id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Artikel 62
Vrije woorden: Proces-verbaal - Bijzondere bewijswaarde - Verbalisant - Persoonlijke betrokkenheid bij geverbaliseerd misdrijf - Deelname aan het verkeer door de verbalisant - Gevolg Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Vrije woorden: Artikel 62, Wegverkeerswet - Proces-verbaal - Bijzondere bewijswaarde - Verbalisant - Persoonlijke betrokkenheid bij geverbaliseerd misdrijf - Deelname aan het verkeer door de verbalisant - Gevolg Fiches 3 - 4 Uit het enkele feit dat een verbalisant in zijn proces-verbaal aangeeft geen persoonlijk betrokken verbalisant te zijn, volgt niet dat hij een persoonlijk betrokken verbalisant is; het staat aan de rechter te oordelen of een verbalisant daadwerkelijk persoonlijk betrokken is. Thesaurus CAS: WEGVERKEER -
Artikel 62
Vrije woorden: Proces-verbaal - Bijzondere bewijswaarde - Verbalisant - Persoonlijke betrokkenheid bij geverbaliseerd misdrijf - Deelname aan het verkeer door de verbalisant - Aangifte door verbalisant niet persoonlijk betrokken te zijn - Gevolg Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Vrije woorden: Artikel 62, Wegverkeerswet - Proces-verbaal - Bijzondere bewijswaarde - Verbalisant - Persoonlijke betrokkenheid bij geverbaliseerd misdrijf - Deelname aan het verkeer door de verbalisant - Aangifte door verbalisant niet persoonlijk betrokken te zijn - Gevolg Fiches 5 - 7 Uit de omstandigheid dat de rechter oordeelt dat een verbalisant niet persoonlijk betrokken is en de in het proces-verbaal vermelde zintuiglijke vaststellingen bijgevolg een bijzondere bewijswaarde hebben, volgt niet dat de overtreder zich betreffende die vaststellingen niet meer zou kunnen verweren. Thesaurus CAS: WEGVERKEER -
Artikel 62
Vrije woorden: Proces-verbaal - Bijzondere bewijswaarde - Verbalisant - Oordeel van rechter dat verbalisant niet persoonlijk betrokken is bij geverbaliseerd misdrijf - Gevolg Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Vrije woorden: Artikel 62, Wegverkeerswet - Proces-verbaal - Bijzondere bewijswaarde - Verbalisant - Oordeel van rechter dat verbalisant niet persoonlijk betrokken is bij geverbaliseerd misdrijf - Gevolg Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Artikel 62, Wegverkeerswet - Proces-verbaal - Bijzondere bewijswaarde - Verbalisant - Oordeel van rechter dat verbalisant niet persoonlijk betrokken is bij geverbaliseerd misdrijf - Gevolg Annotaties Publicaties: Politie & Recht [P&R] - CAREEL, Sem; Noot "De persoonlijk betrokken verbalisant in het wegverkeerscontentieux" - 2021, nr. 1, p. 48-
- Tekst van de beslissing Nr. P.18.0896.N L H M B, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Sidney Van Nieuwenhove, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 28 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel Derde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 62, eerste lid, Wegverkeers-wet: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de verbalisant niet persoonlijk betrokken is en kent ten onrechte een bijzondere bewijswaarde toe aan de door hem in het proces-verbaal opgenomen vaststellingen; het bestreden vonnis doet de volgende vaststellingen: de verbalisant reed op het einde van de uitvoegstrook verder over het verdrijvingsvak en vervolgens over de pechstrook; de eiser zou vervolgens een Volkswagen Golf (waarvan verbalisant de nummerplaat niet no-teerde) gehinderd hebben; de eiser zou ander aankomend verkeer gehinderd heb-ben, waardoor deze bestuurders bruusk dienden te remmen; de eiser zou uiteinde-lijk een Mercedes (waarvan verbalisant ook de nummerplaat niet noteerde) ook gehinderd hebben; de eiser heeft aan het tankstation de verbalisant geconfron-teerd; de verbalisant heeft zijn hoedanigheid aan de eiser pas kenbaar gemaakt na-dat deze de nummerplaat van het privévoertuig van de verbalisant noteerde; uit die vaststellingen kan het bestreden vonnis niet afleiden dat de verbalisant niet be-trokken is en het proces-verbaal bijzondere bewijswaarde heeft; met die beoorde-ling miskent het bestreden vonnis ook de feitelijke gegevens van het strafdossier.
- Het bestreden vonnis oordeelt niet dat de verbalisant op het einde van de uitvoegstrook verder reed over het verdrijvingsvak en vervolgens over de pech-strook, maar wel: "Op 8 februari 2017 omstreeks 17u45 wordt de aandacht van de verbalisant op de E314 in de richting van Lummen getrokken door de bestuurder van een lichte vrachtwagen met kentekenplaat [ ... ] ingeschreven op naam van de [eiser]. Ter hoogte van de afrit 20 (Wilsele) reed de bestuurder op de uitvoeg-strook. Op het einde van de uitvoegstrook reed hij verder over het verdrijvingsvak en vervolgens op de pechstrook." In zoverre berust het onderdeel op een onjuiste lezing van de bestreden beslissing en mist het feitelijke grondslag.
