← België

ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181123.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 23 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181123.4 Rolnummer: F.18.0016.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Belastingrecht Invoerdatum: 2019-01-08 Raadplegingen: 277 - laatst gezien 2026-06-28 10:06 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181123.4 Fiche 1 Uit artikel 1079 Ger. W. volgt dat de voorziening bij het Hof wordt ingesteld door het neerleggen van een verzoekschrift ter griffie, en niet door de betekening ervan; wanneer bijgevolg de betekening van een verzoekschrift niet wordt gevolgd door de neerlegging ervan ter griffie, staat niets eraan in de weg dat de eiser het verzoekschrift een tweede maal laat betekenen om dit verzoekschrift vervolgens tijdig neer te leggen ter griffie

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Vormen - Vorm van het cassatieberoep en vermeldingen Vrije woorden: Betekening niet gevolgd door neerlegging - Implicaties Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 1079, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 2 Het gedeelte van het resultaat dat voortkomt uit abnormale of goedgunstige voordelen die de belastingplichtige, in welke vorm of door welk middel ook, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen uit een onderneming ten aanzien waarvan hij zich rechtstreeks of onrechtstreeks in enige band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt, mag niet worden gecompenseerd met het verlies van het belastbare tijdperk, derwijze dat het belastbare resultaat minstens gelijk is aan het verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel, ongeacht of het resultaat positief dan wel negatief is
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Vaststelling van het belastbaar netto-inkomen - Bedrijfsverliezen Vrije woorden: Abnormale en goedgunstige voordelen - Verbod tot verliescompensatie - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Artt. 79 en 207 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Tekst van de conclusie F.18.0016.N Conclusie van procureur-generaal Dirk Thijs:
  1. De door verweerster opgeworpen grond van onontvankelijkheid van het cassatieberoep. Verweerster werpt op dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is omdat het verzoekschrift in cassatie werd neergelegd ter griffie meer dan 15 dagen na de betekening ervan aan verweerster in strijd met artikel 1079, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Verweerster neemt echter ten onrechte niet in aanmerking dat de voorziening een tweede maal aan haar werd betekend op 6 februari 2018, waarna op 15 februari2018, d.i. binnen de vijftien dagen na de tweede betekening, de voorziening werd ingediend op de griffie. Eiser had immers vastgesteld dat er binnen de vijftien dagen na de betekening van 28 december 2017 geen voorziening was ingediend, en ging er derhalve, binnen de niet verstreken termijn voor het instellen van de voorziening, toe over om de voorziening nogmaals te betekenen aan verweerster (op 6 februari 2018) en binnen de vijftien daaropvolgende dagen het verzoekschrift neer te leggen op de griffie (op 15 februari 2018). (cf. memorie van wederantwoord) Uw Hof oordeelde reeds dat wanneer de betekening van een verzoekschrift niet wordt gevolgd door de neerlegging ervan ter griffie, niets eraan in de weg staat dat de eiser het verzoekschrift een tweede maal laat betekenen om dit verzoekschrift vervolgens tijdig neer te leggen ter griffie. (Cass. 15 januari 1998, Pas. 1998, I, 27) Eiser handelde aldus in overeenstemming met de bepalingen van artikel 1079, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zodat er geen aanleiding toe bestaat om de voorziening ontoelaatbaar te verklaren.
