id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 1134
, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Verbod van rechtsmisbruik - Begrip Fiches 3 - 6 Wanneer de rechter op grond van de omstandigheden van de zaak op onaantastbare wijze oordeelt dat er rechtsmisbruik is, gaat het Hof na of uit de vaststellingen het bestaan van een dergelijk misbruik kan worden afgeleid
(1).
(1)Cass. 3 februari 2017, AR C.16.055.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170203.1, AC 2017, nr. 82. Thesaurus CAS: RECHTSMISBRUIK Vrije woorden: Feitenrechter - Beoordeling - Aard - Hof van Cassatie - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: oud
Art. 1134
, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Verbod van rechtsmisbruik - Feitenrechter - Beoordeling - Aard - Hof van Cassatie - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: oud
Art. 1134
, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Rechtsmisbruik - Hof van Cassatie - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: oud
Art. 1134
, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Onaantastbare beoordeling door feitenrechter Vrije woorden: Rechtsmisbruik - Hof van Cassatie - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: oud
Art. 1134
, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Familierecht [T.Fam.] - 2019, nr. 9, p. 249-
- - MEIRLAEN, Matthias; Noot'Doelgericht wettelijk samenwonen' Tekst van de beslissing Nr. C.18.0428.N G.C. eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Joseph Stevensstraat 7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen KBC BANK nv, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Havenlaan 2, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 16 april
- Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Rechtsmisbruik bestaat in de uitoefening van een recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de uitoefening van dat recht door een bedachtzaam en voorzichtig persoon. Een dergelijk misbruik kan ook bestaan in de aanwending van rechtsregels of rechtsinstellingen in strijd met het doel waarvoor deze zijn ingesteld. Wanneer de rechter op grond van de omstandigheden van de zaak op onaantastbare wijze oordeelt dat er rechtsmisbruik is, gaat het Hof na of uit de vaststellingen het bestaan van een dergelijk misbruik kan worden afgeleid.
- Uit het arrest blijkt dat: - op 6 juli 2010 de eiseres en P.V. een woonkrediet aangingen bij de verweerster; - de partners op dat ogenblik feitelijk samenwoonden; - vanaf 17 februari 2011 de partners wettelijk samenwoonden; - op 29 november 2012 P.V. werd failliet verklaard; - op 4 april 2013 de partners hun wettelijke samenwoning beëindigden met als reden “onderlinge overeenstemming”; - op 23 april 2014 de partners opnieuw wettelijk samenwoonden; - op 20 november 2014 P.V. een verzoekschrift neerlegde met het oog op vervroegde verschoonbaarheid die werd verkregen op 2 maart
- De appelrechter stelt vast en oordeelt vervolgens dat de eiseres niet aantoont waarom de wettelijke samenwoning werd beëindigd en dat evenmin “enige concrete reden” wordt gegeven voor de “heropstart” ervan, de beweerde relationele problemen uit niets blijken en de eiseres en haar partner sedert “minstens 4 oktober 1998 onafgebroken op hetzelfde adres hebben verbleven”, het opvallend is dat “het verzoekschrift tot vervroegde verschoonbaarheid na iets meer dan zes maanden na de hernieuwde wettelijke samenwoning neergelegd werd” hetgeen erop wijst “dat [de eiseres] de termijn van zes maanden uit artikel 70, al. 5 WCO wilde respecteren” en “het enige voordeel van [de eiseres] bij haar wisselende feitelijke en wettelijke samenwoning gelegen is in haar bevrijding en dus in de benadeling van [de verweerster]”. Het arrest kon op deze gronden wettig oordelen dat “afwisselende feitelijke en wettelijke samenwoning” getuigt van rechtsmisbruik omdat het louter is ingegeven om de kwijtschelding van schulden te verkrijgen ten gevolge de verschoonbaarverklaring van P.V.. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 573,12 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 15 februari 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190215.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240613.1N.9 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250110.1N.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170203.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div