id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181214.3 Rolnummer: F.14.0111.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-01-10 Raadplegingen: 351 - laatst gezien 2026-06-28 05:01 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181214.3 Fiche Moratoriuminteresten worden toegekend telkens wanneer een door de Staat onterecht ontvangen som die door de belastingadministratie is ingehouden en die aan de belastingplichtige interesten ontzegt op de sommen die hem onterecht zijn ontnomen, aan de belastingplichtige wordt terugbetaald, ongeacht de reden waarom de terugbetaling van de ingekohierde belastingen en de aankleven daarop moet gebeuren
(1)Zie concl. OM. Het Hof heeft op dezelfde datum een tweede arrest in dezelfde zin uitgesproken (F.14.0188.N). Thesaurus CAS: INTERESTEN - MORATOIRE INTERESTEN Vrije woorden: Inkomstenbelastingen - Onterecht ontvangen nalatigheidsinteresten ingehouden door de fiscale administratie - Terugbetaling Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 26-02-1964 - Art. 308 - 31 Link Justel databank 19640226-31 Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 418 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Tekst van de beslissing Nr. F.14.0111.N BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de ontvanger van de directe belastingen te Leuven 4, met kantoor te 3001 Leuven, Philipssite 3A, bus 2, eiser, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67/14, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- BELGISCHE DISTRIBUTIEDIENST nv, met zetel te 1930 Zaventem (Nossegem), Mechelsesteenweg 414, verweerster,
- J.V., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 5 maart
- Advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen heeft op 7 november 2018 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 308 WIB64 worden, bij de terugbetaling van belastingen, moratoriuminteresten toegekend tegen een rentevoet van 0,8 pct. per kalender-maand. Moratoriuminteresten worden toegekend telkens wanneer een door de Staat onterecht ontvangen som die door de belastingadministratie is ingehouden en die aan de belastingplichtige interesten ontzegt op de sommen die hem onterecht zijn ontnomen, aan de belastingplichtige wordt terugbetaald, ongeacht de reden waarom de terugbetaling van de ingekohierde belasting en de aankleven daarop moet gebeuren. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat geen moratoriuminteresten verschuldigd zijn op grond van artikel 308 WIB64 omdat een teruggave van belastingen enkel kan geschieden bij ontheffing na bezwaar van de belastingplichtige, in het kader van een ambtshalve ontheffing of in geval van teruggave bij kohier, faalt naar recht. Tweede onderdeel
- De eiser werd veroordeeld tot betaling van moratoriuminteresten op grond van artikel 308 WIB64, later artikel 418 WIB92, en niet op grond van de beginse-len van de onverschuldigde betaling. Het onderdeel dat volledig ervan uitgaat dat de eiser werd veroordeeld tot de betaling van interesten aan de eerste verweerster op grond van onverschuldigde betaling, berust op een onjuiste lezing van het arrest en mist bijgevolg feitelijke grondslag. Derde onderdeel
- De appelrechters stellen vast dat, wat de "kapitalisatie op grond van art. 1154 B.W. betreft", de "[de eerste verweerster] ter zitting van het hof van 29 ja-nuari 2014 preciseerde dat zij geen kapitalisatie van interesten vorderde voor zover haar vordering steunt op art. 418 W.I.B. 1992, hetgeen in deze het geval is". Het onderdeel dat volledig ervan uitgaat dat artikel 1154 Burgerlijk Wetboek vol-gens de appelrechters kan worden toegepast bij de terugbetaling van fiscale geld-schulden of kapitalen bedoeld in de artikelen 308 WIB64 en artikel 418 WIB92, berust op een onjuiste lezing van het arrest en mist bijgevolg feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 441,42 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, en de raadsheren Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 14 december 2018 uitgesproken door sectievoor-zitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. V. Van de Sijpe B. Wylleman F. Van Volsem G. Jocqué B. Deconinck E. Dirix PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181214.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181214.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div