id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190102.3 Rolnummer: P.18.1301.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-01-18 Raadplegingen: 372 - laatst gezien 2026-06-28 06:01 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De onschendbaarheid en de immuniteiten van een diplomaat worden door de ontvangstaat van de diplomaat en door een derde Staat verleend, wanneer de diplomaat op het grondgebied van de derde Staat op doorreis is om zijn werkzaamheden op zijn post te aanvaarden of om naar zijn post terug te keren, of wanneer hij naar zijn eigen land terugkeert. Thesaurus CAS: IMMUNITEIT Vrije woorden: Diplomaat - Verdrag van Wenen - Immuniteit verleend door een derde Staat - Voorwaarde - Doorreis Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 17-04-1961 - Artt. 29, 31.1, 39.1 en 40.1 - 01 Link Justel databank 19610417-01 Thesaurus CAS: DIPLOMATEN EN CONSULS Vrije woorden: Immuniteit - Diplomaat - Verdrag van Wenen - Immuniteit verleend door een derde Staat - Voorwaarde - Doorreis Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 17-04-1961 - Artt. 29, 31.1, 39.1 en 40.1 - 01 Link Justel databank 19610417-01 Fiches 3 - 4 Onder doorreis als bedoeld in het strikt uit te leggen artikel 40.1, eerste zin, Verdrag van Wenen, wordt enkel verstaan de doorreis die verband houdt met de uitoefening van de diplomatieke opdracht van de diplomaat, met name de reis vanuit het land van herkomst om de diplomatieke standplaats te vervoegen of om naar het thuisland terug te keren, ofwel de reis vanuit de standplaats naar het land waar de diplomaat een diplomatieke missie dient te vervullen of om, na de vervulling van die missie, vanuit dit land naar de diplomatieke standplaats terug te keren; een terugkeer uit een derde land waar de diplomaat op vakantie verblijft naar de standplaats, is vreemd aan de uitoefening van de diplomatieke opdracht en is bijgevolg geen doorreis als bedoeld in artikel 40.1, eerste zin, Verdrag van Wenen
(1).
(1)J. SALMON, Manuel de droit diplomatique, Bruxelles, Bruylant, 1994, p. 421-422; J.-P. PANCRACIO, Droit et institutions diplomatiques, Paris, Pedone, 2007, p.
- Thesaurus CAS: IMMUNITEIT Vrije woorden: Diplomaat - Verdrag van Wenen - Immuniteit verleend door een derde Staat - Doorreis - Begrip Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 17-04-1961 - Art. 40.1 - 01 Link Justel databank 19610417-01 Thesaurus CAS: DIPLOMATEN EN CONSULS Vrije woorden: Immuniteit - Diplomaat - Verdrag van Wenen - Immuniteit verleend door een derde Staat - Doorreis - Begrip Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 17-04-1961 - Art. 40.1 - 01 Link Justel databank 19610417-01 Annotaties Publicaties: Nullum Crimen [NC] - DEWULF, Steven; Noot "Geen immuniteit voor diplomaten op vakantie" - 2019, nr. 6,p. 543-
- Tekst van de beslissing Nr. P.18.1301.N A A, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadslieden mr. Dimitri de Béco, advocaat bij de balie Brussel en mr. Mar-tin Pradel, advocaat bij de balie Parijs. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 18 december 2018, gewezen op ver-wijzing bij arrest van het Hof van 27 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 40 van het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer (hierna: Verdrag van Wenen): het arrest oordeelt ten onrechte dat deze bepaling niet van toepassing is op de eiser; de eiser is derde raadslid op de ambassade van de Islamitische republiek Iran te We-nen (Oostenrijk) en aangezien Oostenrijk hem als ontvangende staat diplomatieke onschendbaarheid heeft verleend, kon hij in Duitsland niet worden aangehouden, is het Belgische aanhoudingsbevel onregelmatig en dient hij onmiddellijk in vrij-heid te worden gesteld; de eiser was op het ogenblik van zijn aanhouding op 1 juli 2018 in Duitsland op terugweg naar Wenen, waar hij de komst van de Iraanse pre-sident diende voor te bereiden; met het oordeel dat artikel 40 Verdrag van Wenen niet van toepassing is indien een diplomaat terugkeert van vakantie, zoals de eiser, maar enkel geldt indien hij op doorreis is komende van de zendstaat of van een diplomatieke missie, voegt het arrest een voorwaarde toe aan deze verdragsbepa-ling die ze niet bevat; het komt de rechter niet toe bij de beoordeling van de toe-passelijkheid van artikel 40 Verdrag van Wenen na te gaan wat de reden is voor de aanwezigheid van de diplomaat in het derde land; de enige vraag die moet worden beantwoord is of hij onderweg is om zijn post te vervoegen; bovendien was de vakantie van de eiser beëindigd en was hij opnieuw rechtstreeks op door-reis naar zijn post; de beslissing is bijgevolg niet regelmatig met redenen omkleed.
