← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190122.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190122.2 Rolnummer: P.18.0937.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-01-31 Raadplegingen: 587 - laatst gezien 2026-06-29 08:38 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Verwijzing na vernietiging plaatst de partijen terug, binnen de perken van de verwijzing, in de toestand waarin zij zich bevonden voor de rechter die de bestreden beslissing heeft uitgesproken

(1).
(1)Cass. 13 december 1988, AR 2075, AC 1988-1989, nr. 221. Thesaurus CAS: VERWIJZING NA CASSATIE - STRAFZAKEN Vrije woorden: Burgerlijke rechtsvordering - Vernietiging van een rechterlijke beslissing - Verwijzing - Toestand van de partijen voor de verwijzingsrechter Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 434 en 435 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 2 De rechter dient de schade te bepalen op het tijdstip dat dit van het effectieve herstel ervan zo dicht mogelijk benadert, dit is op het tijdstip van zijn uitspraak, zodat bij vernietiging de rechter op verwijzing in geval van toepassing van de kapitalisatiemethode de berekening moet maken op datum van zijn uitspraak
(1).
(1)Cass. 13 december 1988, AR 2075, AC 1988-1989, nr.
  1. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Beoordelingsbevoegdheid. Raming. Peildatum Vrije woorden: Toepassing Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1382 en 1383 Tekst van de beslissing Nr. P.18.0937.N I BALOISE BELGIUM nv, met zetel te 2600 Antwerpen (Berchem), Posthof-brug 16, vrijwillig tussengekomen partij, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen K V, burgerlijke partij, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerder woonplaats kiest. II M A, burgerrechtelijk aansprakelijke partij, eiser, met als raadsman mr. Tom De Meester, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen K V, reeds vermeld, burgerlijke partij, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correcti-onele rechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, van 1 augustus 2018, op verwij-zing gewezen bij arrest van 24 januari 2017 van het Hof. De eiseres I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerst middel van de eiseres I en de eiser II Eerste onderdeel
  2. Het onderdeel voert schending aan van artikel 1138, 2°, Gerechtelijk Wet-boek en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de autonomie van de procespartijen, het beschikkingsbeginsel genoemd, en van het algemeen rechtsbe-ginsel van het recht van verdediging: de appelrechters weigeren ten onrechte de negatieve interest op het bedrag van 151.006,06 euro in mindering te brengen aangezien de partijen het eens waren over deze aftrek.
  3. De eisers vorderden in appelconclusie dat de aan de verweerder toekomende schadevergoeding wordt verminderd met de negatieve vergoedende interest op 151.006,06 euro vanaf 12 juli
  4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de ver-weerder heeft betwist dat de hem toekomende schadevergoeding wordt vermin-derd zoals gevorderd door de eisers.
  5. De appelrechters die oordelen dat de eisers slechts negatieve interest kunnen vorderen op het bedrag van de door hen aan het ziekenfonds gebeurlijk terugbe-taalde bedragen en dit vanaf de datum van deze betalingen en verder deze vorde-ring afwijzen op grond dat de eiseres I ter zake geen bewijs levert, schenden arti-kel 1138, 2°, Gerechtelijk Wetboek en miskennen het beschikkingsbeginsel. Het onderdeel is gegrond. Tweede middel van de eiseres I en de eiser II Derde onderdeel
  6. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 416 tot en met 442 Wet-boek van Strafvordering, in het bijzonder de artikelen 434 en 435, en de artikelen 2, 1082, tweede alinea, 1095 en 1110 Gerechtelijk Wetboek: de appelrechters overschrijden hun rechtsmacht door vergoeding voor het toekomstig inkomsten-verlies te kapitaliseren aan een rentevoet van 1 pct.; de vernietiging van het vonnis van 15 juni 2015 bij het arrest van 24 januari 2017 van het Hof strekte zich immers niet uit tot de beslissing over de rentevoet voor de kapitalisatieberekening.
  7. Krachtens artikel 435 Wetboek van Strafvordering verwijst, in geval van vernietiging, het Hof van Cassatie, indien daartoe aanleiding is, de zaak, hetzij naar een gerecht van dezelfde rang als het gerecht dat de vernietigde beslissing heeft gewezen, hetzij naar hetzelfde gerecht, anders samengesteld. De verwijzing na vernietiging plaatst de partijen terug, binnen de perken van de verwijzing, in de toestand waarin zij zich bevonden voor de rechter die de bestre-den beslissing heeft uitgesproken.
  8. De rechter dient de schade te bepalen op het tijdstip dat dit van het effectie-ve herstel ervan zo dicht mogelijk benadert, dit is op het tijdstip van zijn uitspraak, in voorkomend geval na vernietiging. Hieruit volgt dat de verwijzingsrechter in geval van toepassing van de kapitalisa-tiemethode de berekening moet maken op datum van zijn uitspraak.
  9. Tegen het vonnis van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Ant-werpen, van 15 juni 2015, voerden de eisers twee middelen aan. Bij het arrest van 24 januari 2017 verklaarde het Hof de beide middelen gegrond, het eerste middel op grond dat de appelrechters aan de verweerder een vergoeding toekenden voor schade die hij niet heeft gevorderd wat betreft het inkomstenver-lies voor 2006 en het tweede middel op grond dat de appelrechters aan de conven-tie tussen verzekeraars en ziekenfondsen een uitleg gaven die met de bewoordin-gen ervan niet verenigbaar is waar zij oordeelden dat "om tot het nettobedrag aan uitkeringen te komen, gebruik kan gemaakt worden van het percentage van 24 % aan fiscale lasten op deze uitkeringen zoals bepaald in de conventie tussen verze-keraars en ziekenfondsen". Het voormelde arrest van het Hof vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de vordering van de verweerder voor inkomstenverlies tegen de eisers.
  10. De appelrechters die met betrekking tot de omvang van de cassatie ingevol-ge het arrest van 24 januari 2017 van het Hof oordelen dat "de parameters voor de kapitalisatieberekening zoals gemaakt door de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, in haar vonnis van 15 juni 2015, op definitieve wijze werden beslecht" en dat "de regel volgens welke de rechter de schade moet ramen op het ogenblik dat hij uitspraak doet, (...) evenwel met zich [brengt] dat zowel de kapitalisatiecoëfficiënt en de -rentevoet dienen te worden geactualiseerd", ver-antwoorden hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Eerste onderdeel
  11. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de appelrech-ters antwoorden niet op het verweer van de eisers met betrekking tot het akkoord tussen de partijen over de rentevoet voor de kapitalisatieberekening.
  12. De eisers hebben in appelconclusie aangevoerd dat tussen partijen een ak-koord bestond over de toe te passen rentevoet van 2 pct. voor de kapitalisatiebere-kening.
  13. De appelrechters beantwoorden dit verweer niet. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  14. De grieven kunnen niet leiden tot cassatie zonder verwijzing en behoeven bijgevolg geen antwoord. Omvang van de cassatie
  15. De vernietiging van de beslissingen over de negatieve intrest en de schade wegens het inkomstenverlies voor de toekomst brengt de vernietiging met zich mee van de beslissing over de schade wegens het inkomstenverlies voor het verle-den, gelet op het nauwe verband tussen die beslissingen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwij-zing. Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdende in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Geert Jocqué, Peter Hoet, Erwin Francis en Sidney Berneman, en op de openbare rechtszitting van 22 januari 2019 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. K. Vanden Bossche S. Berneman E. Francis P. Hoet G. Jocqué P. Maffei PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190122.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240207.2F.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.