← België

ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181102.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 02 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181102.2 Rolnummer: C.17.0309.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2018-11-29 Raadplegingen: 178 - laatst gezien 2026-06-28 04:52 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181102.2 Fiche Uit het beginsel van de relativiteit van de overeenkomsten volgt dat de rechter, bij de begroting van de schadevergoeding die een onderaannemer wegens niet-uitvoering van zijn verbintenis jegens de hoofdaannemer verschuldigd is, niet gebonden is aan de begroting van de schadevergoeding wegens wanprestatie die in de aannemingsovereenkomst tussen de hoofdaannemer en de opdrachtgever bedongen is; de aan de schuldeiser toekomende schadevergoeding moet alleen omvatten wat het gevolg is van de tekortkoming begaan door de schuldenaar

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - VERBINDENDE KRACHT (NIET-UITVOERING) Vrije woorden: Onderaannemer - Niet-uitvoeren van verbintenis - Begroting schadevergoeding jegens de hoofdaannemer - Bedongen schadevergoeding in de overeenkomst tussen hoofdaannemer en opdrachtgever - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1165 Tekst van de conclusie C.17.0309.N Conclusie van advocaat-generaal Mortier:
  1. Feiten en procedure Uit de vaststellingen van de appelrechter blijkt dat de Stad Sint-Truiden een openbare aanbesteding uitschreef voor het uitbreiden van haar containerpark en de werken aan verweerster werden toegewezen. Verweerster deed voor het leveren van beton beroep op eiseres als onderaannemer. Deze week op eigen initiatief af van het contractueel overeengekomen typebestek en toen vastgesteld werd dat het geleverd beton niet voldeed aan de contractueel voorziene druksterkte vorderde de Stad Sint-Truiden eerst de vernieuwing van de betonverharding. Daarop vroeg verweerster de werken toch te aanvaarden met toepassing van de refactieformule en de Stad Sint-Truiden besliste hierop in te gaan. Verweerster ging echter ondanks aanmaning niet over tot de betaling van dit bedrag. De eerste rechter oordeelde dat de refactieformule juist en naar redelijkheid moet worden toegepast en de prijsherziening in verhouding moet zijn met de mindere kwaliteit waarna verweerster veroordeeld werd tot betaling van de werkelijke minwaarde wegens mogelijk kwaliteitsverlies door verminderde druksterkte, zoals bepaald door de aangestelde deskundige. De appelrechter oordeelde echter dat de contractueel voorziene refactieformule correct werd berekend en toegepast diende te worden ongeacht de inhoud van het deskundig verslag dat enkel kan worden aanzien als een technisch advies. Verweerster werd bij arrest van 13 november 2016 veroordeeld tot betaling van de op grond van die formule berekende som. Eiseres werd veroordeeld in vrijwaring van verweerster voor de veroordeling die zij opliep ten aanzien van de stad omdat zij op eigen initiatief afweek van de bepalingen van het contractueel voorzien typebestek. Tegen dit arrest voert eiseres één middel aan bestaande uit drie onderdelen. In het eerste onderdeel voert eiseres aan dat de appelrechter ten onrechte de interne gevolgen van de overeenkomst tussen verweerster en de Stad Sint-Truiden oplegt ten opzichte van eiseres als derde, zodat eiseres hierdoor benadeeld wordt aangezien zij ontzegd wordt dat rekening wordt gehouden met het positief verslag van de deskundige. De appelrechters blijven bovendien in gebreke te motiveren waarom afgeweken wordt van het voor eiseres positieve besluit van het deskundig verslag.
  2. Bespreking 2.
  3. Krachtens artikel 1165 BW brengen overeenkomsten alleen gevolgen teweeg tussen de contracterende partijen en brengen zij aan derden geen nadeel toe. Uit de rechtspraak van uw Hof volgt dat gelet op dit beginsel van de relativiteit van de overeenkomsten een derde niet kan gehouden zijn tot het nakomen van een verplichting welke enkel door de verbintenis van één van deze partijen is ontstaan
(1). Evenwel verbiedt dit beginsel niet dat de rechter bij de beoordeling van de gevolgen die voortvloeien uit de niet-uitvoering van een contract, rekening houdt met het bestaan van een overeenkomst tussen één van de contractanten en een derde alsmede met de gevolgen van die overeenkomst. In zijn arrest van 23 oktober 1987
(2)verwierp Uw Hof de door eiser aangevoerde schending van artikel 1165 BW doordat de appelrechters een onderaannemer deels aansprakelijk achtten voor de vertraging in de uitvoering van het werk waartoe de hoofdaannemer had gecontracteerd met zijn opdrachtgever en ten gevolge waarvan de hoofdaannemer een contractueel forfaitair overeengekomen schadevergoeding diende te betalen en zij dienvolgens beslisten dat de onderaannemer de hoofdaannemer diende te vrijwaren tot beloop van de helft van het bedrag van die forfaitaire schadevergoeding. Uw Hof oordeelde dat de aangevoerde schending van artikel 1165 BW faalt naar recht omdat dit artikel niet verbiedt om bij de begroting van de schade, die de onderaannemer wegens de niet-nakoming van zijn verbintenissen verschuldigd is aan de hoofdaannemer, rekening te houden met de feitelijke weerslag van zijn tekortkoming op de tussen de hoofdaannemer en zijn opdrachtgever gesloten overeenkomst. Anderzijds oordeelde Uw Hof
