← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190111.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190111.4 Rolnummer: C.18.0351.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-02-13 Raadplegingen: 600 - laatst gezien 2026-06-28 06:01 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190111.4 Fiches 1 - 2 Voor het krachtens de artikelen 1792 en 2270 B.W. instellen van de vordering tegen de aannemer en de architect binnen de tienjarige termijn is niet vereist dat het gebrek de stabiliteit van het gebouw of het groot werk geheel of gedeeltelijk in het gedrang brengt binnen de tienjarige termijn, maar volstaat het dat binnen deze termijn een gebrek aan het licht komt dat de stevigheid van het gebouw of van één van zijn belangrijke onderdelen op korte of langere termijn in het gedrang brengt of kan brengen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AANNEMING VAN WERK Vrije woorden: Aannemer en architect - Tienjarige aansprakelijkheid - Gebrek dat de stabiliteit geheel of gedeeltelijk in het gedrang brengt - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1792 en 2270 Thesaurus CAS: HUUR VAN DIENSTEN Vrije woorden: Aannemer en architect - Tienjarige aansprakelijkheid - Gebrek dat de stabiliteit geheel of gedeeltelijk in het gedrang brengt - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1792 en 2270 Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Bouwrecht en Onroerend Goed [T.B.O.] - UYTTERHOEVEN, Kristof; Noot "De tienjarige termijn van de artikelen 1792 en 2270 BW is een verificatietermijn" - 2020, nr. 4, p. 345-
  1. Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0351.N ALGEMENE BOUWONDERNEMINGEN MARCEL EVERAERT - COOREMAN nv, met zetel te 9290 Berlare, Kruisstraat 12, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen VERENIGING VAN MEDE-EIGENAARS VAN DE RESIDENTIE CODE-GRA TE 1600 SINT-PIETERS-LEEUW, HENDRIK CONSCIENCE-STRAAT 34, met zetel te 1600 Sint-Pieters-Leeuw, Hendrik Consciencestraat 34, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Joseph Stevensstraat 7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 16 januari
  2. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 27 november 2018 een schriftelijke con-clusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee midde-len aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (...) Tweede middel
  3. Artikel 1792 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat, indien een gebouw dat te-gen vaste prijs is opgericht, geheel of gedeeltelijk tenietgaat door een gebrek in de bouw, zelfs door de ongeschiktheid van de grond, de architect en de aannemer daarvoor gedurende tien jaar aansprakelijk zijn. Artikel 2270 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat na verloop van tien jaar de archi-tecten en aannemers ontslagen zijn van hun aansprakelijkheid met betrekking tot de grote werken die zij hebben uitgevoerd of geleid.
  4. Krachtens die bepalingen kan de vordering tegen de aannemer en de ar-chitect binnen de tienjarige termijn worden ingesteld in het geval een gebouw geheel of gedeeltelijk tenietgaat of dreigt teniet te gaan door een gebrek in de bouw. Het is niet vereist dat het gebrek de stabiliteit van het gebouw of het groot werk geheel of gedeeltelijk in het gedrang brengt binnen de tienjarige termijn. Het volstaat dat binnen deze termijn een gebrek aan het licht komt dat de stevigheid van het gebouw of van één van zijn belangrijke onderdelen op korte of langere termijn in het gedrang brengt of kan brengen.
  5. Het middel dat uitgaat van de rechtsopvatting dat voor de toepassing van de aansprakelijkheid op grond van de artikelen 1792 en 2270 Burgerlijk Wet-boek, de stabiliteit van het gebouw of een belangrijk onderdeel ervan binnen de tienjarige termijn moet zijn aangetast, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 852,89 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Alain Smetryns, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 11 januari 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Alain Smetryns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190111.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190111.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.