroerend goed in de mate dat deze goederen kun-nen worden losgemaakt en ontdragen. In dat geval is voor strafbaarheid niet ver-eist dat het beslagen onroerend goed zelf geheel of gedeeltelijk is vernietigd. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Eerste middel van de eiseres 2
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest ant-woordt niet op het in de conclusie aangevoerde verweer van de eiseres 2 dat zij geen kennis had van het beslag; de appelrechters geven ook niet aan waarom zij zaken die geen eigendom waren van de eigenaar van het onroerend goed menen te moeten kwalificeren als onroerend door bestemming; het arrest beantwoordt evenmin het door de eiseres 2 aangevoerde verweer dat zij niet handelde met be-drieglijk opzet of in het belang van de beslagene; zij handelde immers uit eigenbe-lang daar zij van oordeel was dat de goederen haar eigendom waren.
- Het arrest oordeelt met eigen en met van het beroepen vonnis overgenomen redenen dat: - artikel 507 Strafwetboek ook het toebehoren van een beslagen onroerend goed beschermt in de mate dat deze goederen, hoewel onroerend door bestemming, zouden kunnen worden losgemaakt en ontdragen ten nadele van de schuldeiser die beslag heeft gelegd op het onroerend goed; - de strafrechter bij het onderzoeken van de aard van de betrokken zaak niet ge-bonden is door de invulling van het begrip "(on)roerende zaak" in het burger-lijk recht en die hieraan bij de interpretatie van de strafwet een andere beteke-nis of draagwijdte kan geven; - de eiseres 2 uit het pand te B een witte keuken en een elektrische poort heeft weggemaakt, hetgeen door haar niet wordt betwist; - de eiseres 2 heeft toegegeven dat zij op de hoogte was van het onroerend be-slag; - uit de verklaring van de eiseres 2 bovendien blijkt dat zij regelmatige contacten onderhield met de eiser 1; - de eiseres 2 goed op de hoogte was van zijn handelen en de verbalisanten zelfs het nummer kon geven waar hij te bereiken was in Polen; - uit de verklaring van de eiseres 2 dat zij de goederen heeft weggemaakt om na-derhand onder te brengen in de lokalen op het adres van de nieuwe bedrijfsze-tel van F alleen al het bedrieglijk opzet in haar hoofde blijkt; - F door de eiser 1 was opgericht om middels deze rechtspersoon zijn activiteiten verder te zetten na het faillissement van de bvba T; - de eiseres 2 in samenspraak met en in het belang van de eiser 1 het keukentje (dat op naam van de eiser 1 was gefactureerd) en de elektrische poort heeft weggehaald uit het pand te B. Met die redenen beantwoordt het arrest de door het middel bedoelde verweren. Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede middel van de eiseres 2
- Het middel voert schending aan van artikel 507 Strafwetboek: het arrest maakt een onjuiste toepassing van de wet door het ten laste gelegde misdrijf be-wezen te verklaren; dit misdrijf is immers enkel van toepassing in geval van een beslag op roerende goederen; de toebehoren van een onroerend goed zijn niet ge-viseerd.
- Het middel dat eenzelfde strekking heeft als het tweede onderdeel van het middel van de eiser 1, moet om de in het antwoord op dat onderdeel vermelde re-denen worden verworpen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers elk tot de helft van de kosten. Bepaalt de kosten op 100,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Erwin Francis, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 11 december 2018 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. K. Vanden Bossche I. Couwenberg S. Berneman E. Francis A. Bloch F. Van Volsem PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181211.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div