, eerste lid Thesaurus CAS: VERVOER - PERSONENVERVOER Vrije woorden: Luchtvaart - Vervoersovereenkomst - Forumkeuzebeding - Beoordeling door de rechter - Draagwijdte Wettelijke bepalingen:
, eerste lid Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALGEMEEN Vrije woorden: Verordening nr. 1215/2012 van 12 december 2012 - Vervoersovereenkomst - Forumkeuzebeding - Beoordeling door de rechter - Draagwijdte Wettelijke bepalingen:
, eerste lid Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - BURGERLIJKE ZAKEN Vrije woorden: Verordening nr. 1215/2012 van 12 december 2012 - Vervoersovereenkomst - Forumkeuzebeding - Beoordeling door de rechter - Draagwijdte Wettelijke bepalingen:
, eerste lid Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Verordening nr. 1215/2012 van 12 december 2012 - Vervoersovereenkomst - Forumkeuzebeding - Beoordeling door de rechter - Draagwijdte Wettelijke bepalingen:
, eerste lid Annotaties Publicaties: De Juristenkrant [Juristenkrant] - VERHOEVEN, Marek; Noot "Cassatie bevestigt: vliegtuigpassagiers verplichten tot procederen in buitenland is onwettelijk" - 2019, nr. 386, p. 4. Consumentenrecht [DCCR] - KEUKELEIRE, Artuur, KRUGER, Thalia; "Noot onder cassatie." - 2020, nr. 1, p. 47-68. Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0354.N HAPPY FLIGHTS bvba, met zetel te 9920 Lovendegem, Bredestraat Kouter 69, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen RYANAIR DESIGNATED ACTIVITY COMPANY, vennootschap naar vreemd recht, met zetel te Dublin (Ierland), Dublin Airport, Airside Business Park, Swords-0, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Isabelle Heenen, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de Neder-landstalige rechtbank van koophandel te Brussel van 30 mei 2018, met rolnum-mer A/16/04348. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 7 januari 2019 een schriftelijke conclu-sie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel Ontvankelijkheid 1. De verweerster werpt twee gronden van niet-ontvankelijkheid op: - het onderdeel heeft geen belang omdat de beslissing om het forumkeuzebe-ding krachtens artikel 25 van de Verordening nr. 1215/2012 van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoer-legging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna Brussel Ibis-Verordening) geldig te verklaren en de Ierse wet nr. 27/1995, die Richtlijn 93/13/EEG van 5 april 1993 betreffende de oneerlijke bedingen in consumen-tenovereenkomsten omzet in het Ierse recht, niet toe te passen, naar recht ver-antwoord blijft aangezien de eiseres noch door voornoemde richtlijn, noch door de Ierse wet wordt beschermd aangezien zij zelf geen consument is maar handelde in haar hoedanigheid van cessionaris van de schuldvorderingen van de consumenten; - het onderdeel heeft verder ook geen belang omdat de beslissing om het fo-rumkeuzebeding krachtens artikel 25 Brussel Ibis-Verordening geldig te ver-klaren en niet naar het Iers recht te verwijzen, naar recht verantwoord blijft aangezien de Ierse wet nr. 27/1995 die Richtlijn 93/13/EEG omzet in het Ierse recht, krachtens bijlage 1, e), ii), bij die wet hoe dan ook niet van toepassing is op een forumkeuzebeding dat in overeenstemming is met artikel 25 Brussel Ibis-Verordening. 2. Het bestreden vonnis bevat geen vaststellingen omtrent de hoedanigheid van de eiseres. Het Hof vermag deze hoedanigheid niet zelf in feite te beoordelen. De eerste grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. 3. Het onderzoek van de tweede grond van niet-ontvankelijkheid valt niet te onderscheiden van het onderzoek van het onderdeel zelf. Ook de tweede grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid 4. Krachtens artikel 25, lid 1, Brussel Ibis-Verordening zijn, indien de partij-en, ongeacht hun woonplaats, een gerecht of de gerechten van een lidstaat heb-ben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, dit gerecht of de gerechten van die lidstaat bevoegd, tenzij de overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft. Deze bevoegdheid is exclusief, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. De overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.