← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190125.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190125.6 Rolnummer: F.17.0090.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2019-02-12 Raadplegingen: 267 - laatst gezien 2026-06-28 08:04 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190125.6 Fiche 1 Een onroerend goed van een intergemeentelijke vereniging wordt slechts van de onroerende voorheffing vrijgesteld indien het niet productief is en in concreto wordt aangewend voor een openbare dienst of voor een dienst van algemeen nut

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VOORHEFFINGEN EN BELASTINGKREDIET - Onroerende voorheffing Vrije woorden: Intercommunale - Vrijstelling artikel 253, 3°, WIB92 - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 253, 3° - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 2 Een intergemeentelijke dienstverlenende vereniging die in het raam van het huisvestingsbeleid optreedt als projectontwikkelaar en gronden gebruikt voor het bouwen van betaalbare woningen, oefent een taak uit van algemeen belang en verzekert aldus een openbare dienst; de gronden die met dit oogmerk worden ontwikkeld door de intergemeentelijke vereniging worden bestemd voor een dienst van algemeen nut
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VOORHEFFINGEN EN BELASTINGKREDIET - Onroerende voorheffing Vrije woorden: Vrijstelling artikel 253, 3°, WIB92 - Intercommunale - Ontwikkeling gronden - Bouwen woningen in kader huisvestingsbeleid - Gebruik voor een openbare dienst of dienst van algemeen nut Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 253, 3° - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.17.0090.N INTERCOMMUNALE GRONDBELEID EN EXPANSIE ANTWERPEN DIENSTVERLENING, met zetel te 2160 Wommelgem, Doornaardstraat 60, eiseres, met als raadsman mr. Johan Speecke, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8500 Kortrijk, Doorniksewijk 12, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de per-soon van de minister-president, met kabinet te 1000 Brussel, Martelaarsplein 19, voor wie optreedt de Vlaamse Minister van Begroting, Financiën en Energie, met kabinet te 1000 Brussel, Kreupelenstraat 2, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 20 december
  1. Advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen heeft op 17 december 2018 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie midde-len aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel
  2. Krachtens artikel 12, § 2, 2°, Decreet van het Vlaams Parlement van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals hier toepasselijk, is een dienstverlenende vereniging een samenwerkingsverband met rechtspersoon-lijkheid maar zonder beheersoverdracht dat tot doel heeft een duidelijk omschre-ven ondersteunende dienst te verlenen aan de deelnemende gemeenten, eventueel voor verschillende beleidsdomeinen.
  3. Krachtens artikel 253, 3°, WIB92, zoals hier toepasselijk, wordt van de on-roerende voorheffing vrijgesteld het kadastraal inkomen van onroerende goe-deren die de aard van nationale domeingoederen hebben, op zichzelf niets op-brengen en voor een openbare dienst of voor een dienst van algemeen nut worden gebruikt. Hieruit volgt dat een onroerend goed van een intergemeentelijke vereniging slechts van de onroerende voorheffing wordt vrijgesteld indien het niet produc-tief is en in concreto wordt aangewend voor een openbare dienst of voor een dienst van algemeen nut.
  4. Een intergemeentelijke dienstverlenende vereniging die in het raam van het huisvestingsbeleid optreedt als projectontwikkelaar en gronden gebruikt voor het bouwen van betaalbare woningen, oefent een taak uit van algemeen be-lang en verzekert aldus een openbare dienst. De gronden die met dit oogmerk worden ontwikkeld door de intergemeentelijke vereniging worden bestemd voor een dienst van algemeen nut.
  5. De appelrechters stellen vast dat: - de onbebouwde gronden het voorwerp uitmaken van verkavelingsprojecten opgestart door de gemeenten Rumst, Zoersel en Brecht; - bepaalde onroerende goederen aangewend worden als sociale koopwoningen.
  6. De appelrechters die de vrijstelling van de onroerende voorheffing voor al-le onroerende goederen weigeren omdat de gronden in de periode voorafgaand aan de particuliere verkoop en tijdens de ontwikkeling van de projecten niet ge-bruikt worden in het raam van een openbare dienst en het bouwen van woningen op zich geen openbare dienst is, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond in zoverre het schending aanvoert van artikel 253, 3°, WIB
  7. (...) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvanke-lijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Filip Van Volsem, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openba-re rechtszitting van 25 januari 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Di-rix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. V. Van de Sijpe K. Moens B. Wylleman F. Van Volsem K. Mestdagh E. Dirix PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190125.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190125.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.