id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 02 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181102.5 Rolnummer: C.18.0134.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2018-11-29 Raadplegingen: 200 - laatst gezien 2026-06-28 04:52 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181102.5 Fiches 1 - 4 De specifieke overgangsregeling van artikel 9 van de wet van 13 augustus 2011 houdt een afwijking in op de onmiddellijke toepasselijkheid van nieuwe procedureregels op hangende geschillen van artikel 3 Gerechtelijk wetboek, nu uit de wetsgeschiedenis van de overgangsregeling blijkt dat deze beoogde de nieuwe procedureregels slechts toepasselijk te maken op de vorderingen tot vereffening-verdeling die in beraad worden genomen na de inwerkingtreding van de nieuwe wet en de oude procedureregels verder te laten gelden "eenmaal de verdeling reeds werd bevolen onder de gelding van de oude wet", zodat in de zaken waarin de vordering tot vereffening-verdeling reeds in beraad was genomen vóór het ogenblik van in werkingtreding van de wet, de bepalingen van toepassing blijven zoals die golden voorafgaand aan de nieuwe wet
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: Gerechtelijke vereffening-verdeling - Artikel 9, wet 13 augustus 2011 - Overgangsregeling - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 08-10-1967 - Art. 3 Wet - 13-08-2011 - Art. 9 - 17 ELI link Pub nr 2011009623 Thesaurus CAS: VERDELING Vrije woorden: Gerechtelijke vereffening-verdeling - Artikel 9, wet 13 augustus 2011 - Overgangsregeling - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 08-10-1967 - Art. 3 Wet - 13-08-2011 - Art. 9 - 17 ELI link Pub nr 2011009623 Thesaurus CAS: ERFENISSEN Vrije woorden: Gerechtelijke vereffening-verdeling - Artikel 9, wet 13 augustus 2011 - Overgangsregeling - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 08-10-1967 - Art. 3 Wet - 13-08-2011 - Art. 9 - 17 ELI link Pub nr 2011009623 Thesaurus CAS: NOTARIS Vrije woorden: Gerechtelijke vereffening-verdeling - Artikel 9, wet 13 augustus 2011 - Overgangsregeling - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 08-10-1967 - Art. 3 Wet - 13-08-2011 - Art. 9 - 17 ELI link Pub nr 2011009623 Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Familierecht [T.Fam.] - SENAEVE, Patrick; Noot "Het overgangsrecht van de wet van 13 augustus 2011 tot hervorming van de procedure vereffening-verdeling: eindelijk duidelijkheid" - 2019, nr. 6, p. 165-
- Rechtskundig Weekblad [RW] - MOSSELMANS, Sven; Noot "Temporele werking van de procedure tot vervanging van een notaris-vereffenaar" - 2019-20, nr. 6, p. 224-
- Tekst van de conclusie C.18.0134.N Conclusie van advocaat-generaal Mortier:
- Feiten en procedure Bij vonnis van 15 april 2011 beval de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren de vereffening en verdeling van de huwgemeenschap, en van de onderscheiden nalatenschappen van wijlen de ouders van eiseres en eerste verweerster. Zij werden hierbij verwezen naar tweede verweerster als boedelnotaris. Nadat eiseres op 29 augustus 2016 een verzoek tot vervanging van de boedelnotaris indiende wegens gebrek aan objectiviteit verklaarde de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren bij vonnis van 14 december 2016 het verzoek ontvankelijk doch ongegrond, waarop eiseres op 16 januari 2017 hoger beroep instelde. Het hof van beroep te Antwerpen verklaarde dit hoger beroep bij arrest van 14 november 2017 onontvankelijk. De appelrechters oordelen dat waar de wet van 13 augustus 2011 houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling ook de bepalingen betreffende de vervanging van de notaris heeft gewijzigd, deze nieuwe bepalingen van toepassing zijn ook voor zogenaamde "oude " vereffeningen en verdelingen. Zij oordelen immers dat de overgangsbepaling in artikel 9 van de wet, krachtens dewelke "op de zaken waarin de vordering tot verdeling hangende is (...) de bepalingen