id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181221.4 Rolnummer: C.18.0216.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-01-18 Raadplegingen: 409 - laatst gezien 2026-06-28 05:03 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De verplichting om, na tussenkomst van de bekrachtigende beslissing, zowel de bekrachtigende beslissing als de beslissing waarin de dwangsom werd opgelegd desgevallend opnieuw te betekenen, is ingegeven door de noodzaak van rechtszekerheid teneinde geschillen zoveel als mogelijk te vermijden; hieraan wordt ook voldaan wanneer de bekrachtigde beslissing wordt betekend na de betekening van de bekrachtigende beslissing; een gelijktijdige betekening van beide beslissingen is niet vereist. Thesaurus CAS: DWANGSOM Vrije woorden: Beslissing waarin de dwangsom werd opgelegd - Bekrachtigende beslissing - Betekening - Oogmerk - Voorwaarde - Al dan niet gelijktijdige betekening Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385bis, derde lid Fiches 2 - 3 Het bevel tot betalen is de eerste daad van tenuitvoerlegging waarbij de schuldenaar bij gerechtsdeurwaardersexploot wordt aangemaand om de in de uitvoerbare titel opgenomen verbintenissen na te komen; onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 1564 Gerechtelijk Wetboek inzake uitvoerend beslag op onroerend goed, dient de rechterlijke beslissing die vooraf werd betekend aan de schuldenaar niet opnieuw te worden betekend met het bevel; het volstaat dat het exploot verwijst naar de rechterlijke beslissing, de datum van betekening vermeldt en de omvang van de schuldvordering bepaalt. Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Stuiting Vrije woorden: Bevel tot betalen - Begrip - Betekening van de uitvoerbare titel - Betekening van het bevel - Inhoud van het exploot Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2244, § 1, eerste lid Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: Bevel tot betalen - Begrip - Gevolg - Verjaring - Stuiting - Betekening van de uitvoerbare titel - Betekening van het bevel - Inhoud van het exploot Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2244, § 1, eerste lid Tekst van de beslissing Nr. C.18.0216.N
- R.F.,
- P.F., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kie-zen, tegen STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR VAN DE PROVINCIE LIM-BURG, met kantoor te 3500 Hasselt, Koningin Astridlaan 50 bus 1, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 29 maart
- Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 1385bis, derde lid, Gerechtelijk Wetboek kan de dwang-som niet worden verbeurd dan na de betekening van de uitspraak waarbij zij is vastgesteld.
- In zijn arrest nr. A 96/1 van 12 mei 1997 heeft het Benelux-Gerechtshof verklaard voor recht dat: "Indien de rechter in eerste aanleg aan een door hem uitgesproken hoofdveroordeling een veroordeling tot betaling van een dwangsom heeft verbonden en vervolgens de rechter in hoger beroep de aan de veroordeelde partij betekende uitspraak van de rechter in eerste aanleg - waarvan de nog niet voltooide tenuitvoerlegging door het hoger beroep was geschorst - heeft bekrach-tigd, brengt het bepaalde in artikel 1 lid 3 van de Eenvormige Wet mee dat de be-krachtigde uitspraak opnieuw, tezamen met de uitspraak in hoger beroep, aan de veroordeelde partij moet worden betekend alvorens (opnieuw) dwangsommen kunnen worden verbeurd". In zijn arrest nr. A 12/3 van 2 juli 2013 heeft het Benelux-Gerechtshof verklaard voor recht dat "in de gevallen waarin het cassatieberoep tegen de rechterlijke be-slissing waarbij de dwangsom wordt opgelegd schorsende werking heeft en dit cassatieberoep verworpen wordt, de dwangsom slechts kan worden verbeurd vanaf het ogenblik dat zowel deze rechterlijke beslissing als het arrest waarbij het daartegen ingestelde cassatieberoep wordt verworpen, aan de veroordeelde zijn betekend".
- De verplichting om, na tussenkomst van de bekrachtigende beslissing, zowel de bekrachtigende beslissing als de beslissing waarin de dwangsom werd op-gelegd desgevallend opnieuw te betekenen, is ingegeven door de noodzaak van rechtszekerheid teneinde geschillen zoveel als mogelijk te vermijden. Hieraan wordt ook voldaan wanneer de bekrachtigde beslissing wordt betekend na de be-tekening van de bekrachtigende beslissing. Een gelijktijdige betekening van beide beslissingen is niet vereist.
- Aangezien deze uitleg voor de hand ligt, is er geen aanleiding tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Benelux Gerechtshof.
- Uit de vaststellingen van de appelrechters blijkt dat: - de dwangsom werd opgelegd aan de eiseres in een vonnis van 18 december 1990 van de correctionele rechtbank te Hasselt; - het hoger beroep tegen deze beslissing werd verworpen door het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 5 juni 1991; - dit arrest werd betekend aan de eisers op 4 februari 1993 en 27 juli 1993; - het vonnis van 18 december 1990 werd betekend op 26 januari
- De appelrechters die op grond van deze vaststellingen oordelen dat de dwangsom kon verbeuren vanaf 26 januari 1994, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 2244, § 1, eerste lid, Burgerlijk Wetboek kan de verjaring worden gestuit door een bevel tot betaling.
- Het bevel tot betalen is de eerste daad van tenuitvoerlegging waarbij de schuldenaar bij gerechtdeurwaardersexploot wordt aangemaand om de in de uit-voerbare titel opgenomen verbintenissen na te komen. Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 1564 Gerechtelijk Wetboek inzake uitvoerend beslag op onroe-rend goed, dient de rechterlijke beslissing die vooraf reeds werd betekend aan de schuldenaar niet opnieuw te worden betekend met het bevel. Het volstaat dat het exploot verwijst naar de rechterlijke beslissing, de datum van de betekening ver-meldt en de aard en de omvang van de schuldvordering bepaalt.
- Het onderdeel dat ervan uitgaat dat het bevel enkel de verjaring stuit indien samen met het bevel ook de rechterlijke beslissing wordt betekend, gaat uit van een andere rechtsopvatting. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel komt op tegen de feitelijke beoordeling van de appelrechters en is bijgevolg niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 911,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 21 december 2018 uitgesproken door sectievoor-zitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. K. Vanden Bossche K. Moens B. Wylleman K. Mestdagh A. Smetryns E. Dirix PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181221.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div