(3)dat uit de relativiteit van de overeenkomsten volgt dat de rechter bij de begroting van de schadevergoeding die een tussenpersoon wegens de niet-uitvoering van zijn verbintenis jegens zijn opdrachtgever verschuldigd is, niet gebonden is aan de begroting van de schadevergoeding wegens wanprestatie die bedongen werd in de hoofdovereenkomst. De rechter mag, op vordering tot terugbetaling tegen de tussenpersoon die hij met een opdracht had gelast maar die foutief zijn verbintenis niet had nageleefd, oordelen in feite dat de schade van de eisende partij gedeeltelijk niet het gevolg is van de tekortkoming van de tussenpersoon. Met andere woorden kan de rechter dus rekening houden met de feitelijke weerslag die de tekortkoming van een derde heeft op de hoofdovereenkomst, maar is hij niet gebonden door die hoofdovereenkomst bij het begroten van de schadevergoeding die de derde verschuldigd is wegens een tekortkoming. 2.2. Bij niet-nakoming in een wederkerig contract kan de benadeelde schuldeiser in beginsel slechts kiezen tussen de gedwongen uitvoering van het contract - in hoofdorde in natura en in subsidiaire orde bij equivalent - of de ontbinding ervan. Prijsvermindering of refactie is naar Belgisch recht geen algemeen erkende en autonome remedie voor wederkerige overeenkomsten. Toch wordt deze mogelijkheid in tal van bijzondere overeenkomsten erkend. Het is een sui-generis rechtsfiguur die vooral in handels- koop overeenkomsten gebruikt wordt bij tekortkomingen in de kwaliteit of kwantiteit
(4). Het betreft de proportionele aanpassing van de prijs in een contract waarin een gedeeltelijke tekortkoming plaatsvindt die al dan niet aan de schuldenaar toerekenbaar is, maar die het nut van het contract niet aantast
(5). Ook het toepassen van de prijsverminderingsremedie is een keuze van de schuldeiser, omdat deze best geplaatst is om na te gaan of een niet-conforme uitvoering van het werk, waarmee hij instemt, al dan niet een "nuttige" uitvoering van het contract aantast. In het keuzerecht van de schuldeiser kan de schuldenaar in principe niet tussenkomen. Indien evenwel uitvoering in natura niet meer mogelijk is, of ingeval de keuze voor ontbinding of uitvoering in natura door de schuldeiser rechtsmisbruik zou uitmaken kan de schuldenaar de prijsvermindering als verweermiddel instellen
(6). Het hele prijsverminderingsregime kan contractueel vastgelegd worden
(7)2.3. De regel van de integrale schadeloosstelling leidt er toe dat degene die door zijn schuld aan een ander schade berokkent, verplicht is deze integraal te vergoeden, wat impliceert dat de benadeelde teruggeplaatst wordt in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden indien de daad waarover hij zich beklaagt, niet was gesteld. Een contractueel bedongen prijsvermindering is niet hetzelfde als schadevergoeding. In de rechtsleer wordt er op gewezen dat de proportionele prijsvermindering in tegenstelling tot de schadevergoeding vooral tot doel heeft het contractuele evenwicht te bewaren of te herstellen. Door de gedeeltelijke niet-nakoming van de overeenkomst zal er immers sprake zijn van een onevenwicht maar niet zo ernstig dat de resterende overeenkomst niet meer nuttig is. Het herstel van het evenwicht slaat hierbij op het evenwicht van de resterende overeenkomst. Het oorspronkelijk gewilde contractuele evenwicht wordt bij proportionele prijsvermindering opnieuw hersteld maar dan in de vorm van een gereduceerde maar evenwichtige overeenkomst. De berekening van de prijsvermindering is dus proportioneel en vindt plaats op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst
(8). Een schadevergoeding daarentegen komt tegemoet aan de reële schade waarbij de schuldeiser in de positie wordt geplaatst alsof er zich geen wanprestatie heeft voorgedaan en de schuldenaar de overeenkomst correct heeft uitgevoerd. De omvang van de schadevergoeding die de onderaannemer aan de hoofdaannemer dient te betalen wegens een door hem begane fout in de uitvoering is dus niet per definitie gelijk aan de contractueel bedongen prijsvermindering tussen hoofdaannemer en opdrachtgever wegens gedeeltelijke niet-uitvoering van de overeenkomst. Dit verschil belet evenwel niet dat de rechter bij de begroting van de schadevergoeding die de onderaannemer wegens de niet-nakoming van zijn verbintenissen aan de hoofdaannemer verschuldigd is, rekening houdt met de feitelijke weerslag van die tekortkoming op de tussen de hoofdaannemer en zijn opdrachtgever gesloten overeenkomst. De rechter kan oordelen dat de tekortkoming van de onderaannemer als feitelijke weerslag heeft dat de hoofdaannemer dient over te gaan tot prijsvermindering, en het staat dan aan de rechter te oordelen of het bedrag dat betaald werd in uitvoering van de refactieformule als schade als gevolg van de tekortkoming van de onderaannemer wordt aanzien en waarmee hij rekening houdt om de verschuldigde schadevergoeding in hoofde van de onderaannemer te bepalen. 2.
