← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.5 Rolnummer: P.18.1187.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2019-01-31 Raadplegingen: 335 - laatst gezien 2026-06-28 06:02 Versie(s): Vertaling FR Fiche Artikel 45, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat indien de rechter het herstel in het recht tot sturen afhankelijk maakt van het slagen voor een of meer van de in artikel 38, §3, Wegverkeerswet vermelde examens en onderzoeken, hij het verval van het recht tot sturen niet kan beperken tot de categorieën van voertuigen die hij aangeeft overeenkomstig de bepalingen vastgesteld door de Koning krachtens artikel 26 Wegverkeerswet; artikel 45, derde lid, Wegverkeerswet, zoals ingevoegd door artikel 2 van de wet van 27 juni 2018 tot wijziging van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer wat betreft herstelexamens en - onderzoeken na een veroordeling tot een verval van het recht tot sturen, dat specifiek betrekking heeft op de herstelexamens en -onderzoeken, doet geen afbreuk aan het door artikel 45, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalde verbod het verval van het recht tot sturen te beperken tot bepaalde categorieën. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 45 Vrije woorden: Artikel 45, eerste lid - Herstel in het recht tot sturen afhankelijk gemaakt van het slagen voor een of meer van de in artikel 38, § 3, Wegverkeerswet vermelde examens en onderzoeken - Verval van het recht tot sturen - Omvang van het verval - Artikel 45, derde lid Wegverkeerswet - Herstelexamens en -onderzoeken na een veroordeling tot een verval van het recht tot sturen - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.18.1187.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG WEST-VLAANDEREN, afdeling Ieper, eiser, tegen A J D, beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Ieper, van 4 oktober

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 45, eerste lid, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis dat de verweerder veroordeelt tot een rijverbod en het herstel in het recht tot sturen afhankelijk maakt van het slagen voor een of meer van de in artikel 38, § 3, Wegverkeerswet vermelde examens en onderzoeken, beperkt het verval van het recht tot sturen tot de categorieën C, C+E, C1 en C1+E.
  3. Artikel 45, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat indien de rechter het her-stel in het recht tot sturen afhankelijk maakt van het slagen voor een of meer van de in artikel 38, § 3, Wegverkeerswet vermelde examens en onderzoeken, hij het verval van het recht tot sturen niet kan beperken tot de categorieën van voertuigen die hij aangeeft overeenkomstig de bepalingen vastgesteld door de Koning krach-tens artikel 26 Wegverkeerswet. Artikel 45, derde lid, Wegverkeerswet, zoals ingevoegd door artikel 2 van de wet van 27 juni 2018 tot wijziging van de wet van 16 maart 1968 betreffende de poli-tie over het wegverkeer wat betreft herstelexamens en - onderzoeken na een ver-oordeling tot een verval van het recht tot sturen, dat specifiek betrekking heeft op de herstelexamens en - onderzoeken, doet geen afbreuk aan het door artikel 45, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalde verbod het verval van het recht tot sturen te beperken tot bepaalde categorieën.
  4. Het bestreden vonnis bevestigt het beroepen vonnis dat aan de verweerder een rijverbod van drie maanden heeft opgelegd, waarbij het herstel afhankelijk wordt gemaakt van het slagen in vier onderzoeken en examens en voegt daaraan toe dat dit rijverbod niet geldt voor de categorieën C, C+E, C1 en C1+E. Aldus schendt het bestreden vonnis artikel 45, eerste lid, Wegverkeerswet. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het aan de verweerder een rijverbod op-legt. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis. Laat twee derden van de kosten ten laste van de Staat. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 91,04 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 15 januari 2019 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Alain Winants, met bijstand van afgevaar-digd griffier Véronique Kosynsky. V. Kosynsky E. Francis A. Lievens A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.5 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210914.2N.9 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240227.2N.6 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240528.2N.8 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250610.2N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.