← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190205.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190205.7 Rolnummer: P.18.1204.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-02-11 Raadplegingen: 310 - laatst gezien 2026-06-28 06:05 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De appelrechter moet, rekening houdend met de door artikel 203 Wetboek van Strafvordering afgelegde verklaringen van hoger beroep en de overeenkomstig artikel 204 Wetboek van Strafvordering nauwkeurig bepaalde grieven, zijn rechtsmacht bepalen; uit de omstandigheid dat de vaststelling dat een minderjarige een als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd niet tot de rechtsmacht van de jeugdrechter in hoger beroep behoort, volgt niet dat een burgerlijk aansprakelijke partij, ouder van de minderjarige, niet langer kan aanvoeren dat de door het openbaar ministerie uitgebrachte vordering niet ontvankelijk is wegens miskenning van het recht van verdediging van de minderjarige en die ouder, aangezien die vordering de grondslag vormt voor het opleggen van een maatregel aan de minderjarige en voor de beslissing over de burgerlijke aansprakelijkheid van die ouder. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Jeugdbescherming - Als misdrijf omschreven feit gepleegd door een minderjarige - Hoger beroep aangetekend door de minderjarige vervallen verklaard - Geen hoger beroep van het openbaar ministerie - Geen hoger beroep van de moeder van de minderjarige tegen de schuldigverklaring - Betwisting nopens de ontvankelijkheid van de strafvordering - Burgerlijk aansprakelijke partij - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING Vrije woorden: Als misdrijf omschreven feit gepleegd door een minderjarige - Hoger beroep aangetekend door de minderjarige vervallen verklaard - Geen hoger beroep van het openbaar ministerie - Geen hoger beroep van de moeder van de minderjarige tegen de schuldigverklaring - Betwisting nopens de ontvankelijkheid van de strafvordering - Burgerlijk aansprakelijke partij - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Betwisting nopens de ontvankelijkheid van de strafvordering - Jeugdbescherming - Als misdrijf omschreven feit gepleegd door een minderjarige - Hoger beroep aangetekend door de minderjarige vervallen verklaard - Geen hoger beroep van het openbaar ministerie - Geen hoger beroep van de moeder van de minderjarige tegen de schuldigverklaring - Burgerlijk aansprakelijke partij - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.18.1204.N J G, burgerrechtelijk aansprakelijke partij, ouder van de minderjarige, eiseres, met als raadsman mr. Philip Daeninck, advocaat bij de balie Limburg, mede inzake

  1. N D, minderjarige,
  2. J D, burgerlijk aansprakelijke partij, ouder van de minderjarige. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, jeugdkamer, van 8 november
  3. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  4. Het arrest bevestigt, wat betreft het VOS-dossier, het beroepen vonnis waar het de vordering tot tussenkomst vanwege een derde onontvankelijk verklaart. In zoverre het cassatieberoep ook gericht is tegen deze beslissing, is het bij ge-brek aan hoedanigheid niet ontvankelijk.
  5. Het arrest bevestigt, wat betreft het VOS-dossier, het beroepen vonnis waar het oordeelt dat de eiseres niet dient tussen te komen in de kosten van opvoe-ding, behandeling en onderhoud van de minderjarige die voortvloeien uit de be-geleiding in een VOS-procedure. In zoverre het cassatieberoep ook gericht is tegen deze beslissing, is het bij ge-brek aan belang niet ontvankelijk. Middelen Tweede middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 204 Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt ten onrechte dat de ontvanke-lijkheid van de vordering niet meer kan worden betwist omdat de schuld van de minderjarige niet meer het voorwerp uitmaakt van het debat voor de appelrech-ter; de schuldvraag en de ontvankelijkheid van de vordering zijn nochtans ver-schillende grieven.
  7. De appelrechter moet, rekening houdend met de door artikel 203 Wetboek van Strafvordering afgelegde verklaringen van hoger beroep en de overeenkom-stig artikel 204 Wetboek van Strafvordering nauwkeurig bepaalde grieven, zijn rechtsmacht bepalen.
  8. Uit de omstandigheid dat de vaststelling dat een minderjarige een als mis-drijf omschreven feit heeft gepleegd niet tot de rechtsmacht van de jeugdrechter in hoger beroep behoort, volgt niet dat een burgerlijk aansprakelijke partij, ouder van de minderjarige, niet langer kan aanvoeren dat de door het openbaar ministe-rie uitgebrachte vordering niet ontvankelijk is wegens miskenning van het recht van verdediging van de minderjarige en die ouder. Die vordering vormt immers de grondslag voor het opleggen van een maatregel aan de minderjarige en voor de beslissing over de burgerlijke aansprakelijkheid van de eiseres. Het arrest dat anders oordeelt, verantwoordt die beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Overige middelen
  9. De middelen die niet kunnen leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoe-ven geen antwoord. Omvang van de cassatie
  10. De onwettigheid van de beslissing betreffende de door de eiseres ingeroe-pen onontvankelijkheid van de vordering leidt voor wat betreft het MOF-dossier, binnen de rechtsmacht van de appelrechter, tot de vernietiging van de overige beslissingen die erop zijn gesteund, maar laat de beslissingen in het VOS-dossier onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, maar enkel in zoverre het in het MOF-dossier het beroepen vonnis bevestigt waar dit de eiseres burgerrechtelijk aansprakelijk ver-klaart voor de minderjarige, deze laatste toevertrouwt aan de gemeenschapsin-stelling De Kempen, afdeling De Hutten en dit in afwachting van de resultaten van het deskundigenonderzoek, een college van deskundigen aanstelt en de zaak voor verdere behandeling vaststelt op de rechtszitting van de jeugdrechtbank Limburg, afdeling Tongeren, van 12 februari
  12. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiseres tot een tiende van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, jeugdka-mer, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 154,66 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Erwin Francis, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 5 februari 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. K. Vanden Bossche I. Couwenberg S. Berneman E. Francis A. Bloch F. Van Volsem PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190205.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.