id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190111.3 Rolnummer: C.18.0222.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Invoerdatum: 2019-02-13 Raadplegingen: 208 - laatst gezien 2026-06-28 06:01 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190111.3 Fiche Uit de artikelen 119, §1, eerste lid, en §2, derde lid, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, krachtens dewelke de operator in geval van onbetaalde rekening de maatregel kan nemen om vóór de volledige verbreking van de aansluiting gratis een beperkte dienst te verstrekken, volgt dat de eindgebruiker tijdens de periode van minimumdienst niet gehouden is tot betaling van de abonnementskosten
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: COMMUNICATIE. TELECOMMUNICATIE Vrije woorden: Operator - Maatregelen ingeval van wanbetaling - Instellen van een minimumdienst - Gratis karakter - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet - 13-06-2005 - Artt. 119, § 1, eerste lid, en § 2, derde lid - 32 ELI link Pub nr 2005011238 Wet - 31-07-2017 - zoals van toepassing vóór de vervanging ervan door art. 25 - 30 ELI link Pub nr 2017031132 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0222.N C.V. eiser, aan wie rechtsbijstand werd verleend bij beslissing van 11 januari 2018 vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen TELENET nv, met zetel te 2800 Mechelen, Liersesteenweg 4, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Neder-landstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 12 juni
- Advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 16 november 2018 een schriftelijke con-clusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Artikel 119, § 1, eerste lid, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, zoals van toepassing vóór de vervanging ervan door artikel 25 van de wet van 31 juli 2017 houdende diverse bepalingen inzake elek-tronische communicatie, bepaalt dat onverminderd de toepassing van artikel 70, § 1, 2°, d), de minister na advies van het Belgisch instituut voor postdiensten en telecommunicatie de lijst opstelt van de maatregelen die de operatoren kunnen nemen in geval van een onbetaalde rekening.
- Krachtens artikel 119, § 2, derde lid, van de wet van 13 juni 2005 betref-fende de elektronische communicatie, zoals van toepassing vóór de vervanging ervan door artikel 25 van de wet van 31 juli 2017 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie, bepalen deze maatregelen dat de operator vóór de volledige verbreking van de aansluiting gratis een beperkte dienst ver-strekt waarbij de eindgebruiker over de mogelijkheid beschikt om te worden op-gebeld, met uitsluiting van oproepen met betaling van de gesprekskosten door de opgeroepene, en zelf de nooddiensten te bellen.
- Uit deze bepaling volgt dat de eindgebruiker tijdens de periode van mini-mumdienst niet gehouden is tot betaling van de abonnementskosten.
- De appelrechter stelt vast dat de verweerster in de periode van september 2010 tot december 2010 ingevolge wanbetaling van de eiser haar dienstverlening voor vaste en mobiele telefonie beperkt heeft tot de minimumdienst en dat in de-ze periode de eiser enkel nog kon worden opgebeld, doch niet zelf meer in de mogelijkheid was om uitgaande gesprekken te voeren, met uitzondering van op-roepen naar gratis nummers of de nooddiensten.
- Door vervolgens te oordelen dat de eiser tijdens de periode van minimum-dienst nog gehouden was tot betaling van zijn abonnementskosten, aangezien het contract dat hij met de verweerster had afgesloten nog verder liep tijdens die pe-riode van minimumdienst, schendt de appelrechter voornoemde wetsbepaling. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Alain Smetryns, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 11 januari 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Alain Smetryns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190111.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190111.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div