van toepassing blijven zoals die golden voor de inwerkingtreding van deze wet" beperkend moet geïnterpreteerd worden omdat die bepaling een uitzondering vormt op de algemene regel van artikel 3 Ger.W. en er voor wat de vervanging van de notaris door de nieuwe wet een gedetailleerde procedure tot vervanging werd uitgewerkt die niet in conflict kan komen met oude wetgeving, omdat de oude wet geen dergelijke regeling voorzag. Gezien er dus geen oude wettelijke bepalingen bestonden, kunnen zij evenmin als overgangsrechtelijke bepaling in de zin van artikel 9 van toepassing blijven, zodat het nieuw artikel 1211, §2 laatste lid van toepassing is. Krachtens dit artikel kan tegen de beslissing betreffende de vervanging geen enkel rechtsmiddel aangewend worden zodat het hoger beroep onontvankelijk is. Tegen dit arrest voert eiseres één middel aan. Eiseres stelt dat uit de overgangsbepaling van artikel 9 van de wet van 13 augustus 2011 volgt dat zaken waarin de vordering tot verdeling reeds hangend was op het ogenblik van de inwerkingtreding van de wet, onverkort onderworpen blijven aan het regime zoals het bestond vóór de inwerkingtreding van de wet zodat men, bij gebreke aan een bijzonder afwijkende regeling diende terug te vallen op de algemene regels zoals bepaald in de artikelen 17, 18, 1042 en 1050, eerste lid Ger. W. en ook tegen een beslissing inzake vervanging van een notaris hoger beroep kan ingesteld worden zodra het vonnis is uitgesproken.
- Bespreking 2.
- Het middel betreft de draagwijdte van de overgangsbepaling vervat in artikel 9 van de wet van 13 augustus
- Niet betwist wordt dat de wet van 13 augustus 2011, die diverse procedurebepalingen inzake de gerechtelijke vereffening-verdeling bevat, een procedurewet is. De wetten betreffende de rechtspleging zijn krachtens artikel 3 Ger.W. in principe onmiddellijk toepasbaar, zowel op hangende als voor nog niet ingeleide gedingen. De overgangsbepaling van artikel 9 vormt hierop evenwel een toegelaten afwijking waar het bepaalt: "Op de zaken waarin de vordering tot verdeling hangende is en die op het ogenblik van inwerkingtreding van deze wet in beraad zijn genomen, blijven de bepalingen van toepassing, zoals die golden voor de inwerkingtreding van deze wet." Uw Hof heeft zich over de draagwijdte van dit artikel nog niet eerder uitgesproken maar zowel in de rechtspraak als de rechtsleer gaf deze wel reeds aanleiding tot discussie. Een drietal stellingen worden hierbij verdedigd
(1). - De overgangsbepaling is duidelijk en alle vóór 1 april 2012 bevolen gerechtelijke vereffeningen-verdelingen die zich vandaag bij de notaris of opnieuw voor de rechter bevinden worden in globo en definitief onderworpen aan de oude wetsbepalingen. - Gelet op het onvolkomen karakter van de overgangsbepaling, die uitsluitend betrekking heeft op de fase van de procedure tot het aanwijzingsvonnis (dus enkel de artikelen 1209 en 1210) geldt (onder andere) het nieuw artikel 1211 ook ten aanzien van alle vóór 1 april 2012 bevolen gerechtelijke vereffeningen-verdelingen die zich vandaag bij de notaris of opnieuw voor de rechter bevinden. - De nieuwe regeling is slechts toepasselijk met betrekking tot die bepalingen waarvoor in de oude wetgeving geen procedurele wettelijke regeling was voorzien zodat er geen conflict kan optreden tussen oud en nieuw recht. De stelling die de appelrechters in huidige zaak hebben aangenomen sluit hierbij aan. 2.2. Niettegenstaande de hierover bestaande uiteenlopende interpretaties lijkt de wil van de wetgever mij nochtans duidelijk. De wetgever beoogde met de nieuwe wet
(2)de procedure van gerechtelijke vereffening- verdeling, met inbegrip van de notariële fase, te versnellen, het verloop en de termijnen van de procedure meer voorspelbaar te maken, akkoorden tussen partijen te bevorderen en de actieve rol van de notaris-vereffenaar te versterken. Er werd gewezen op het belang voor de rechtzoekenden zo snel mogelijk te kunnen beschikken over een goed gestructureerde procedure in verband met vereffening-verdeling