  2. De feiten en procedurevoorgaanden. Op 15 mei 2007 werd een kennisgeving van aanslag van ambtswege verstuurd naar verweerster voor het aanslagjaar
  3. Daarin werd aangekondigd dat een bedrag van euro 50.000,00 zou worden belast als een verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel, in toepassing van de artikelen 79 en 207 WIB
  4. Op 8 mei 2008 verstuurde de administratie een bericht van wijziging naar verweerster in verband met het aanslagjaar
  5. In dit bericht werd aangekondigd dat een bedrag van euro 50.000,00 zou worden beschouwd als een verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel waarop de aftrekbeperking van de artikelen 79 en 207 WIB92 van toepassing is. Verweerster werd ook op dit bedrag belast. Verweerster diende voor elk van de betrokken aanslagjaren bezwaarschriften in. Deze werden afgewezen bij afzonderlijke beslissingen van 1 december
  6. Op 27 februari 2009 werd een fiscaal verzoekschrift neergelegd ter griffie van de eerste rechter met betrekking tot de aanslagjaren 2004 en
  7. Bij vonnis van 25 oktober 2010 van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen werd de vordering van verweerster toelaatbaar, doch ongegrond verklaard. Verweerster tekende hoger beroep aan tegen dit vonnis. In het bestreden arrest van 14 mei 2013 oordeelde het Hof van Beroep te Antwerpen dat de vergoedingen van euro 50.000,00, die door verweerster werden verkregen in de aanslagjaren 2004 en 2005, goedgunstige voordelen uitmaken in de zin van artikel 207 WIB92 (arrest 14.05.2013, p. 18). Het hof van beroep was tevens van oordeel: - dat niet zonder meer kan gesteld worden dat minstens een bedrag, gelijk aan het verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel belastbaar moet worden gesteld; - dat in onderhavig geval mag aangenomen worden dat het abnormaal of goedgunstig voordeel boekhoudkundig tot een opbrengst heeft geleid en dat de opbrengst van telkens euro 50.000,00 normaal gezien zou moeten geboekt zijn (p. 19- 20). Het hof van beroep beval de heropening der debatten om de meest gerede partij toe te laten de jaarrekeningen van verweerster voor de aanslagjaren 2004 en 2005 neer te leggen. In het bestreden arrest van 14 januari 2014 besliste het hof van beroep: - dat wanneer het verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel boekhoudkundig tot een opbrengst heeft geleid, dit voordeel reeds zal opgenomen zijn in het fiscaal resultaat; - dat wanneer dit resultaat positief is, de toepassing van artikel 207, tweede lid, WIB92 ertoe zal leiden dat dit resultaat niet kan worden verminderd met vorige compenseerbare verliezen, in de mate dat er sprake is van verkregen abnormale of goedgunstige voordelen; in die mate blijft derhalve minimaal een bedrag gelijk aan het verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel belastbaar; - dat indien het fiscaal resultaat negatief is, de toepassing van artikel 207, tweede lid, WIB 92 ertoe zal leiden dat het verlies dan kan worden overgedragen naar een volgend belastbaar tijdperk veel lager ligt; de opbrengsten zijn immers kunstmatig verhoogd doordat daarin voordelen vervat zitten die de vennootschap onder normale omstandigheden niet zou hebben verkregen; indien de vennootschap deze voordelen niet had verkregen, had ze een veel hoger bedrag als verlies kunnen overdragen naar een volgend boekjaar. In het bestreden arrest van 14 januari 2014 werd tevens vastgesteld: - dat de vergoedingen, weerhouden als abnormaal of goedgunstig voordeel, onder de opbrengsten van verweerster werden geboekt; - dat in het aanslagjaar 2004 door verweerster een verlies werd gemaakt van euro 39.559,00; dit verlies is overdraagbaar naar het volgend boekjaar en er dient geen bedrag van euro 50.000,00 belastbaar te worden gesteld vermits dit bedrag reeds als opbrengst werd opgenomen in het resultaat van het boekjaar, eindigend op 30 juni 2004; indien de vennootschap dit abnormaal goedgunstig voordeel niet zou hebben genoten, zou haar verlies nog veel groter zijn geweest, meer bepaald ( euro 39.559,00 + euro 50.000,00 =) euro 89.559,00; in de mate dat een voordeel werd genoten, is er derhalve geen overdraagbaar verlies; - dat in het aanslagjaar 2005 een winst werd gerealiseerd van euro 5.067,