- Krachtens artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet hebben de processen-verbaal opgesteld door de overheidspersonen die de Koning aanwijst om toezicht te houden op de Wegverkeerswet en haar uitvoeringsbesluiten bewijswaarde zo-lang het tegendeel niet is bewezen.
- Deze bijzondere bewijswaarde geldt niet wanneer de verbalisant van een dergelijk proces-verbaal persoonlijk betrokken is bij het misdrijf dat het voorwerp uitmaakt van dat proces-verbaal. De enkele omstandigheid dat de verbalisant die proces-verbaal opstelt deelneemt aan het verkeer en bij die deelname overtredin-gen vaststelt waarvan hij proces-verbaal opstelt en na die vaststellingen met de overtreder wordt geconfronteerd, volstaat niet om te besluiten tot persoonlijke be-trokkenheid van de verbalisant. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het staat aan de rechter om, rekening houdend met het voorgaande, te oor-delen of een verbalisant persoonlijk betrokken is bij de door hem vastgestelde misdrijven. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit de door hem gedane vaststel-lingen geen gevolgen trekt die op grond daarvan niet kunnen worden verant-woord.
- De appelrechters kunnen op basis van de vaststellingen die het bestreden vonnis bevat, wel degelijk oordelen dat de verbalisant geen betrokken partij is bij de door hem vastgestelde misdrijven en zijn proces-verbaal bijgevolg voor wat betreft de zintuiglijke waarnemingen bijzondere bewijswaarde heeft. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
- Voor het overige verplicht het onderdeel tot een onderzoek van feiten waar-voor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het niet ontvankelijk. Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het bestreden vonnis beantwoordt niet meerdere in de appelconclusie aangevoerde feitelijke ge-gevens waaruit de persoonlijke betrokkenheid van de verbalisant blijkt; het ont-breekt het bestreden vonnis, dat vaag blijft over de persoonlijke betrokkenheid van de verbalisant, aan een afdoende motivering; het beantwoordt niet afdoende op het aangevoerde tegenbewijs waaruit de onmogelijkheid tot de feitelijke vast-stellingen blijkt.
- Met de redenen die het bestreden vonnis bevat, beantwoordt het de door het onderdeel bedoelde verweren, zonder dat het diende te antwoorden op argumenten die slechts werden aangevoerd tot staving van de verweren over de persoonlijke betrokkenheid van de verbalisant en het aangevoerde tegenbewijs en die geen zelfstandige verweren vormden. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek: met het oordeel dat de verbalisant de nummerplaat van de andere voertuigen niet heeft kunnen noteren, miskent het bestreden vonnis de be-wijskracht van het proces-verbaal dat een dergelijke vermelding niet bevat.
- Het bestreden vonnis verwijst voor het door met het onderdeel bekritiseerde oordeel niet naar het proces-verbaal. Het kan dan ook de bewijskracht ervan niet miskennen. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3 EVRM, alsook miskenning van het recht van verdediging met inbegrip van de wapengelijkheid: het bestreden vonnis kent bijzondere bewijswaarde toe aan het proces-verbaal terwijl het zo is opgesteld dat de eiser niet de mogelijkheid kreeg om zich afdoend te verdedigen; de verbalisant zorgde ervoor dat geen enkele getuige in de zaak kon worden betrokken om de vermeende vaststellingen te nuanceren, terwijl er wel degelijk tal van getuigen voorhanden waren; hij beïnvloedde de rechter door te stellen dat hij geen betrokken partij was en zijn hoedanigheid van politie-inspecteur laattijdig heeft kenbaar gemaakt.
- In zoverre het onderdeel is gericht tegen het optreden van de verbalisant en tegen het door hem opgestelde proces-verbaal en dus niet tegen het bestreden vonnis, is het niet ontvankelijk.
- In zoverre het onderdeel verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
- Uit het enkele feit dat een verbalisant in zijn proces-verbaal aangeeft geen persoonlijk betrokken verbalisant te zijn, volgt niet dat hij een persoonlijk betrok-ken verbalisant is. Het staat aan de rechter te oordelen of een verbalisant daad-werkelijk persoonlijk betrokken is. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- In zoverre het onderdeel is afgeleid uit de met het derde onderdeel van het tweede middel aangevoerde wetsschending, is het niet ontvankelijk.
- Uit de omstandigheid dat de rechter oordeelt dat een verbalisant niet per-soonlijk betrokken is en de in het proces-verbaal vermelde zintuiglijke vaststellin-gen bijgevolg een bijzondere bewijswaarde hebben, volgt niet dat de overtreder zich betreffende die vaststellingen niet meer zou kunnen verweren. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM, alsook misken-ning van het algemeen rechtsbeginsel in dubio pro reo of in geval van twijfel wordt ten gunste van de verdachte beslist: in geval van twijfel mag de rechtbank de beklaagde die van het vermoeden van onschuld geniet, niet veroordelen; het bestreden vonnis neemt de twijfelachtige vaststellingen van de verbalisant voor waar aan zonder ze aan het nodige onderzoek te onderwerpen.
- Het onderdeel is afgeleid uit de vergeefs met het eerste en derde onderdeel van het tweede middel aangevoerde wetsschendingen en is bijgevolg niet ontvan-kelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. K. Vanden Bossche I. Couwenberg S. Berneman E. Francis A. Bloch F. Van Volsem Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Erwin Francis, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 11 december 2018 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181211.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170905.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div