(3). Onder de belangrijkste wijzigingen werd het nieuw artikel 1211 vermeld dat er toe strekt de lacune van de oude wet, die niet voorzag in enige wettelijke grondslag voor de vervanging van de notaris, weg te werken door te preciseren in welke gevallen en volgens welke procedure tot die vervanging kan worden overgegaan
(4). De bespreking van dit artikel Ger.W. gaf op zich geen aanleiding tot moeilijkheden, maar dit was wel het geval bij de bespreking van het artikel betreffende de inwerkingtreding van de wet. Het oorspronkelijk artikel 8 dat door de Senaat werd goedgekeurd en de inwerkingtreding vaststelde op de eerste dag van de zevende maand na publicatie bepaalde in het tweede lid " de met deze wet opgeheven bepalingen blijven gelden zoals zij voor hun wijziging door deze wet waren, voor alle zaken ingeleid voor de inwerkingtreding van deze wet."
(5)Bij de verdere bespreking in de Kamer werden op dit artikel amendementen ingediend. Enerzijds omwille van het feit dat in de Nederlandse tekst sprake was van "zaken" terwijl in de Franse tekst melding werd gemaakt van "procédures". Ten tweede omdat niet duidelijk was over welke "zaak" of "procédure" het eigenlijk ging. Ging het daarbij specifiek over het inleiden van het verzoek om de gerechtelijke vereffening-verdeling te bevelen of kon het ook gaan over een andere vordering, bijvoorbeeld het inleiden van een vordering tot echtscheiding in het kader waarvan dan in een later stadium de vereffening-verdeling van de huwgemeenschap gevorderd wordt
(6). De aanpassing die werd voorgesteld luidde: "De artikelen 2 tot 7 zijn van toepassing op zaken waarin de vordering tot het bevelen van de verdeling hangende is en die nog niet in beraad zijn genomen op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet. Op de overige zaken blijven de met deze wet opgeheven bepalingen gelden zoals zij voor hun wijziging door deze wet bestonden". De wetgever beoogde met de aangebrachte precisering duidelijk de toepassing van de oude dan wel de nieuwe wet af te bakenen. Het doel was de nieuwe procedureregels, die sterke verbeteringen beogen inzake vereffening-verdeling, van toepassing te laten zijn op alle vereffeningen en verdelingen die bevolen worden ná de inwerkingtreding van de nieuwe wet. De datum waarop die vordering tot vereffening-verdeling werd ingeleid, is niet zo relevant. Die inleiding kan zich in de praktijk situeren vele jaren vóór het bevelen van de vereffening-verdeling door de rechter, bijvoorbeeld in lang aanslepende echtscheidingsprocedures waarin tegen het uitspreken van de echtscheiding hoger beroep wordt ingesteld. Indien evenwel de verdeling reeds werd bevolen onder de gelding van de oude wet blijven alle oude procedureregels gelden. Ook indien de vordering tot vereffening-verdeling in beraad is op het tijdstip waarop de nieuwe wet inwerking treedt, maar er nog geen vonnis werd geveld, blijven de oude bepalingen van toepassing
(7). Dit amendement werd aangenomen maar na een wetgevingstechnische nota van de Juridische dienst van de Kamer gewijzigd omdat het begrip "overige zaken" in de overgangsbepaling enigszins dubbelzinnig is. Voorgesteld werd om de bepaling duidelijker en eenvoudiger te formuleren als volgt: "Op de zaken waarin de vordering tot vereffening-verdeling hangende is en die op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet in beraad zijn genomen, blijven de bepalingen van toepassing zoals die golden voor de inwerkingtreding van deze wet." In deze vorm werd het wetsontwerp aangenomen