  8. Toepassing van de principes zoals door de bestreden arresten uiteengezet, heeft tot gevolg dat dit resultaat belastbaar blijft, en niet in aanmerking komt voor de verrekening van het verlies van het vorige boekjaar. Dit resultaat is immers te danken aan het feit dat de vennootschap een abnormaal/goedgunstig voordeel heeft verkregen van euro 50.000,
  9. Zonder dit voordeel zou het resultaat van aanslagjaar 2005 negatief zijn geweest. Het positief resultaat van euro 5.067,00 blijft aldus belastbaar. Anderzijds moet niet bijkomend een bedrag gelijk aan het genoten voordeel belastbaar worden gesteld. Indien de vennootschap geen abnormaal/goedgunstig voordeel had genoten, zou ze immers voor aanslagjaar 2005 een overdraagbaar verlies hebben gecreëerd van euro 44.933,00 ( euro 5.067,00 - euro 50 000,00). Zonder het voordeel zou het verlies, over te dragen naar het volgend boekjaar derhalve euro 84.492,00 zijn geweest ( euro 39.559 van vorig boekjaar en euro 44.933,00 van huidig boekjaar), daar waar het verlies dat naar het volgende boekjaar kan worden overgedragen nu beperkt blijft tot euro 39.559,
  10. In de mate dat een voordeel werd genoten, is er derhalve geen overdraagbaar verlies.
  11. Het enig middel tot cassatie. 3.
  12. In het enig middel roept eiser de schending in van artikel 207, tweede lid, WIB92, en voor zoveel ais nodig de aftrekken zoals voorzien in de artikelen 199 tot 206 WIB92, alsmede de artikelen 74 tot 79 van het Koninklijk Besluit tot uitvoering van het WIB92, zoals van toepassing voor de aanslagjaren 2004 en
  13. Ingevolge artikel 207, tweede lid, WIB92 mag geen van de in de artikelen 199 tot 206 WIB 92 bepaalde aftrekken, noch compensatie met het verlies van het belastbare tijdperk worden verricht op het gedeelte van het resultaat dat voortkomt van abnormale of goedgunstige voordelen vermeld in artikel 79 WIB
  14. Overeenkomstig artikel 79 WIB92 worden beroepsverliezen niet afgetrokken van het gedeelte van de winst of de baten dat voortkomt uit abnormale of goedgunstige voordelen die de belastingplichtige, in welke vorm of door welk middel ook, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen uit een onderneming ten aanzien waarvan hij zich rechtstreeks of onrechtstreeks in enige band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt. Het verbod van compensatie met het verlies van het belastbare tijdperk van het gedeelte van het resultaat dat voortkomt van abnormale of goedgunstige voordelen werd in artikel 207, tweede lid, WIB92 ingevoegd door artikel 11 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsbelasting inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken, en is van toepassing met ingang van het aanslagjaar
  15. Eiser in cassatie is van mening dat met ingang van aanslagjaar 2004 in het kader van artikel 207, tweede lid WIB92 het bedrag van een tijdens het belastbaar tijdperk verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel steeds de minimale belastbare grondslag van het belastbaar tijdperk moet uitmaken, en zulks ongeacht het resultaat van dat tijdperk. 3.
  16. De tekst van artikel 207, tweede lid WIB92 is op dat vlak inderdaad voldoende duidelijk. Uit die bepaling volgt dan ook dat fiscaaltechnisch de verkregen abnormale of goedgunstige voordelen uit het fiscaal resultaat worden geweerd om deze tegen het gewoon aanslagtarief te kunnen belasten, met dien verstande dat tot beloop van het bedrag van die verkregen abnormale of goedgunstige voordelen een over te dragen verlies zal ontstaan (en dit ongeacht het resultaat van het betreffende fiscaal tijdperk). Die regel is toepasselijk ongeacht of: - het positief fiscaal resultaat groter is dan de verkregen abnormale of goedgunstige voordelen; - het positief fiscaal resultaat kleiner is dan de verkregen abnormale of goedgunstige voordelen; - het fiscaal resultaat negatief is. 3.
