← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190208.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

artikel 861 kan worden toegepast, zodat uit deze bepalingen

de wetsgeschiedenis volgt dat het sanctioneren van een op straffe van nietigheid voorgeschreven termijn slechts mogelijk is bij belangenschade van de partij die de exceptie opwerpt. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - BURGERLIJKE ZAKEN Vrije woorden: Hoger beroep - Termijn van verschijning - Op straffe van nietigheid voorgeschreven - Niet-naleving - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 3, 710

861 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 862, § 1, 1°,

§ 2

,

867 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1062, eerste lid Wet - 19-10-2015 - vóór

na de wijziging ervan bij - 01 ELI link Pub nr 2015009530 Wet - 19-10-2015 - zoals van toepassing vóór de opheffing bij - 01 ELI link Pub nr 2015009530 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN

SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn. Onsplitsbaar geschil Vrije woorden: Hoger beroep - Termijn van verschijning - Op straffe van nietigheid voorgeschreven - Niet-naleving - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 3, 710

861 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 862, § 1, 1°,

§ 2

,

867 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1062, eerste lid Wet - 19-10-2015 - vóór

na de wijziging ervan bij - 01 ELI link Pub nr 2015009530 Wet - 19-10-2015 - zoals van toepassing vóór de opheffing bij - 01 ELI link Pub nr 2015009530 Fiche 3 Artikel 443 van het Duits Burgerlijk Wetboek regelt de garantierechten van de koper conform de in de garantieverklaring

de desbetreffende reclame aangegeven voorwaarden tegenover diegene die de garantie gegeven heeft

gaat uit van een garantieverlening door de verkoper of een derde, zonder dat een rechtstreekse contractuele band tussen garantieverlener

koper vereist is. Thesaurus CAS: VREEMDE WET Vrije woorden: Artikel 443 Duits Burgerlijk Wetboek - Kwaliteits-

houdbaarheidsgarantie - Band tussen garantieverlener

koper - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 443 Tekst van de beslissing Nr. C.16.0447.N SOLIBRO GmbH, vennootschap naar Duits recht, met zetel te 06766 Bitter-feld-Wolfen OT Thalheim (Duitsland), Sonnenallee 32-36, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen ASTENCO bvba, met zetel te 8800 Roeselare, Meensesteenweg 336, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassa-tie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de verweerster woonplaats kiest, in aanwezigheid van ICT-DECLOEDT bvba, met zetel te 9000 Gent, Ottergemsesteenweg 255, tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 27 mei 2016. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 16 november 2018 een schriftelijke con-clusie neergelgd. Sectievoorzitter Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee midde-len aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel 1. Krachtens artikel 1062, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is de gewone ter-mijn van verschijning in hoger beroep vijftien dagen voor hen die hun woon-plaats of verblijfplaats in België hebben

voor de gevallen van het tweede lid van voormeld artikel. In de andere gevallen wordt de termijn verlengd zoals be-paald in artikel

  1. Artikel 710 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de termijnen van dagvaarding voorgeschreven zijn op straffe van nietigheid. Dezelfde regel is van toepassing op de andere vormen van oproeping die de wet bepaalt.
  2. Krachtens artikel 3 Gerechtelijk Wetboek zijn de wetten op de rechterlijke organisatie, de bevoegdheid

de rechtspleging van toepassing op de hangende rechtsgedingen, zonder dat die worden onttrokken aan de instantie van het ge-recht waarvoor zij op geldige wijze aanhangig zijn,

behoudens de uitzonde-ringen bij de wet bepaald.

  1. Volgens artikel 861 Gerechtelijk Wetboek, voor de wijziging ervan door de wet van 19 oktober 2015, kan de rechter een proceshandeling alleen dan nietig verklaren, indien het aangeklaagde verzuim of de aangeklaagde onregelmatig-heid de belangen schaadt van de partij die de exceptie opwerpt.
  2. Krachtens artikel 862, § 1, 1°,