  1. In de zaak die thans voorligt bepaalde de schuldeiser, de stad Sint- Truiden, de keuze door in te stemmen met de toepassing van de contractueel voorziene refactieformule. De appelrechter oordeelt dat de stad Sint- Truiden hierdoor een contractueel recht uitoefent en er geen sprake is van een boete-of schadebeding noch van rechtsmisbruik. Er werd enkel toepassing gemaakt van een contractueel voorziene berekening om de prijs te bepalen die de in gebreke blijvende contractspartij verschuldigd is aan zijn medecontractant gelet op de vaststaande mindere kwaliteit. Nu de keuze voor het contractueel beding geen rechtsmisbruik uitmaakt achten zij de technische opmerkingen in het deskundig verslag met betrekking tot de reële minwaarde juridisch niet relevant. Anders dan eiseres aanvoert heeft de appelrechter op deze gronden wel afdoende gemotiveerd waarom het deskundig verslag niet wordt gevolgd. 2.
  2. Eiseres wordt veroordeeld in vrijwaring van verweerster voor de veroordeling die zij oploopt ten aanzien van de stad. De appelrechter oordeelt dat eiseres wist dat diende gewerkt te worden volgens de bepalingen van het typebestek 200 maar op eigen initiatief en zonder medeweten laat staan goedkeuring van verweerster hiervan afweek en deze eenzijdige en eigenzinnige handelwijze van eiseres om iets anders te leveren er toe leidt dat de verweerster voormeld bedrag aan de opdrachtgever dient te betalen en de verweerster eiseres dan ook terecht aanspreekt in vrijwaring. De appelrechter acht het geenszins zeker dat eiseres en verweerster meer schade lijden door toepassing van de "rafactieformule" dan wanneer de Stad was blijven aandringen op afbraak en herplaatsing van het juiste beton. De appelrechter stelt hiermee de zelfstandige tekortkoming van eiseres vast, hij houdt rekening met de feitelijke weerslag van die tekortkoming op de tussen de hoofdaannemer en zijn opdrachtgever gesloten overeenkomst en hij oordeelt dat de door verweerster aan de opdrachtgever verschuldigde, contractueel bedongen prijsvermindering een schade oplevert die het uitsluitend gevolg is van de tekortkoming van eiseres. De rechter is bij de begroting van de schadevergoeding die de onderaannemer wegens niet-uitvoering van zijn verbintenis jegens de hoofdaannemer verschuldigd is, niet gebonden aan de begroting van de prijsvermindering die in de aannemingsovereenkomst tussen de hoofdaannemer en de opdrachtgever bedongen is, maar niets belet hem dit bedrag als reële schade in aanmerking te nemen. Dit oordeel houdt bijgevolg niet in dat eiseres gebonden is door de refactieformule als een intern gevolg van de overeenkomst. Zijn beslissing houdt enkel de uitwerking in van de aansprakelijkheid van eiseres ingevolge haar tekortkoming nu bij de feitelijke beoordeling van de door verweerster geleden schade rekening wordt gehouden met de uitwerking van de gevolgen die de fout van eiseres heeft teweeggebracht voor verweerster. Het eerste onderdeel kan derhalve niet aangenomen worden. Het tweede onderdeel dat op dit punt een motiveringsgebrek aanvoert mist feitelijke grondslag. Wat het derde onderdeel betreft voert verweerster in de memorie van antwoord terecht aan dat eiseres in haar syntheseconclusie na tussenarrest uitdrukkelijk erkende dat zij de werken niet uitvoerde conform de bepalingen van het typebestek 200 en dat de druksterkte van het door haar geleverde beton lager lag dan contractueel vereist. Het onderdeel dat een schending van de bewijskracht van deze conclusie aanvoert nu de appelrechter gewag maakt van een vaststaande en niet-bestreden contractuele tekortkoming mist feitelijke grondslag. Conclusie: Verwerping. __________________
(1)Cass. 2 april 1970, Arr.Cass. 1970, p. 704.
(2)Cass. 23 oktober 1987, AR 5300, AC 1987, nr. 110.
(3)Cass. 20 december 1991, AR 7394, AC 1991-92, nr. 218.
(4)S. JANSEN, Prijsvermindering, Remedie tot bijsturen van contracten, Intersentia, 2015, 7.
(5)S. JANSEN, Prijsvermindering, Remedie tot bijsturen van contracten, Intersentia, 2015, 27.
(6)S. JANSEN, Prijsvermindering, Remedie tot bijsturen van contracten, Intersentia, 2015, 961-962.
(7)S. JANSEN, Prijsvermindering, Remedie tot bijsturen van contracten, Intersentia, 2015, 975.
(8)S. JANSEN, Prijsvermindering, Remedie tot bijsturen van contracten, Intersentia, 2015, 997. PDF document ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181102.2 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181102.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.