← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190212.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190212.1 Rolnummer: P.18.0999.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-02-20 Raadplegingen: 558 - laatst gezien 2026-06-29 12:23 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Hij die mede-eigenaar is van een roerend goed en dit goed wegneemt tegen de wil van de andere mede-eigenaars, maakt zich schuldig aan diefstal van dit goed

(1).
(1)Zie: Cass. 3 oktober 2000, AR P.99.0437.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001003.12, AC 2000, nr. 508; Cass. 16 december 1957, AC 1958,
  1. Thesaurus CAS: DIEFSTAL EN AFPERSING Vrije woorden: Diefstal - Mede-eigenaar die een roerend goed wegneemt tegen de wil van andere mede-eigenaars - Gevolg Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 461, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: EIGENDOM Vrije woorden: Mede-eigendom - Mede-eigenaar die een roerend goed wegneemt tegen de wil van andere mede-eigenaars - Gevolg Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 461, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.18.0999.N
  2. S H C D V, burgerlijke partij,
  3. N G P V, burgerlijke partij, eisers, met als raadsman Philip Pels, advocaat bij de balie Gent, tegen
  4. P J E V, beklaagde,
  5. A S L Q, beklaagde, verweerders, met als raadsman mr. Hans Valkenborg, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep Antwer-pen, correctionele kamer, van 13 september
  6. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  7. Het onderdeel voert schending aan van artikel 461 Strafwetboek: het arrest spreekt de verweerders vrij voor de ten laste gelegde diefstal met verzwarende omstandigheden (telastlegging A) omdat de verweerster 2 mede-eigenares is van de hond, voorwerp van het misdrijf; zelfs ingeval van mede-eigendom heeft de mede-eigenaar niet het recht om een zaak zomaar mee te nemen, laat staan om dat op bedrieglijke wijze te doen.
  8. Artikel 461, eerste lid, Strafwetboek bepaalt: "Hij die een zaak die hem niet toebehoort, bedrieglijk wegneemt, is schuldig aan diefstal." Om strafbaar te zijn moet het wegnemen bedrieglijk zijn en betrekking hebben op andermans roerend goed. Hij die mede-eigenaar is van een roerend goed en dit goed weg-neemt tegen de wil van de andere mede-eigenaars, maakt zich schuldig aan dief-stal van dit goed.
  9. Het arrest (p. 6 en 7) oordeelt op de volgende gronden dat de feiten van de telastlegging A geen misdrijf uitmaken omdat de constitutieve bestanddelen niet zijn verenigd: - de eiser 1 en de verweerster 2 zijn mede-eigenaars van de hond; - de verweerders haalden op 6 mei 2012 de hond heimelijk uit de bench en plaatsten hem in hun wagen om hem mee te nemen naar huis; - de verweerster 2 had de hond, in strijd met de afspraken met de eisers, niet meer kunnen gebruiken voor het dekken van teven in haar kennel; - dit was het gevolg van de weigering van de eisers om de hond nog af te geven; - het feit dat de verweerder 1 mededader is doet daaraan geen afbreuk. Het arrest dat aldus vaststelt dat de verweerder 1 geen eigenaar is van de hond, de verweerster 2 slechts mede-eigenaar is van het dier en de eiser 1 als mede-eigenaar niet akkoord ging met het wegnemen ervan, verantwoordt de beslissing dat de constitutieve bestanddelen van het misdrijf niet verenigd zijn, niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Tweede middel
  10. Het middel voert schending aan van de artikelen 1319, 1320 en 1322 Bur-gerlijk Wetboek: het arrest miskent de bewijskracht van proces-verbaal TG.43.L1.001786/2012 van 6 mei 2012 daar het oordeelt dat het volstrekt ondui-delijk is of de val van de eiser 1 zelfs maar ten dele te wijten is aan een hande-ling van de verweerder 1 met het voertuig, hoewel de getuige in dat proces-verbaal verklaart dat de bestuurder bleef vooruit rijden om de parking te verlaten en alzo de eiser 1 wegduwde.
  11. Het arrest verwijst niet naar dit proces-verbaal. Het kan bijgevolg de be-wijskracht ervan niet miskennen. Het middel mist feitelijke grondslag. Overige grieven
  12. De grieven die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie, behoeven geen ant-woord. Omvang van de cassatie
  13. De vernietiging van de beslissing over het niet bewezen zijn van de feiten van de telastlegging A als grondslag voor de burgerlijke rechtsvordering van de eisers leidt tot de vernietiging van de beslissingen over de rechtsplegingsvergoe-dingen en de kosten van de burgerlijke rechtsvordering. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering van de eisers met betrekking tot de onder de telastlegging A ten laste gelegde feiten en wat betreft de beslissingen over de rechtsplegingsvergoe-dingen en de kosten van de burgerlijke rechtsvordering. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eisers tot een zesde van de kosten van hun cassatieberoepen. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Bepaalt de kosten op 426,52 euro, waarvan 150,48 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Erwin Francis en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 12 februari 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190212.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001003.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.