id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190208.4 Rolnummer: C.18.0327.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Handelsrecht Invoerdatum: 2019-02-25 Raadplegingen: 254 - laatst gezien 2026-06-28 06:07 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190208.4 Fiche 1 Uit de artikelen 2260 en 2261 Burgerlijk Wetboek volgt dat de dag waarop het feit dat de verjaringstermijn doet lopen zich voordoet, niet in de termijn begrepen is, maar wel de laatste dag van de termijn. Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde) Vrije woorden: Verjaringstermijn - Berekening Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 2260 en 2261 Fiche 2 Uit de samenhang van artikel 9 Vervoerwet en de artikelen 2260 en 2261 Burgerlijk Wetboek en een grondwetconforme interpretatie van deze bepalingen, volgt dat de dag waarop het feit zich heeft voorgedaan dat tot de rechtsvordering aanleiding geeft en die de verjaringstermijn doet lopen, niet in die termijn begrepen is, maar wel de laatste dag van de termijn
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERVOER - PERSONENVERVOER Vrije woorden: Overeenkomst van personenvervoer - Rechtsvordering - Verjaringstermijn - Berekening Wettelijke bepalingen: Wet - 25-08-1891 - Art. 9, vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1891082550 oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 2260 en 2261 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0327.N
- F.V.
- A.Q.,
- A.D.
- C.S. eisers, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassa-tie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149/20, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen ETIHAD AIRWAYS, vennootschap naar het recht van de Verenigde Arabische Emiraten, met zetel te Abu Dhabi (Verenigde Arabische Emiraten), New Airport Road, P.O. Box 35566, met vestiging in België te 1800 Vilvoorde, Luchthaven-laan 27 bus 22, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Neder-landstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 20 november
- Advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 31 december 2018 een schriftelijke con-clusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Artikel 2260 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de verjaring wordt gerekend bij dagen, niet bij uren. Overeenkomstig artikel 2261 Burgerlijk Wetboek is zij verkregen, wanneer de laatste dag van de vereiste tijd verlopen is. Uit deze bepalingen volgt dat de dag waarop het feit dat de verjaringstermijn doet lopen zich voordoet, niet in die termijn begrepen is, maar wel de laatste dag van de termijn.
- Artikel 9, vierde lid, van de wet van 25 augustus 1891 tot herziening van het Wetboek van Koophandel betreffende de vervoerovereenkomst (hierna Ver-voerswet), zoals hier van toepassing, bepaalt dat de rechtsvorderingen ontstaan uit de overeenkomst van personenvervoer, met uitzondering van die welke vol-gen uit een strafbaar feit, verjaren door verloop van één jaar. Krachtens het vijfde lid van voormeld artikel loopt de verjaring van de dag waarop het feit dat tot de rechtsvordering aanleiding geeft, zich heeft voorge-daan.
- Uit de samenhang van artikel 9 Vervoerswet en de artikelen 2260 en 2261 Burgerlijk Wetboek en een grondwetconforme interpretatie van deze bepalingen, volgt dat de dag waarop het feit zich heeft voorgedaan dat tot de rechtsvordering aanleiding geeft en die de verjaringstermijn doet lopen, niet in die termijn be-grepen is, maar wel de laatste dag van de termijn.
- De appelrechters stellen vast dat de vluchtvertraging zich heeft voorgedaan op 30 december 2014 en dat de vordering tot compensatie, waartoe die vertra-ging aanleiding gaf, werd ingesteld op 30 december
- De appelrechters oordelen dat krachtens artikel 9 Vervoerswet, in afwij-king van het gemeen recht, de verjaringstermijn berekend moet worden "vanaf de dag" van de vertraging, namelijk 30 december 2014, en niet "vanaf de dag na" die dag, zodat die termijn eindigde op 29 december 2015 en de op 30 de-cember 2015 ingestelde vordering laattijdig is. De appelrechters die aldus de dag van de vertraging, die de verjaringstermijn doet lopen, in deze termijn begrijpen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de vordering tot compensatie we-gens vluchtvertraging verjaard verklaart en oordeelt over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Bart Wylle-man, en in openbare rechtszitting van 8 februari 2019 uitgesproken door sectie-voorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div