← België

PROTECT nv contra INMATY nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190215.3 Rolnummer: C.18.0444.N Zaak: PROTECT nv contra INMATY nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2019-03-05 Raadplegingen: 462 - laatst gezien 2026-06-28 06:07 Versie(s): Vertaling FR Fiche De benadeelde kan tegen de verzekeraar van de beweerd aansprakelijke niet meer noch andere rechten doen gelden dan die welke hij tegen de aansprakelijke zelf kan laten gelden; de benadeelde heeft bijgevolg in de regel slechts een eigen recht tegen de verzekeraar wanneer de verzekerde aansprakelijk is voor de door de benadeelde geleden schade en in de mate van deze aansprakelijkheid, en de benadeelde hiervoor over een opeisbare schuldvordering tegen de verzekerde beschikt. Thesaurus CAS: VERZEKERING - LANDVERZEKERING Vrije woorden: Aansprakelijkheidsverzekering - Benadeelde - Rechten tegen de verzekeraar van de aansprakelijke - Omvang - Eigen recht - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wet 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, inwerkingtreding 1 november 2014 - 04-04-2014 - Art. 150, eerste lid - 23 ELI link Pub nr 2014011239 Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor bouwrecht en onroerend goed [TBO] - 2019, nr. 5, p. 378-

  1. - BUSSCHER, Siegfried; PELGRIMS, Robbe; Noot'De beperking van het eigen recht van de benadeelde tegen de verzekeraar tot de aanspraken op de verzekerde' Tijdschrift voor Belgisch handelsrecht [TBH] - 2019, nr. 9, p. 1070-
  2. - ROGGE, Jean; Noot'Heeft het eigen recht van de benadeelde tegen de aansprakelijkheidsverzekeraar een autonoom karakter, los van de schuldvordering van de benadeelde tegen de aansprakelijke verzekerde?' Tekst van de beslissing Nr. C.18.0444.N PROTECT nv, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Steenweg op Jette 221, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen INMATY nv, met zetel te 9052 Zwijnaarde, Vogelheide 28, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 22 september
  3. Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. FEITEN EN VOORAFGAANDE RECHTSPLEGING De feiten en de voorafgaande rechtspleging kunnen als volgt worden samengevat: - de verweerster heeft als bouwheer een nieuwbouwwoning laten oprichten waarbij de bvba Bouwonderneming LVM is opgetreden als algemene aannemer en de bvba Architectenbureau FVD als architect; - bij een afzonderlijke overeenkomst deed de verweerster een beroep op bvba Blade als tekenbureau, met inbegrip van de stabiliteitsstudie; - bvba Blade liet de stabiliteitsstudie uitvoeren door het studiebureau C. bvba; - na een procedure in kortgeding en deskundigenonderzoek, ging de verweerster over tot dagvaarding van de bvba Blade teneinde vergoeding te verkrijgen van de schade ontstaan aan de nieuwbouwwoning; - bvba Blade dagvaardde het studiebureau C. bvba en diens verzekeraar, de eiseres, in tussenkomst; - het beroepen vonnis oordeelde dat het studiebureau C. bvba aansprakelijk is voor de schade als uitvoerder van de stabiliteitsstudie, samen met het tekenbureau Blade aan wie de verweerster de opdracht had toevertrouwd; - tevens werd geoordeeld dat het studiebureau C. bvba geen rechtstreekse contractpartij is van de verweerster en bijgevolg niet op contractuele basis kan worden aangesproken terwijl evenmin een buitencontractuele fout is aangetoond, en verder dat de verweerster wel beschikt over een eigen recht tegen de verzekeraar van het studiebureau C. bvba en deze laatste dus rechtstreeks kan worden aangesproken door de verweerster; - het hoger beroep van de eiseres tegen het beroepen vonnis werd ongegrond verklaard bij het bestreden arrest. IV. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. Krachtens artikel 150, eerste lid, Wet Verzekeringen 2014 geeft de aansprakelijkheidsverzekering de benadeelde een eigen recht tegen de verzekeraar. Hieruit volgt dat de benadeelde tegen de verzekeraar van de beweerd aansprakelijke niet meer noch andere rechten kan doen gelden dan die welke hij tegen de aansprakelijke zelf kan laten gelden. De benadeelde heeft bijgevolg in de regel slechts een eigen recht tegen de verzekeraar wanneer de verzekerde aansprakelijk is voor de door de benadeelde geleden schade en in de mate van deze aansprakelijkheid, en de benadeelde hiervoor over een opeisbare schuldvordering tegen de verzekerde beschikt.
  5. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de eiseres de aansprakelijkheidsverzekeraar is van het studiebureau C. bvba; - dit studiebureau onderaannemer is van de verweerster waardoor deze laatste geen rechtstreeks vorderingsrecht heeft tegen het studiebureau; - de aansprakelijkheid van het studiebureau C. bvba voor de schade veroorzaakt aan de verweerster vaststaat; - de verweerster de enige benadeelde is voor de door het studiebureau C. bvba als onderaannemer berokkende schade.
  6. De appelrechter die oordeelt dat de verweerster geen opeisbare schuldvordering heeft tegen het studiebureau C. bvba, verzekerde van de eiseres, en de rechtstreekse vordering van de verweerster tegen de eiseres gegrond verklaart omdat de aansprakelijkheid van het studiebureau voor de door haar aan de verweerster veroorzaakte schade vaststaat, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de rechtstreekse vordering van de verweerster tegen de eiseres en de hieraan verbonden kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 15 februari 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190215.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.