← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190212.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190212.3 Rolnummer: P.19.0074.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2019-02-20 Raadplegingen: 259 - laatst gezien 2026-06-18 03:46 Versie(s): Vertaling FR Fiche De adviezen van de geneesheer die de gedetineerde in de penitentiaire instelling behandelt en van de leidende ambtenaar-geneesheer van de Penitentiaire Gezondheidsdienst omtrent de gezondheidstoestand van veroordeelde die om zijn voorlopige invrijheidstelling om medische redenen verzoekt, hebben tot doel de strafuitvoeringsrechter toe te laten met kennis van zaken te oordelen over het feit of die veroordeelde zich al dan niet in de terminale fase van een ongeneeslijke ziekte bevindt of dat zijn detentie onverenigbaar is met zijn gezondheidstoestand, zodat zij beide onontbeerlijk zijn bij de beoordeling van het verzoek; deze adviezen moeten noodzakelijkerwijze dateren van na het verzoek van de gedetineerde

(1).
(1)Zie: Cass. 7 juni 2016, AR P.16.0599.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160607.6, AC 2016, nr.
  1. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Verzoek voorlopige invrijheidstelling om medische redenen - Advies van de behandelende geneesheer in de penitentiaire instelling - Advies van de leidend-geneesheer van de Penitentiaire Gezondheidsdienst - Doel - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 1 en § 2, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0074.N P M M L, veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Samuel Debruyne, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8000 Brugge, Sint-Pieterskaai 73/B, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 11 januari
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  3. Het onderdeel voert schending aan van artikel 74, § 1, Wet Strafuitvoering, alsmede miskenning van het recht van verdediging: het dossier bevat geen actu-eel advies van de behandelende geneesheer in een apart bundel; er bevindt zich wel een advies van dokter G H in het dossier; geen gegevens zijn voorhanden over de identiteit van deze dokter, die evenmin een medische controle van de ei-ser uitvoerde.
  4. Artikel 74, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalt dat een voorlopige invrijheid-stelling om medische redenen, op schriftelijk verzoek van de veroordeelde of zijn vertegenwoordiger, door de strafuitvoeringsrechter kan worden toegekend na een met redenen omkleed advies van de directeur. Dit advies is vergezeld van dat van de geneesheer die de gedetineerde in de penitentiaire instelling behan-delt, van de leidende ambtenaar-geneesheer van de Penitentiaire Gezondheids-dienst en, in voorkomend geval, van de door de veroordeelde gekozen genees-heer. Artikel 74, § 2, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de directeur onver-wijld en uiterlijk binnen de zeven dagen de adviezen van de in paragraaf 1 ver-melde geneesheren verzamelt en vervolgens het verzoek samen met deze advie-zen onmiddellijk overzendt aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en aan het openbaar ministerie.
  5. Deze adviezen die uitgaan van personen die beschikken over de nodige deskundigheid om zich uit te spreken over de gezondheidstoestand van de ver-oordeelde die om zijn voorlopige invrijheidsstelling om medische redenen ver-zoekt, hebben tot doel de strafuitvoeringsrechter toe te laten met kennis van za-ken te oordelen over het feit of die veroordeelde zich al dan niet in de terminale fase van een ongeneeslijke ziekte bevindt of dat zijn detentie onverenigbaar is met zijn gezondheidstoestand. Ze zijn bijgevolg beiden onontbeerlijk bij de be-oordeling van het verzoek. Deze adviezen moeten noodzakelijkerwijze dateren van na het verzoek van de gedetineerde.
  6. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de strafuitvoeringsrechter de beschikking had over een advies van de geneesheer die de eiser behandelt in de penitentiaire instelling en dat dateert van na eisers ver-zoek. Het vonnis dat eisers verzoek tot voorlopige invrijheidstelling om medi-sche redenen afwijst spijts de afwezigheid van dit advies, schendt de vermelde wetsbepaling. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Overige grieven
  7. De grieven behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwij-zing. Verwijst de zaak naar een andere strafuitvoeringsrechter Oost-Vlaanderen, afde-ling Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Erwin Francis en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 12 februari 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190212.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160607.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240820.VAK.1 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250715.VAK.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.