id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.4 Rolnummer: P.18.0908.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2019-01-31 Raadplegingen: 618 - laatst gezien 2026-06-29 13:03 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Aangezien de aan de burgerlijke partij verschuldigde rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep enkel afhangt van de veroordeling tot schadevergoeding veroorzaakt door het misdrijf waaraan de beklaagde schuldig is verklaard, blijft ze verschuldigd ook als het bedrag van de bij het beroepen vonnis aan de burgerlijke partij toegekende schadevergoeding op het hoger beroep van de beklaagde wordt herleid
(1).
(1)Cass. 8 mei 2013, AR P.13.0053.F ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130508.5, AC 2013, nr. 286; Cass. 7 mei 2013, AR P.12.0753.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130507.3, AC 2013, nr.
- Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter Vrije woorden: Procedure in hoger beroep - Rechtsplegingsvergoeding - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep Vrije woorden: Rechtsplegingsvergoeding - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.18.0908.N VLAAMSE VERVOERSMAATSCHAPPIJ DE LIJN, met zetel te 2800 Me-chelen, Motstraat 20, burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Ignace Laplaese, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, tegen P C, beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 29 juni
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek en de artikelen 162bis, 194 en 211 Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis kent onwettig geen rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep toe aan de eiseres.
- Krachtens artikel 162bis, eerste lid, Wetboek van Strafvordering veroordeelt ieder veroordelend vonnis, uitgesproken tegen de beklaagde en tegen de personen die voor het misdrijf burgerrechtelijk aansprakelijk zijn, hen tot het betalen aan de burgerlijke partij van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 Ge-rechtelijk Wetboek.
- Aangezien de aan de burgerlijke partij verschuldigde rechtsplegingsvergoe-ding in hoger beroep enkel afhangt van de veroordeling tot schadevergoeding ver-oorzaakt door het misdrijf waaraan de beklaagde schuldig is verklaard, blijft ze verschuldigd ook als het bedrag van de bij het beroepen vonnis aan de burgerlijke partij toegekende schadevergoeding op het hoger beroep van de beklaagde wordt herleid.
- Het bestreden vonnis dat, na het bedrag van de schadevergoeding toegekend aan de eiseres door het beroepen vonnis te hebben herleid, de vordering van de eiseres tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep afwijst, is niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de vordering van de eiseres tot de veroordeling van de verweerder tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding afwijst als ongegrond. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiseres tot twee derden van de kosten van haar cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 388,02 euro waarvan 61,05 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 15 januari 2019 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Alain Winants, met bijstand van afgevaar-digd griffier Véronique Kosynsky. V. Kosynsky E. Francis A. Lievens A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130507.3 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130508.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240320.2F.15 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241126.2N.29 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div