← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.3 Rolnummer: P.18.0790.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2019-01-31 Raadplegingen: 637 - laatst gezien 2026-06-29 10:58 Versie(s): Vertaling FR Fiche De appelrechters die oordelen dat de beschikkingen waarbij de afluistermaatregelen werden bevolen voldoende steun vinden in andere aanwijzingen die ze vermelden en die, ongeacht de nietige huiszoeking, de afluistermaatregel schragen, laten aldus niet na het verband tussen de nietige huiszoeking en de afluistermaatregel te onderzoeken en verantwoorden naar recht de beslissing het bewijs verkregen door de afluistermaatregelen niet uit te sluiten

(1).
(1)Cass. 10 mei 2016, AR P.15.1643.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160510.1, AC 2016, nr. 310 en NC 2017.155, met noot van B. DE SMET, "Voegen van stukken aan het dossier en verwijderen van stukken wegens de 'fruit of the poisonous tree'- doctrine"; J. MEESE, "Het bewijs in strafzaken", in P. TAELMAN (ed.), Efficiënt procederen voor een goede rechtsbedeling, XLIste postuniversitaire cyclus Willy Delva, Mechelen, Wolters Kluwer, 2016, 537-
  1. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Afluistermaatregelen - Aanwijzingen voor het bevelen van afluistermaatregelen gedeeltelijk gesteund op een onwettig verklaarde huiszoeking - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.18.0790.N
  2. B A G G, beklaagde,
  3. F L O P V, beklaagde, eisers, beiden met als raadsman mr. Sven De Baere, advocaat bij de balie Brussel, tegen Jean-Louis DE CHAFFOY DE COURCELLES, met kantoor te 1000 Brussel, Kunstlaan 24 bus 9A, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van ZAPA ENERGY bvba, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 25 juni
  4. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  5. Het arrest spreekt de eisers vrij voor de telastleggingen E en F. In zoverre tegen die beslissingen gericht, zijn de cassatieberoepen bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel
  6. Het middel voert schending aan van de artikelen 1 en 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en de artikelen 159 en 191 Wetboek van Strafvorde-ring, alsook miskenning van de regels over de bewijsvoering in strafzaken: de ei-sers hadden aangevoerd dat het bewijs van de telastleggingen steunt op een afluis-termaatregel die het gevolg is van een huiszoeking waarvan de onwettigheid vast-gesteld werd in een vonnis dat kracht van gewijsde heeft; zij betwistten niet de re-gelmatigheid van de motivering van de afluistermaatregel als dusdanig; hun ver-weer bestaat erin dat het bewijsmateriaal verkregen ingevolge de afluistermaatre-gel moet uitgesloten worden omdat deze tap steunt op bewijselementen afkomstig uit een nietige huiszoeking; het arrest oordeelt dat indien de motieven van de af-luistermaatregel die volgens de eisers nietig zijn, weggelaten worden de maatregel nog voldoende gemotiveerd is op andere gronden, zodat het bewijs dat door de afluistermaatregel werd verkregen niet moet worden uitgesloten; het arrest oordeelt verder dat indien toch tot de onregelmatigheid zou worden besloten, er alleen tot nietigheid van het bewijs kan besloten worden met toepassing van artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering; het arrest miskent de beginselen inzake de bewijsvoering indien het zo gelezen moet worden dat het nalaat het verband te onderzoeken tussen het nietig bewijs en de motieven van de afluistermaatregel; het miskent diezelfde beginselen en de regel dat bewijs dat volgt uit nietig bewijs moet worden uitgesloten indien het zo moet gelezen worden dat het bewijs dat verkregen werd met de afluistermaatregel niet moet uitgesloten worden, omdat die maatregel maar deels gemotiveerd wordt met motieven die het gevolg zijn van onrechtmatig verkregen bewijs.