(8). Het feit dat en de reden waarom de overgangsbepaling een aantal tekstuele aanpassingen onderging is van belang voor de interpretatie van de uiteindelijk goedgekeurde tekst. Een geïsoleerde lezing van de uiteindelijke versie geeft immers duidelijk aanleiding tot interpretatieproblemen. Uit de bespreking van de overgangsmaatregel in de Kamer blijkt een duidelijke en constante wil van de wetgever. De beslissing tot aanstelling van de notaris-vereffenaar, dan wel het in beraad nemen van het verzoek hiertoe, wordt als kantelmoment aanzien voor de toepasselijkheid van de oude dan wel de nieuwe wet. Wordt de vereffening-verdeling "bevolen" door de rechter na de inwerkingtreding van de nieuwe wet dan is de nieuwe wet van toepassing ongeacht de datum van inleiden van de vordering. Werd reeds vóór de inwerkingtreding van de nieuwe wet de vereffening-verdeling bevolen of werd het verzoek hiertoe al in beraad genomen, maar nog niet gevonnist, dan is de oude wet van toepassing. De wetgever had hierbij vooral oog voor een praktische en pragmatische oplossing. Er wordt inderdaad een eenvoudig criterium ingevoerd waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen bepaalde aspecten van de procedure van vereffening-verdeling die wél en andere die niet onder de toepassing van de nieuwe wet vallen. 2.3. Toegepast op de zaak die voorligt, leidt dit tot het besluit dat de appelrechters die vaststellen dat de vordering tot vereffening en verdeling werd ingesteld bij dagvaarding van 12 januari 2010 en de vereffening en verdeling werd bevolen bij vonnis van 19 februari 2010, niet wettig konden oordelen dat het nieuw artikel 1211, §2, laatste lid, dat pas in werking trad op 1 april 2012, van toepassing was en bijgevolg geen hoger beroep kon ingesteld worden. Het middel lijkt mij bijgevolg gegrond. Conclusie: vernietiging met verwijzing. __________________________
(1)Zie Ch. DECLERCK en S. MOSSELMANS, "De rechtspleging inzake gerechtelijke vereffening-verdeling" in Handboek familieprocesrecht, P. Senaeve, Ed., Wolters Kluwer, 2017, 1006- 1007.
(2)Wetsontwerp houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling, wetsvoorstel tot wijziging van het gerechtelijk wetboek wat het invoeren van wettelijke termijnen in de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling betreft, Kamer van volksvertegenwoordigers, Doc.53 - 1513/004, 4.
(3)Wetsontwerp houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling, wetsvoorstel tot wijziging van het gerechtelijk wetboek wat het invoeren van wettelijke termijnen in de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling betreft, Kamer van volksvertegenwoordigers, Doc.53 - 1513/004,30.
(4)Wetsontwerp houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling, wetsvoorstel tot wijziging van het gerechtelijk wetboek wat het invoeren van wettelijke termijnen in de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling betreft, Kamer van volksvertegenwoordigers, Doc.53 - 1513/004, 8.
(5)Wetvoorstel houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling, Senaat, 5-405/1.
(6)Wetsontwerp houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling, wetsvoorstel tot wijziging van het gerechtelijk wetboek wat het invoeren van wettelijke termijnen in de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling betreft, Kamer van volksvertegenwoordigers, Doc.53 - 1513/004, 29.
(7)Wetsontwerp houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling, Amendement nr. 2, Doc. 53 - 1513/002, 2-3; Wetsontwerp houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling, wetsvoorstel tot wijziging van het gerechtelijk wetboek wat het invoeren van wettelijke termijnen in de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling betreft, Kamer van volksvertegenwoordigers, Doc. 53 - 1513/004, 29-30.
(8)Wetsontwerp houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling, wetsvoorstel tot wijziging van het gerechtelijk wetboek wat het invoeren van wettelijke termijnen in de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling betreft, Kamer van volksvertegenwoordigers, Doc. 53 - 1513/004, 32. PDF document ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181102.5 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181102.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div