  17. Uit de Memorie van toelichting bij de voormelde wet van 24 december 2002 blijkt dat de door de Minister van Financiën gegeven verduidelijkingen omtrent de toepassing van artikel 207, tweede lid WIB92 in respectievelijk de parlementaire vragen nr. 340 van 2 april 2004 en nr. 681 van 7 maart 2005, beiden gesteld door volksvertegenwoordiger L VAN CAMPENHOUT (Bulletin Vragen en Antwoorden, nr. 40 van 12 juli 2004, Kamer, zitting 2003-2004, blz. 6204-6205, en nr. 121 van 15 mei 2006, Kamer, zitting 2005-2006, blz. 23471-23473) volledig overeenstemmen met de bedoeling van de wetgever om de asymmetrie tussen de vorige verliezen en de verliezen van het belastbare tijdperk weg te werken door de compensatie te beletten tussen de verkregen abnormale of goedgunstige voordelen en de verliezen van het belastbare tijdperk. Het ligt immers voor de hand dat de compensatie van verkregen abnormale of goedgunstige voordelen met het verlies van het belastbare tijdperk, net zoals dat het geval is bij de verrekening van vorige verliezen met dergelijke voordelen, kan leiden tot abnormale winstoverhevelingen tussen binnenlandse vennootschappen die noch bij de verkrijgende, noch bij de verlenende vennootschap worden belast vermits de in artikel 26 WIB92 voorziene belastingheffing ten name van de vennootschap die abnormale of goedgunstige voordelen verleent in beginsel geen uitwerking heeft wanneer de verkrijger van dat voordeel een binnenlandse vennootschap is (Part. St., Kamer, zitting 2001-2002, DOC 50 1918/001, blz. 51-52). 3.
  18. In haar advies bij het wetsontwerp volgde de Raad van State deze interpretatie van de voorgenomen wijziging en maakte zij vanuit die optiek de opmerking dat er geen aanleiding was om in het ontworpen artikel 207, tweede lid WIB92, met betrekking tot het verbod van compensatie met het verlies van het belastbare tijdperk, melding te maken van "het gedeelte van de winst dat voortkomt van abnormale of goedgunstige voordelen" vermits het saldo van het boekjaar per definitie negatief is en er dus geen winst is (Parl. St, Kamer, zitting 2001-2002, DOC 50 1918/001, blz. 122-123). Als gevolg van deze opmerking werd het wetsontwerp van de regering aangepast en werden de woorden "het gedeelte van de winst" vervangen door de woorden "het gedeelte van het resultaat". Bij de totstandkoming van artikel 207, tweede lid WIB92 werd er bijgevolg uitdrukkelijk rekening gehouden met de mogelijkheid dat het resultaat van het belastbare tijdperk negatief is. Zoals eiser stelt, blijkt uit de door de Raad van State gedane suggestie tot herwerking van de ontworpen tekst voorts dat de term 'verlies van het belastbare tijdperk' in de betrokken bepaling moet worden begrepen als het negatieve saldo van het belastbare tijdperk na afzondering van het bedrag van de verkregen abnormale of goedgunstige voordelen: "Als het belastingsaldo van het belastbare tijdperk, los van de genoemde abnormale of goedgunstige voordelen, negatief is, mag dat verlies niet worden afgetrokken van het bedrag van de genoemde voordelen" (Parl. St, Kamer, zitting 2001-2002, DOC 50 1918/001, blz. 123). Mocht de notie ' verlies van het belastbare tijdperk' worden begrepen als het negatieve saldo van het belastbare tijdperk met inbegrip van het bedrag van de abnormale of goedgunstige voordelen, dan zou de verboden compensatie reeds plaatsgevonden hebben. 3.
