← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190208.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190208.1 Rolnummer: C.16.0315.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-02-25 Raadplegingen: 954 - laatst gezien 2026-06-29 09:56 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190208.1 Fiche 1 De adoptieprocedure is een eenzijdige procedure waarin onder meer de geadopteerde die de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt en wiens toestemming is vereist, moet worden opgeroepen om te worden gehoord zonder dat dit hem de hoedanigheid van partij in het geding verleent, terwijl hij bij deze verschijning wel kan verklaren in het geding te willen tussenkomen, zodat het middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep dat er van uitgaat dat de minderjarige ouder dan twaalf jaar die werd opgeroepen om te worden gehoord maar geen dergelijke verklaring tot tussenkomst heeft afgelegd zelf als partij in de cassatieprocedure diende te worden betrokken en het cassatieberoep aan hem diende te worden betekend, faalt naar recht

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Eisers en verweerders Vrije woorden: Procedure inzake adoptie - Geadopteerde van meer dan twaalf jaar - Geen verklaring tot tussenkomst - Vonnis inzake adoptie - Cassatieberoep - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 348-1, eerste lid Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1231-3, eerste lid, 1231-8, eerste lid, 1231-10, eerste lid, 1° en 2°, 1231-10, tweede lid, en 1231-11 Fiche 2 Uit artikel 864, Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing na de wijziging bij wet van 19 oktober 2015, volgt dat de nietigheidsexceptie in limine litis moet worden opgeworpen, aan welke vereiste is voldaan wanneer de exceptie van nietigheid wordt opgeworpen in de eerst nuttige en mogelijke procesakte van verweer, zodat wanneer de verweerder in hoger beroep de laattijdigheid van het hoger beroep opwerpt, de eiser in hoger beroep in zijn daarop volgende conclusie alsnog de nietigheid van de kennisgeving van de beroepen beslissing kan opwerpen zonder dat hij ertoe gehouden was dit reeds in de appelakte op te werpen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Nietigheidsexceptie - In limine litis - Eerst nuttige en mogelijke procesakte - Toepassing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 864 Wet - 19-10-2015 - zoals van toepassing na de wijziging bij - 01 ELI link Pub nr 2015009530 Fiches 3 - 4 Uit de artikelen 792, tweede en derde lid en 1231-15, laatste lid en 1231-16, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek volgt dat een betekening van de beslissingen inzake adoptie, ondanks de andersluidende Nederlandstalige tekst van de artikelen 1231-15, laatste lid en 1231-16, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, vervangen werd door een kennisgeving bij gerechtsbrief, hetgeen afwijkt van de gemeenrechtelijke regeling, waarbij deze kennisgeving ter bescherming van het recht van verdediging moet worden vergezeld van bijkomende informatie zoals vereist in artikel 792, derde lid, Gerechtelijk Wetboek
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ADOPTIE Vrije woorden: Vonnis inzake adoptie - Kennisgeving aan partijen - Modaliteiten Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 792, tweede en derde lid, 1231-15, laatste lid, en 1231-16, eerste lid Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Vonnis inzake adoptie - Kennisgeving aan partijen - Modaliteiten Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 792, tweede en derde lid, 1231-15, laatste lid, en 1231-16, eerste lid Fiche 5 Artikel 861, Gerechtelijk wetboek, krachtens hetwelk de rechter een proceshandeling alleen dan nietig kan verklaren of het niet-naleven van een termijn die op straffe van nietigheid is voorgeschreven kan sanctioneren indien het aangeklaagde verzuim of onregelmatigheid de belangen schaadt van de partij die de exceptie opwerpt, veronderstelt dat de partij die de exceptie opwerpt door het verzuim of de onregelmatigheid haar rechten in het geding redelijkerwijze niet of niet volledig heeft kunnen laten gelden binnen de normale procesgang, waarbij de rechter nagaat of het aangeklaagde verzuim de belangen schaadt van de partij die de exceptie opwerpt en onaantastbaar oordeelt over het oorzakelijk verband tussen de ingeroepen belangenschade van die partij en het aangeklaagde verzuim of onregelmatigheid
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Exceptie van nietigheid - Taak van de rechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 861 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.16.0315.N V.B. eiseres, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
  1. G.C. verweerster, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassa-tie,
  2. T.B., in gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 13 april
  3. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 16 november 2018 een schriftelijke con-clusie neergelegd. Sectievoorzitter Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  4. De verweerster voert een middel van niet-ontvankelijkheid van het cassa-tieberoep aan: het cassatieberoep is niet-ontvankelijk want niet betekend aan de geadopteerde zelf. Het geadopteerde kind dat minderjarig is maar ouder dan 12 jaar diende zelf rechtsgeldig in dit onsplitsbaar geschil te worden betrokken.
