id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190125.5 Rolnummer: F.17.0080.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Belastingrecht Invoerdatum: 2019-02-12 Raadplegingen: 423 - laatst gezien 2026-06-29 10:15 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190125.5 Fiche 1 De langstlevende echtgenoot die in toepassing van artikel 745bis, §1, eerste lid B.W. het vruchtgebruik verkrijgt van een nalatenschap waarin een blote eigendom aanwezig is, verkrijgt een eventueel vruchtgebruik op dat goed; dit vruchtgebruik zal pas uitwerking krijgen bij het overlijden van de actuele vruchtgebruiker of bij het verstrijken van de termijn waarvoor het eerdere vruchtgebruik werd toegestaan, op voorwaarde dat de houder van het eventuele vruchtgebruik op dat tijdstip nog in leven is
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ERFENISSEN Vrije woorden: Nalatenschap waarin blote eigendom aanwezig is - Langstlevende echtgenoot - Eventueel vruchtgebruik - Uitwerking - Tijdstip - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 745bis, § 1, eerste lid Fiche 2 De actieve samenstelling van de nalatenschap wordt vermeerderd indien komt vast te staan dat de langstlevende echtgenoot het recht van vruchtgebruik daadwerkelijk kan uitoefenen door de realisatie van de (opschortende) voorwaarde waaraan het eventueel vruchtgebruik onderworpen is; hieruit volgt dat de langstlevende echtgenoot ertoe gehouden is een nieuwe aangifte in te dienen indien de opschortende voorwaarde waaraan het eventueel vruchtgebruik is onderworpen zich realiseert, nl dat hij nog in leven is op het tijdstip dat het actuele vruchtgebruik eindigt
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: SUCCESSIERECHTEN Vrije woorden: Samenstelling nalatenschap - Rechten van blote eigendom - Langstlevende echtgenoot - Eventueel vruchtgebruik - Realisatie opschortende voorwaarde - Gevolg - Nieuwe aangifte Wettelijke bepalingen: Wetboek der successierechten - 30-03-1936 - Art. 37, 2° - 30 ELI link Pub nr 1936033051 Wet - 13-12-2013 - thans art. 3.3.1.0.6, 2°,
- a)- 06 ELI link Pub nr 2013036154 Annotaties Publicaties: Recueil général de l’enregistrement et du notariat [Rec.gén.enr.not.] - CULOT, André; Observations sous cassation. - 2019, n° 7, p. 303-304. Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.17.0080.N B.G. eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat, 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de per-soon van de Vlaamse Minister van Begroting, Financiën en Energie, waarvan het kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Kreupelenstraat 2, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67/14, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 17 januari 2017, op verwijzing gewezen na arrest van het Hof van 24 september 2015. Advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen heeft op 17 december 2018 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee midde-len aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel 1. Krachtens artikel 745bis, eerste lid, Burgerlijk Wetboek verkrijgt de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik van de gehele nalatenschap wanneer de overledene afstammelingen, geadopteerde kinderen of afstammelingen van deze achterlaat. De langstlevende echtgenoot die in toepassing van deze wetsbepaling het vrucht-gebruik verkrijgt van een nalatenschap waarin een blote eigendom aanwezig is, verkrijgt een eventueel vruchtgebruik op dat goed. Dit vruchtgebruik zal pas uitwerking krijgen bij het overlijden van de actuele vruchtgebruiker of bij het verstrijken van de termijn waarvoor het eerdere vruchtgebruik werd toegestaan, op voorwaarde dat de houder van het eventuele vruchtgebruik op dat tijdstip nog in leven is. Het eventueel vruchtgebruik is bijgevolg een recht onder opschortende voor-waarde dat afhankelijk is van de toekomstige en onzekere gebeurtenis dat de ti-tularis ervan nog in leven is op het tijdstip dat het door de erflater toegestane vruchtgebruik eindigt. 2. Krachtens artikel 37, 2°, Wetboek Successierechten moet een nieuwe aan-gifte ingeleverd worden wanneer, na het openvallen van de nalatenschap, de ac-tieve samenstelling ervan vermeerderd wordt, hetzij door het intreden van een voorwaarde of van elk ander voorval, hetzij door de erkenning van het eigen-domsrecht van de overledene op door een derde bezeten goederen, hetzij door de oplossing van een geschil, tenzij de vermeerdering van actief het gevolg is van een ontbinding die haar oorzaak vindt in het niet-uitvoeren, door erfgenamen, le-gatarissen of begiftigden, van de voorwaarden van een contract. De actieve samenstelling van de nalatenschap wordt vermeerderd indien komt vast te staan dat de langstlevende echtgenoot het recht van vruchtgebruik daad-werkelijk kan uitoefenen door de realisatie van de opschortende voorwaarde waaraan het eventueel vruchtgebruik onderworpen is. Hieruit volgt dat de langstlevende echtgenoot ertoe gehouden is een nieuwe aan-gifte in te dienen indien de opschortende voorwaarde waaraan het eventueel vruchtgebruik is onderworpen zich realiseert, namelijk dat hij nog in leven is op het tijdstip dat het actuele vruchtgebruik eindigt. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. (...) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 1.259,52 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Filip Van Volsem, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openba-re rechtszitting van 25 januari 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Di-rix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. V. Van de Sijpe K. Moens B. Wylleman F. Van Volsem K. Mestdagh E. Dirix PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190125.5 Gerelateerde publicatie(
- s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190125.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div