  7. In zoverre het middel de miskenning van de bewijsregels in strafzaken aan-voert zonder deze te preciseren, is het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
  8. Het arrest oordeelt: "Wanneer de overweging die volgens [de eisers] (in)direct gebaseerd zou zijn op de nietige huiszoeking wordt weggelaten, dan nog vermelden de beschikkingen voldoende ernstige aanwijzingen met betrekking tot de feiten van witwassen en criminele organisatie waarvoor de onderzoeksrechter te Brugge in het gerechtelijk onderzoek nr. 2007/191 werd gevat en is een afluis-termaatregel toegelaten." Aldus laat het arrest niet na het verband tussen de nieti-ge huiszoeking en de afluistermaatregel te onderzoeken, maar oordeelt het dat de beschikkingen van 26 februari 2009 waarbij de afluistermaatregelen werden be-volen voldoende steun vinden in andere aanwijzingen die ze vermelden en die, ongeacht de nietige huiszoeking, de afluistermaatregel schragen. Aldus is de be-slissing het bewijs verkregen door de afluistermaatregelen niet uit te sluiten, naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  9. Het middel voert schending aan van de artikelen 196 en 197 Strafwetboek: het arrest veroordeelt de eisers voor valsheid in geschrifte, hoewel een aan de schuldenaar gerichte factuur geen strafbare valsheid kan zijn wanneer zij alleen aan hem gericht is en hij de juistheid van de daarin vermelde gegevens kan na-gaan; het arrest oordeelt dat het inboeken en betalen van de facturen een invloed heeft op de rechtsverhouding met derden, in het bijzonder de schuldeisers van Zappa Energy bvba, maar stelt niet vast dat de facturen voorgelegd werden aan anderen dan de bestemmelingen, noch dat deze de juistheid van de facturen niet konden nagaan.
  10. Het misdrijf valsheid in geschrifte als bedoeld in de artikelen 193, 196 en 214 Strafwetboek, bestaat erin in een door de wet beschermd geschrift, met be-drieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, de waarheid te vermommen op een bij de wet bepaalde wijze, terwijl hieruit een nadeel kan ontstaan.
  11. Een door de wet beschermd geschrift is een geschrift dat in zekere mate tot bewijs kan strekken, dit is zich aan het openbare vertrouwen opdringt, zodat de overheid of particulieren die ervan kennis nemen of aan wie het wordt voorgelegd, kunnen overtuigd zijn van de waarachtigheid van de rechtshandeling of van het juridisch feit in dat geschrift vastgelegd of kunnen gerechtigd zijn daaraan geloof te hechten.
  12. Het arrest oordeelt betreffende de met de telastleggingen A en B geviseerde facturen dat er geen enkele aanwijzing is dat die beantwoorden aan reëel gelever-de diensten en dat zij niet overeenstemmen met de realiteit. Het oordeelt verder dat de valse facturen werden ingeboekt en betaald en dat dit gebruik wel degelijk een invloed had op de rechtsverhouding met derden, in het bijzonder de andere schuldeisers van Zappa Energy bvba. Aldus geeft het arrest te kennen dat deze facturen door de wet beschermde geschriften zijn aangezien ze derden kunnen overtuigen van de waarachtigheid van wat erin is vervat. De schuldigverklaring van de eisers aan deze telastleggingen is dan ook naar recht verantwoord. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 8, § 1, laatste lid, Probatiewet
  13. Artikel 8, § 1, laatste lid, Probatiewet bepaalt dat de duur van het uitstel niet meer dan drie jaar mag bedragen voor gevangenisstraffen die de zes maanden niet te boven gaan.
  14. Het arrest dat de eiseres veroordeelt tot een hoofdgevangenisstraf van zes maanden en uitstel van tenuitvoerlegging verleent voor een termijn van vijf jaar, schendt dan ook deze bepaling. Omvang van de cassatie
  15. De onwettigheid van de maatregel om uitstel van tenuitvoerlegging te verle-nen, leidt tot de vernietiging van de hoofdstraf waarvoor het uitstel is verleend, gelet op de band tussen de strafmaat en de maatregel, alsook tot de vernietiging van de overige aan deze veroordeelde opgelegde straffen. Het laat de beslissing over de schuld onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiseres veroordeelt tot straf. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiseres tot twee derden van de kosten van haar cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Bepaalt de kosten in het geheel op 331,07 euro, waarvan 215,38 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 15 januari 2019 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Alain Winants, met bijstand van afgevaar-digd griffier Véronique Kosynsky. V. Kosynsky E. Francis A. Lievens A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201201.2N.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160510.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241203.2N.19 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.