  5. Krachtens artikel 348-1, eerste lid, Burgerlijk Wetboek moet eenieder die op het tijdstip van de uitspraak van het vonnis van adoptie, de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt, in zijn adoptie toestemmen of daarin hebben toegestemd. Krachtens artikel 1231-3, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek wordt het verzoek bij eenzijdig verzoekschrift ingediend. Artikel 1231-8, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat binnen drie dagen na de neerlegging ter griffie van de verslagen van het openbaar ministerie en van het maatschappelijk onderzoek de adoptant en de geadopteerde wiens toestem-ming is vereist bij gerechtsbrief worden opgeroepen om ervan kennis te nemen. Artikel 1231-10, eerste lid, 1° en 2°, Gerechtelijk Wetboek bepalen dat de recht-bank de volgende personen hoort die door de griffier opgeroepen worden bij ge-rechtsbrief, of wanneer het personen beneden de zestien jaar betreft, bij gewone brief: 1° de adoptant of de adoptanten; 2° eenieder van wie de toestemming in de adoptie vereist is. Artikel 1231-10, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt :"Indien de personen bedoeld in het eerste lid, 2° en 4° verschijnen kunnen zij bij een eenvoudige akte verklaren in het geding te willen tussenkomen." Krachtens artikel 1231-11, Gerechtelijk Wetboek kan het kind tijdens zijn ver-schijning voor de rechtbank ervan afzien te worden gehoord. Het kind wordt al-leen gehoord, in afwezigheid van wie ook, de griffier en, in voorkomend geval, een deskundige of een tolk uitgezonderd. Met zijn mening wordt behoorlijk re-kening houden, zijn leeftijd en maturiteit in acht genomen. Het horen geeft hem niet de hoedanigheid van partij in het geding.
  6. Uit deze bepalingen volgt dat de adoptieprocedure een eenzijdige procedu-re is waarin onder meer de geadopteerde die de leeftijd van twaalf jaar heeft be-reikt en wiens toestemming is vereist, moet worden opgeroepen om te worden gehoord zonder dat dit hem de hoedanigheid van partij in dit geding verleent. Bij deze verschijning kan hij wel verklaren in het geding te willen tussenkomen.
  7. Uit de procedurestukken blijkt niet dat, T.B., de minderjarige ouder dan twaalf jaar, die werd opgeroepen om te worden gehoord, een dergelijke verkla-ring tot tussenkomst als partij heeft afgelegd.
  8. Het middel van niet-ontvankelijkheid dat ervan uitgaat dat de minderjarige geadopteerde van meer dan 12 jaar te dezen zelf als partij in de cassatieprocedu-re diende te worden betrokken en het cassatieberoep aan hem diende te worden betekend, berust op een onjuiste rechtsopvatting en dient te worden verworpen. Middel Eerste onderdeel
  9. Krachtens artikel 864, Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing na de wijziging bij wet van 19 oktober 2015, zijn gedekt indien ze niet tegelijk en voor enig ander middel worden voorgedragen, de nietigheid die tegen een proceshan-deling kan worden ingeroepen of het niet-naleven van een termijn die op straffe van nietigheid is voorgeschreven.
  10. Uit deze bepaling volgt dat de nietigheidsexceptie in limine litis moet wor-den opgeworpen. Aan die verplichting is voldaan, wanneer de exceptie van nietigheid wordt opge-worpen in de eerst nuttige en mogelijke procesakte van verweer. Wanneer bijge-volg de verweerder in hoger beroep de laattijdigheid van het hoger beroep op-werpt, kan de eiser in hoger beroep in zijn daarop volgende conclusie alsnog de nietigheid van de kennisgeving van de beroepen beslissing opwerpen.
  11. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de verweerster de nietigheid van de kennisgeving diende op te werpen in de appelakte, hetzij nog voor de eiseres zelf de laattijdigheid van het hoger beroep in haar appelconclusie had opgeworpen, kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  12. Krachtens artikel 1231-16, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kunnen de procureur des Konings, de adoptant of de adoptanten die gezamenlijk optreden en de geadopteerde, alsmede de tussenkomende partijen bij wege van een ver-zoekschrift ingediend ter griffie van het hof van beroep, beroep instellen binnen de maand te rekenen van de "betekening" van het vonnis. Krachtens artikel 1231-15, laatste lid, Gerechtelijk Wetboek wordt het vonnis inzake adoptie bij gerechtsbrief "betekend" aan de adoptant of aan de adoptan-ten, aan iedere persoon van wie de toestemming in de adoptie vereist was, als-mede aan het openbaar ministerie. Krachtens artikel 792, tweede en derde lid, Gerechtelijk Wetboek brengt de grif-fier, in afwijking van het eerste lid van voormeld artikel, voor de zaken opge-somd in artikel 704, § 2, alsook in zake adoptie, binnen acht dagen bij gerechts-brief het vonnis ter kennis van de partijen. Op straffe van nietigheid vermeldt deze kennisgeving de rechtsmiddelen, de termijn binnen welke dit verhaal moet worden ingesteld evenals de benaming en het adres van de rechtsmacht die be-voegd is om er kennis van te nemen.