- Artikel 29 Verdrag van Wenen bepaalt dat de persoon van de diplomatieke ambtenaar onschendbaar is en hij gevrijwaard wordt tegen elke vorm van aanhou-ding of vrijheidsbeneming. Artikel 31.1 Verdrag van Wenen bepaalt dat de diplomatieke ambtenaar immuni-teit geniet ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende Staat. Artikel 39.1 Verdrag van Wenen bepaalt dat eenieder die recht heeft op voorrech-ten en immuniteiten deze geniet vanaf het ogenblik waarop hij het grondgebied van de ontvangende Staat betreedt om zijn functies te aanvaarden of, indien hij zich reeds op het grondgebied van die Staat bevindt, vanaf het ogenblik waarop kennisgeving van zijn aanstelling wordt gedaan aan het Ministerie van Buiten-landse Zaken of aan een ander overeengekomen ministerie. Artikel 40.1, eerste zin, Verdrag van Wenen bepaalt dat indien een diplomatieke ambtenaar op doorreis is door, of zich bevindt op, het grondgebied van een derde Staat, die hem een visum heeft verleend indien zulk een visum vereist was, terwijl hij op weg is om zijn werkzaamheden op zijn post te aanvaarden of om naar zijn post terug te keren, of wanneer hij naar zijn eigen land terugkeert, de derde Staat hem onschendbaarheid en alle overige immuniteiten verleent die noodzakelijk zijn voor zijn doorreis of terugkeer.
- Uit deze bepalingen volgt dat de onschendbaarheid en de immuniteiten door de ontvangstaat van de diplomaat en door een derde Staat worden verleend, wan-neer de diplomaat op het grondgebied van de derde Staat op doorreis is om zijn werkzaamheden op zijn post te aanvaarden of om naar zijn post terug te keren, of wanneer hij naar zijn eigen land terugkeert.
- Onder doorreis als bedoeld in het strikt uit te leggen artikel 40.1, eerste zin, Verdrag van Wenen, wordt enkel verstaan de doorreis die verband houdt met de uitoefening van de diplomatieke opdracht van de diplomaat, met name de reis vanuit het land van herkomst om de diplomatieke standplaats te vervoegen of om naar het thuisland terug te keren, ofwel de reis vanuit de standplaats naar het land waar de diplomaat een diplomatieke missie dient te vervullen of om, na de vervul-ling van die missie, vanuit dit land naar de diplomatieke standplaats terug te ke-ren. Een terugkeer uit een derde land waar de diplomaat op vakantie verblijft naar de standplaats, is vreemd aan de uitoefening van de diplomatieke opdracht en is bijgevolg geen doorreis als bedoeld in artikel 40.1, eerste zin, Verdrag van Wenen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest oordeelt onaantastbaar dat uit de feitelijke gegevens van het straf-dossier blijkt dat de eiser op vakantie was in België en dat hij op 1 juli 2018 in Duitsland werd gearresteerd toen hij op weg was naar zijn diplomatieke stand-plaats in Oostenrijk.
- Het arrest dat met overname van de redenen van de vordering van de federale procureur oordeelt dat de eiser niet genoot van diplomatieke onschendbaarheid, hij regelmatig werd gearresteerd en het bevel tot aanhouding regelmatig is, verantwoordt die beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 414,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit eerste voorzitter ridder Jean de Codt, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Françoise Roggen, Peter Hoet en Tamara Konsek, en op de openbare rechtszitting van 2 januari 2019 uitgesproken door eerste voorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bij-stand van griffier Frank Adriaensen. F. Adriaensen T. Konsek P. Hoet F. Roggen F. Van Volsem J. de Codt PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190102.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div