§ 2

, Gerechtelijk Wetboek, zoals van toe-passing bij het verrichten van de proceshandeling, gold de regel van artikel 861 niet voor een verzuim of een onregelmatigheid betreffende "de termijnen op straffe van verval of nietigheid voorgeschreven"

werd, in de gevallen van § 1 de nietigheid of het verval ambtshalve uitgesproken door de rechter, onvermin-derd de toepassing van artikel 867. De categorie van absolute nietigheden van artikel 862

artikel 867 Gerechtelijk Wetboek dat bepaalde dat het verzuim of de onregelmatigheid van de vorm van een proceshandeling met inbegrip van de niet-naleving van de in deze afdeling bedoelde termijnen of de vermelding van een vorm, niet tot nietigheid kan lei-den, wanneer uit de gedingsstukken blijkt dat de handeling het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt of dat de niet-vermelde vorm wel in acht is genomen, werden opgeheven bij artikel 27 van de wet 19 oktober 2015, in werking getre-den op 1 november 2015. Dezelfde wet verving bij artikel 23 het oude artikel 861 Gerechtelijk Wetboek door de volgende tekst: "De rechter kan een proceshandeling alleen dan nietig verklaren of het niet-naleven van een termijn die op straffe van nietigheid is voorgeschreven sanctioneren, indien het aangeklaagde verzuim of de aange-klaagde onregelmatigheid de belangen schaadt van de partij die de exceptie op-werpt." Uit de wetsgeschiedenis omtrent de afschaffing van artikel 867 Gerechtelijk Wetboek blijkt dat de wetgever het behoud van voormeld artikel overbodig acht-te omdat in de gevallen waar het criterium van het bereiken van het normdoel het uitspreken van een nietigheidssanctie verhindert er ook geen sprake is van be-langenschade

artikel 861 kan worden toegepast. De parlementaire voorberei-ding geeft als voorbeeld dat de toepassing van artikel 861 volstaat wanneer, bij het niet-respecteren van de dagvaardingstermijn, de betrokkene is verschenen

zich heeft kunnen verdedigen, zodat er geen belangenschade is. 5. Uit deze bepalingen

de wetsgeschiedenis volgt dat het sanctioneren van een op straffe van nietigheid voorgeschreven termijn slechts mogelijk is bij be-langenschade van de partij die de exceptie opwerpt. 6. De appelrechter, oordelend na de inwerkingtreding van de wetswijzigingen van 19 oktober 2015, stelt vast dat: - met respect van de verlengde verschijningstermijn in hoger beroep ten aan-zien van de eiseres, de eerst nuttige datum om een inleidende zitting te bepa-len 17 oktober 2015 was; - de eiseres op de inleidende zitting van 16 oktober 2015 verschenen is "zonder

ig voorbehoud voor wat dan ook",

de zaak voor behandeling werd ge-steld op de zitting van 29 april 2016

partijen er zich toe verbonden onder-ling conclusietermijnen af te spreken; - het doel van de termijnregeling om voldoende tijd voor de verdediging te voorzien, bereikt is. Het middel bekritiseert niet dat de eiseres voldoende tijd heeft gehad om in haar verdediging te voorzien. Hieruit volgt dat geen belangenschade in de zin van artikel 861 Gerechtelijk Wetboek voorhanden is aangezien de eiseres is verschenen

zich heeft kunnen verdedigen. 7. Op grond van deze in de plaats gestelde reden is de beslissing dat de door de eiseres opgeworpen exceptie van nietigheid niet kan worden aangenomen

het hoger beroep ontvankelijk is, naar recht verantwoord. Het onderdeel kan niet tot cassatie leiden

is bij gebrek aan belang niet ont-vankelijk. 8. In zoverre het onderdeel een miskenning aanvoert van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging, is het afgeleid

mitsdien niet ontvankelijk. (...) Tweede middel (...) Tweede onderdeel

  1. Het onderdeel gaat ervan uit dat de aanspraak op vrijwaring slechts open-staat voor de koper die rechtstreeks met de garantieverlener heeft gehandeld.
  2. Artikel 443 van het Duits Burgerlijk Wetboek regelt de garantierechten van de koper conform de in de garantieverklaring

de desbetreffende reclame aan-gegeven voorwaarden tegenover diegene die de garantie gegeven heeft

gaat uit van een garantieverlening door de verkoper of een derde. Een rechtstreekse contractuele band tussen garantieverlener

koper is aldus niet vereist. Het onderdeel dat van de tegengestelde opvatting uitgaat, faalt in zoverre naar recht. 14. Voor het overige betwist het onderdeel de interpretatie die de appelrechter aan de garantieregelingen heeft gegeven, zonder miskenning van de bewijskracht ervan aan te voeren. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep

de vordering tot bindendverklaring. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 1.219,94 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Beatrijs Deconinck

Alain Smetryns,

de raadsheren Koen Mestdagh

Bart Wylleman,

in openbare rechtszitting van 8 februari 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190208.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250114.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.