  19. Eiser wijst er verder terecht op dat bij de bespreking van het wetsontwerp in de Commissie voor de Financiën en de Begroting van de Kamer, er trouwens eveneens van uit werd gegaan dat het verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel steeds in de belastbare grondslag zou dienen te worden opgenomen. Zo merkte één van de sprekers, de heer Pieters, het volgende op: "Het wetsontwerp beoogt om voortaan ook de aftrek van het verlies van het belastbaar tijdperk zelf niet langer te laten compenseren met de ontvangen abnormale of goedgunstige voordelen. Deze zullen voortaan steeds belast worden (zoals nu reeds het geval is in de personenbelasting)" (Parl. St, Kamer, zitting 2001-2002, DOC 51 1918/006, blz. 49). 3.
  20. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 24 december 2002 volgt dan ook dat het bedrag van verkregen abnormale of goedgunstige voordelen als bedoeld in artikel 79 WIB92, ingevolge het in artikel 207, tweede lid WIB92 ingestelde verbod van compensatie met het verlies van het belastbare tijdperk, fiscaaltechnisch moet worden afgezonderd van het resultaat dat wordt bekomen in de eerste bewerking (reserves + verworpen uitgaven + dividenden), om nadien terug aan de belastbare basis te worden toegevoegd. (W. VETTERS en J. BONNÉ, Artikel 207, 2de lid WIB 1992 herbekeken, TFR, 442, mei 2013, 420-422) Aangezien op grond van het voormelde artikel 79 WIB92 de vorm waarin die abnormale of goedgunstige voordelen worden verkregen ter zake geen enkel belang heeft, zijn zowel de voordelen die de vorm aannemen van een uitsparing van kosten als deze die bestaan uit overdreven opbrengsten bedoeld. (cf. de cijfervoorbeelden gegeven in het antwoord op de voormelde parlementaire vraag nr. 340 van 2 april 2004). 3.
  21. Uw Hof oordeelde reeds dat "het gedeelte van het resultaat dat voortkomt uit abnormale of goedgunstige voordelen die de belastingplichtige, in welke vorm of door welk middel ook, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen uit een onderneming ten aanzien waarvan hij zich rechtstreeks of onrechtstreeks in enige band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt, niet (mag) worden gecompenseerd met het verlies van het belastbare tijdperk, derwijze dat het belastbare resultaat minstens gelijk is aan het verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel, ongeacht of het resultaat positief dan wel negatief is." (Cass. 10 maart 2016, AR F.14.0082.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160310.6, AC 2016, nr. 173 met concl. OM) Stellen dat artikel 207 WIB92 en artikel 74 en 78 KB WIB 1992 enkel impliceren dat de niet-aftrekbaarheid van in artikel 206 WIB92 vermelde vorige beroepsverliezen slechts van toepassing is wanneer er een positief resultaat is van het betrokken boekjaar, in de mate dat dit positief resultaat bestaat in verkregen abnormale of goedgunstige voordelen, en dat wanneer er een negatief resultaat is van het betrokken boekjaar de artikelen 207 WIB92 en 78 KB WIB92 zonder voorwerp zijn, betekent dat een voorwaarde wordt toegevoegd aan de wet en aldus artikel 207 WIB92 wordt geschonden. Doordat de bestreden arresten voor elk van de belastbare tijdperken eindigend op 30 juni 2004 en 30 juni 2005 compensatie van het door verweerster in cassatie verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel (ten bedrage van telkens euro 50.000,00) toelaten met het verlies van het belastbare tijdperk waarin het abnormaal of goedgunstig voordeel werd verkregen (compensaties ten bedrage van euro 50.000,00 voor het aanslagjaar 2004 en van euro 44.933,00 voor het aanslagjaar 2005), schenden de bestreden arresten artikel 207, tweede lid WIB92, en artikel 79 WIB
  22. Het middel komt mij dan ook gegrond voor. Besluit: VERNIETIGING. PDF document ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181123.4 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181123.4 citeert: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160310.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.