id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190125.2 Rolnummer: F.17.0039.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2019-02-12 Raadplegingen: 606 - laatst gezien 2026-06-28 13:26 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190125.2 Fiche Uit de samenhang van de artikelen 60, §1, eerste lid, en 61, §1, eerste en derde lid Btw-wetboek volgt dat de voorlegging van de boeken, facturen en andere stukken slechts kan worden geëist van degene die op grond van artikel 60 Btw-wetboek gehouden is tot bewaring ervan of van zijn lasthebber; wanneer degene die gehouden is tot bewaring een rechtspersoon betreft, dan kan de voorlegging van de boeken, facturen en andere stukken rechtsgeldig gebeuren door het daartoe bevoegde orgaan van de rechtspersoon of door degene aan wie de rechtspersoon een daartoe strekkende volmacht heeft verleend of van wie de ambtenaren redelijkerwijze mochten veronderstellen dat hij hiertoe bevoegd was
(1)Zie conclusie OM. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE Vrije woorden: Controlemaatregelen - Boeken en stukken - Verplichting tot bewaring en voorlegging - Rechtspersoon - Hoedanigheid van degene aan wie voorlegging moet worden gevraagd Wettelijke bepalingen: Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Artt. 60, § 1, eerste lid, en 61, § 1, eerste en derde lid - 32 Link Justel databank 19690703-32 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.17.0039.N AZTEK GLOBAL SYSTEMS Ltd., met zetel te Corck (Ierland), Sullivan's Quay 6, eiseres, met als raadsman mr. Francis Marck, advocaat bij de balie Provincie Antwerpen, met kantoor te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 136, waar de eiseres woon-plaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de BTW-Ontvanger, BTW-Leuven, met kantoor te 3001 Heverlee, Philipssite 3A, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 16 november
- Advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen heeft op 7 november 2018 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie midde-len aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 60, § 1, eerste lid, Btw-wetboek, in zijn toepasselijke versie, dienen de boeken, facturen en andere stukken waarvan dit wetboek of de ter uitvoering ervan genomen regelen het houden, het opmaken of het uitreiken voorschrijven, te worden bewaard door hen die ze hebben gehouden, opgemaakt, uitgereikt of ontvangen. Artikel 61, § 1, eerste lid, Btw-wetboek, in zijn hier toepasselijke versie, bepaalt dat eenieder gehouden is de boeken, facturen en andere stukken, die hij overeen-komstig artikel 60 moet bewaren, op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegd-heid heeft, zonder verplaatsing, ter inzage voor te leggen teneinde de juiste hef-fing van de belasting in zijnen hoofde of in hoofde van derden te kunnen nagaan. Artikel 61, § 1, derde lid, Btw-wetboek bepaalt dat wanneer de boeken, facturen en andere stukken door middel van een geïnformatiseerd systeem worden gehou-den, opgemaakt, uitgereikt, ontvangen of bewaard, die ambtenaren het recht heb-ben zich de op informatiedragers geplaatste gegevens in een leesbare en ver-staanbare vorm ter inzage te doen voorleggen. Die ambtenaren kunnen eveneens degene in het eerste lid bedoeld verzoeken om in hun bijzijn en op zijn uitrusting kopies te maken onder de door hen gewenste vorm van het geheel of een deel van de voormelde gegevens, evenals om de informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht om de juiste heffing van de belasting na te gaan.
- Uit de samenhang van deze bepalingen volgt dat de voorlegging van de boeken, facturen en andere stukken slechts kan worden geëist van degene die op grond van artikel 60 Btw-wetboek gehouden is tot bewaring ervan of van zijn lasthebber. Wanneer degene die gehouden is tot bewaring een rechtspersoon betreft, dan kan de voorlegging van de boeken, facturen en andere stukken rechtsgelding gebeu-ren door het daartoe bevoegde orgaan van de rechtspersoon of door degene aan wie de rechtspersoon een daartoe strekkende volmacht heeft verleend of van wie de ambtenaren redelijkerwijze mochten veronderstellen dat hij hiertoe bevoegd was.
- De appelrechters oordelen dat: - in het thans voorliggend geval niet blijkt dat de bediende Hoekstra, die door de fiscale ambtenaren werd verzocht om over te gaan tot digitale kopiename van gegevens, heeft aangegeven niet gemandateerd te zijn geweest om ten be-hoeve van Aztek International nv te voldoen aan de verplichting tot voorleg-ging van boeken, stukken en gegevens; - zij meegewerkt heeft aan en de noodzakelijke hulp heeft geboden bij het ne-men van een kopie van digitale gegevens; - het proces-verbaal van 2 april 2008, dat mede ondertekend werd door de be-diende Hoekstra, geen melding maakt van een weigering van dat personeelslid omdat het er niet voor gemandateerd zou zijn, noch van een weigering van haar medewerking omdat het zou gaan om handelingen waarvoor zij arbeids-rechtelijk geen toelating had ze te stellen; - niet wordt aangetoond dat enig arbeidsreglement de bediende zou hebben ver-boden die medewerking te verlenen.
- De appelrechters, die aldus te kennen geven dat de ambtenaren redelijker-wijze ervan mochten uitgaan dat de bediende aan wie de voorlegging werd ge-vraagd daartoe bevoegd was, verantwoorden naar recht hun beslissing dat er geen schending van de artikelen 60 en 61 Btw-wetboek kan worden afgeleid uit het concreet verloop van de controleverrichtingen. Het middel kan niet worden aangenomen. (...) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 180,82 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, en de raadsheren Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 25 januari 2019 uitgesproken door sectievoorzit-ter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. V. Van de Sijpe B. Wylleman F. Van Volsem G. Jocqué B. Deconinck E. Dirix PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190125.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190125.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div