id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190208.3 Rolnummer: C.18.0048.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-02-25 Raadplegingen: 735 - laatst gezien 2026-06-29 11:10 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190208.3 Fiches 1 - 2 Nu de eiser die cassatieberoep wil instellen, alvorens het verzoekschrift ter griffie van het Hof in te dienen, een bevoegd gerechtsdeurwaarder opdracht moet geven het exploot op te stellen en het te betekenen aan de partijen waartegen dit beroep is gericht, houden het monopolie dat artikel 519,§1, Gerechtelijk Wetboek wat dat betreft aan gerechtsdeurwaarders toekent, alsook de beperkingen die, wat de keuze van de instrumenterende deurwaarder betreft, voortvloeien uit de regels inzake territoriale bevoegdheid die in artikel 516 van hetzelfde wetboek zijn bepaald, in dat de fout of de nalatigheid van die ministeriële ambtenaar als overmacht kan worden beschouwd waardoor de wettelijke termijn om cassatieberoep in te stellen kan worden verlengd met de tijdsduur waarin het voor de eiser volstrekt onmogelijk was om dit beroep in te stellen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen van cassatieberoep en betekening - Allerlei Vrije woorden: Betekening van het verzoekschrift - Verplichte tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder - Laattijdige betekening - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 516, 519, § 1, en 1073 Thesaurus CAS: GERECHTSDEURWAARDER Vrije woorden: Cassatieberoep - Burgerlijke zaken - Betekening van het verzoekschrift - Verplichte tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder - Laattijdige betekening - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 516, 519, § 1, en 1073 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0048.N JUNTA POLYMERS bvba, met zetel te 2900 Schoten, Brechtsebaan 30-36 Unit 8, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen SANY LOGISTICS nv, met zetel te 2960 Brecht, Zagerijstraat 17, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassa-tie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149/20, waar de verweerster woon-plaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 21 juni
- Advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 13 december 2018 een schriftelijke con-clusie neergelegd. Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- De verweerster werpt een middel van niet-ontvankelijkheid op: het cassa-tieberoep is buiten de bij artikel 1073 Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven termijn ingediend, aangezien het verzoekschrift op 30 januari 2018 ter griffie van het Hof is ingediend terwijl de bestreden beslissing op 24 oktober 2017 aan de eiseres is betekend.
- Krachtens artikel 1073 Gerechtelijk Wetboek is de termijn om zich in cas-satie te voorzien drie maanden te rekenen van de dag waarop de bestreden beslis-sing is betekend. Die termijn is een vervaltermijn van openbare orde, zodat het cassatieberoep dat na het verstrijken ervan is ingesteld, niet ontvankelijk is ten-zij de vertraging voortvloeit uit een omstandigheid buiten de wil om van de eiser en hij die noch kon voorzien noch afwenden.
- De eiser die cassatieberoep wil instellen moet, alvorens het verzoekschrift ter griffie van het Hof in te dienen, een bevoegd gerechtsdeurwaarder opdracht geven het exploot op te stellen en het te betekenen aan de partijen waartegen dit beroep is gericht. Het monopolie dat artikel 519, § 1, Gerechtelijk Wetboek wat dat betreft aan de gerechtsdeurwaarders toekent, alsook de beperkingen die, wat de keuze van de instrumenterende deurwaarder betreft, voortvloeien uit de regels inzake territori-ale bevoegdheid die in artikel 516 van datzelfde wetboek zijn bepaald, houden in dat de fout of de nalatigheid van die ministeriële ambtenaar als overmacht kan worden beschouwd waardoor de wettelijke termijn om cassatieberoep in te stel-len kan worden verlengd met de tijdsduur waarin het voor de eiser volstrekt on-mogelijk was om dit beroep in te stellen.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de eiseres bij brief van 10 januari 2018 het origineel van het verzoekschrift met twee voor eensluidend verklaarde afschriften heeft toegezonden aan de gerechtsdeurwaarder met het uitdrukkelijk verzoek dit verzoekschrift aan de verwerende partij te willen betekenen en vervolgens ter griffie van het Hof in te dienen, en dit ten laatste op 24 januari 2018, aangezien het te bestrijden ar-rest betekend werd op 24 oktober 2017; - de gerechtsdeurwaarder per e-mail van 30 januari 2018, verzonden om 9u35, liet weten dat het dossier omwille van een zware organisatorische fout in het kantoor pas werd betekend op 29 januari 2018 om 20u20 en het verzoek-schrift, samen met de akte van betekening, op 30 januari 2018 ter griffie wordt ingediend; - het verzoekschrift op 29 januari 2018 om 20u20 aan de verweerster werd be-tekend en onmiddellijk op 30 januari 2018 ter griffie van het Hof werd inge-diend.
- Uit deze omstandigheden blijkt aldus dat de fout van de gerechtsdeurwaar-der overmacht uitmaakt waardoor het voor de eiseres onmogelijk was om cassa-tieberoep in te stellen vóór 30 januari
- Aangezien de wettelijke termijn om cassatieberoep in te stellen bijgevolg dient te worden verlengd tot 30 januari 2018, is het cassatieberoep dat op die datum werd ingesteld, tijdig. Het middel van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen. (...) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 752,76 euro en voor de verweerster op 496,99 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 8 februari 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190208.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190208.3 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191118.3F.1 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260310.2N.6 ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250304.1 ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.986 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200512.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div