← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190201.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190201.2 Rolnummer: C.18.0350.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-02-13 Raadplegingen: 1264 - laatst gezien 2026-06-28 19:12 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De rechter is gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde rechtsregels; hij moet de juridische aard van de door de partijen aangevoerde feiten en handelingen onderzoeken, en mag, ongeacht de juridische omschrijving die de partijen daaraan hebben gegeven, de door hen aangevoerde redenen ambtshalve aanvullen op voorwaarde dat hij geen betwisting opwerpt waarvan de partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, dat hij enkel steunt op elementen die hem regelmatig zijn voorgelegd, dat hij het voorwerp van de vordering niet wijzigt en dat hij het recht van verdediging van de partijen niet miskent

(1).
(1)Cass. 31 oktober 2013, AR C.13.0005.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131031.3, AC 2013, nr. 571, met concl. OM. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Burgerlijke zaken (handelszaken en sociale zaken inbegrepen) Vrije woorden: Beslechting van het geschil door de rechter - Ambtshalve aanvulling van de door partijen aangevoerde redenen - Wijze - Voorwaarden Fiche 2 De rechter is verplicht ambtshalve de rechtsregels op te werpen waarvan de toepassing geboden is door de feiten die door de partijen in het bijzonder worden aangevoerd tot staving van hun eisen of die impliciet besloten liggen in het debat tussen partijen of de door hem genomen beslissingen
(1).
(1)Cass. 27 september 2013, AR C.12.0381.F ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130927.2, AC 2013, nr. 487. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Bevoegdheid van de rechter - Ambtshalve opwerping van de rechtsregels waarvan de toepassing geboden is - Wijze Fiche 3 De vernietiging van een overeenkomst verplicht in beginsel elk van de partijen ertoe de prestaties terug te geven die krachtens die vernietigde overeenkomst zijn ontvangen
(1).
(1)Cass. 5 januari 2012, AR C.10.0712.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120105.3, AC 2012, nr.
  1. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN - Tussen partijen Vrije woorden: Vernietiging - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0350.N KBC BANK nv, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Havenlaan 2, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  2. J.G.
  3. G.N. verweerders, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Joseph Stevensstraat 7, waar de verweerders woonplaats kiezen, mede inzake
  4. M.B.
  5. G.B. in tussenkomst gedaagde partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 10 januari
  6. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  7. De rechter is gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde rechtsregels. Hij moet de juridische aard van de door de partijen aangevoerde feiten en handelingen onderzoeken, en mag, ongeacht de juridische omschrijving die de partijen daaraan hebben gegeven, de door hen aangevoerde redenen ambtshalve aanvullen op voorwaarde dat hij geen betwis-ting opwerpt waarvan de partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, dat hij enkel steunt op elementen die hem regelmatig zijn voorgelegd, dat hij het voorwerp van de vordering niet wijzigt en dat hij daarbij het recht van verdedi-ging van de partijen niet miskent. De rechter is verplicht ambtshalve de rechtsregels op te werpen waarvan de toe-passing geboden is door de feiten die door de partijen in het bijzonder worden aangevoerd tot staving van hun eisen of die impliciet besloten liggen in het debat tussen partijen of de door hem genomen beslissingen.
  8. De vernietiging van een overeenkomst verplicht in beginsel elk van de par-tijen ertoe de prestaties terug te geven die krachtens die vernietigde overeen-komst zijn ontvangen.
  9. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eiseres (hierna: de bank) kredieten toestond aan de verweerders en de eerste in tussenkomst gedaagde partij; - deze kredieten strekten tot de herfinanciering van eerdere kredieten voor de aankoop van diverse onroerende goederen door de eerste in tussenkomst gedaagde partij; - de bank de uitvoering vordert van de kredietovereenkomsten; - de tweede in tussenkomst gedaagde partij in het geding is tussengekomen met het oog de aankopen aan te vechten wegens pauliaans bedrog; - de aankopen door de eerste in tussenkomst gedaagde partij kaderden in een frauduleuze operatie met het oogmerk de verhaalsrechten als de schuldeiser van de tweede in tussenkomst gedaagde partij te benadelen; - de koopovereenkomsten om die reden nietig zijn; - de nietigheid van deze overeenkomsten ook de nietigheid van alle kre-dietovereenkomsten tot gevolg heeft; - de vordering van de bank tot uitvoering van de kredietovereenkomsten bijge-volg ongegrond is; - de bank in conclusie aanvoert dat "een nietigverklaring in beginsel tot gevolg "zou" hebben dat de partijen in hun oorspronkelijke rechten hersteld worden en dat dit [de verweerders] niet "zou" vrijstellen om het ontleende kapitaal terug te betalen"; - de verweerders van hun kant deden gelden dat de teruggaveplicht diende te worden beperkt tot "maximaal de helft van het nominale uitgeleende bedrag".
  10. De appelrechters die de nietigheid van de kredietovereenkomsten uitspre-ken en de gevolgen hiervan niet regelen omdat de bank "geen restitutievordering op grond van de nietigverklaring van de kredietovereenkomst stelt", schieten te kort aan hun verplichting om het geschil te beslechten op grond van de daarop van toepassing zijnde rechtsregels. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het nalaat te oordelen over de gevolgen van de nietigheid van de kredietovereenkomsten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest. Verklaart het arrest bindend aan de tot bindend verklaring opgeroepen partijen. Houdt de kosten aan en laat de betwisting daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 1 februari 2019 uit-gesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190201.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200309.3N.9 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210507.1N.8 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230113.1N.2 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260320.1F.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120105.3 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130927.2 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131031.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260216.3N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.