  13. Uit deze bepalingen volgt dat een betekening van de beslissingen inzake adoptie, ondanks de andersluidende Nederlandstalige tekst van de artikelen 1231-15 en 1231-16 Gerechtelijk Wetboek die het begrip "betekening" verder gebruikt, vervangen werd door een kennisgeving bij gerechtsbrief, hetgeen af-wijkt van de gemeenrechtelijke regeling. Deze kennisgeving moet, ter bescher-ming van het recht van verdediging van de betrokkenen, vergezeld worden van bijkomende informatie zoals vereist in artikel 792, derde lid, Gerechtelijk Wet-boek, met name over de rechtsmiddelen, de termijn binnen welke dit verhaal moet worden ingesteld evenals de benaming en het adres van de rechtsmacht die bevoegd is om er kennis van te nemen.
  14. Krachtens artikel 861, Gerechtelijk Wetboek, zoals hier van toepassing, kan de rechter een proceshandeling alleen dan nietig verklaren of het niet-naleven van een termijn die op straffe van nietigheid is voorgeschreven sanctio-neren, indien het aangeklaagde verzuim of de aangeklaagde onregelmatigheid de belangen schaadt van de partij die de exceptie opwerpt. Deze bepaling onderstelt dat de partij die de exceptie opwerpt door het verzuim of de onregelmatigheid haar rechten in het geding redelijkerwijze niet of niet volledig heeft kunnen laten gelden binnen de normale procesgang. De rechter gaat na of het aangeklaagde verzuim de belangen schaadt van de partij die de ex-ceptie opwerpt en oordeelt onaantastbaar over het oorzakelijk verband tussen de ingeroepen belangenschade van die partij en het aangeklaagde verzuim of onre-gelmatigheid.
  15. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijken de volgende gegevens: - de kennisgeving van het vonnis inzake adoptie van de familierechtbank te Turnhout dateert van 31 maart 2015 en bevat geen bijkomende vermeldingen; - de beroepsakte van de verweerster werd neergelegd op 27 juli
  16. Verder blijkt uit de processtukken dat: - de verweerster in voormelde beroepsakte aanvoert dat de termijn van hoger beroep ingevolge artikel 1231-16 Gerechtelijk Wetboek een maand bedraagt te rekenen vanaf de betekening van het vonnis en dat het vonnis niet werd be-tekend "zodat de termijn niet verstreken is"; - de eiseres in haar syntheseconclusie van 26 januari 2016 de laattijdigheid op-werpt van het hoger beroep, gezien de appeltermijn in zake adoptie is begin-nen lopen vanaf de kennisgeving overeenkomstig artikel 792, tweede lid, Ge-rechtelijk Wetboek; - de verweerster in haar eerstvolgende conclusie van 26 januari 2016 de excep-tie van nietigheid opwerpt van de kennisgeving door de griffie van 31 maart 2015 gezien "er op geen enkele wijze is voldaan aan de verplichting van arti-kel 792, lid 3, Gerechtelijk Wetboek"; - de verweerster hierbij verwijst naar het feit dat de nietigheid betrekking heeft op de aanwijzing van de rechter die van de zaak kennis moet nemen, dat niet blijkt dat met de nietige gerechtsbrief het doel is bereikt dat de wet ermee be-oogt, dat het doel erin bestaat het recht van verdediging te waarborgen bij de inleiding van het geding, terwijl inzake adoptie wordt afgeweken van de al-gemene regel en dat ingevolge de EVRM-rechtspraak, procedureregels zoals deze die betrekking hebben op de rechtsmiddelen en de termijnen waarbinnen deze kunnen worden ingesteld op uitdrukkelijke wijze ter kennis moeten wor-den gebracht aan degene aan wie een rechterlijke uitspraak wordt betekend of ter kennis gebracht.
  17. De appelrechters die oordelen dat de betrokken kennisgeving de op straffe van nietigheid vereiste vermeldingen niet bevat, dienvolgens nietig is en de be-roepstermijn niet heeft doen lopen, treden de zienswijze van de verweerster bij en geven aldus te kennen dat de afwezigheid van informatie omtrent de afwij-kende regeling inzake adoptie van betekening en termijn haar belangen van de verweerster heeft geschaad. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot bindendverklaring. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 727,23 euro in debet en voor de verweerster op 116,34 euro in debet. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 8 februari 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190208.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190208.1 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240104.1N.3 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240308.1F.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.