id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190218.1 Rolnummer: C.18.0325.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-03-21 Raadplegingen: 673 - laatst gezien 2026-06-29 09:54 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het opleggen door de overheid aan de scheepsleiding van de in artikel 17, § 1, van het koninklijk besluit van 23 september 1992 houdende politiereglement van de Beneden-Zeeschelde, in zijn toepasselijke versie, bedoelde maatregelen is niet aan enige formaliteit onderworpen en kan ook mondeling gebeuren; het bewijs hiervan kan geleverd worden door alle middelen rechtens. Thesaurus CAS: SCHIP. SCHEEPVAART Vrije woorden: Scheepvaartreglement Beneden-Zeeschelde - Met politie belaste overheid - Bevoegdheden - Opgelegde maatregel - Formaliteiten - Gevolg Fiche 2 Het bestaan van een contractuele, wettelijke of reglementaire verplichting sluit niet uit dat schade in de zin van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek ontstaat, tenzij wanneer, blijkens de inhoud of de strekking van de overeenkomst, de wet of het reglement, de te verrichten uitgave of prestatie definitief voor rekening moet blijven van degene die zich ertoe heeft verbonden of die ze ingevolge de wet of het reglement moet verrichten
(1).
(1)Cass. 27 november 2007, AR P.07.1181.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071127.7, AC 2007, nr. 586; Cass. 19 februari 2001, AR C.99.0014.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010219.6, AC 2001, nr. 97; Cass. 20 februari 2001, AR P.98.1629.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010220.3, AC 2001, nr.
- Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Algemeen Vrije woorden: Schadeverhinderend karakter van een contractuele, wettelijk of reglementaire verplichting - Criterium Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0325.N POSTOILS bv, vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te 3195 KS Per-nis Rotterdam (Nederland), Tarwezand 2, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de per-soon van de Vlaamse Minister van Mobiliteit en Openbare Werken, met zetel te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20, bus 1, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woon-plaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 5 maart
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 23 november 2018 ver-wezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 17, § 1, van het koninklijk besluit van 23 september 1992 houdende politiereglement van de Beneden-Zeeschelde, in zijn toepasselijke ver-sie, zijn de met de politie te water belaste overheid van de federale politie of het plaatselijke daarvoor aangewezen personeelslid dat belast is met de scheepvaart-controle voor de binnenvaart en de beheerder, gemachtigd de maatregelen die zij nodig achten voor te schrijven of aan eigenaars, exploitanten, kapiteins of schip-pers op te leggen, wanneer onder meer een schip dreigt te zinken (4°) en in het algemeen, telkens als het nodig is om de vrijheid en de veiligheid van de scheep-vaart te verzekeren (7°). Krachtens de tweede paragraaf van deze bepaling moe-ten de eigenaars, exploitanten, kapiteins of schippers de in § 1 vermelde maatre-gelen onmiddellijk opvolgen, bij gebreke waarvan deze ambtshalve en op hun kosten en risico worden uitgevoerd. Het opleggen door de overheid aan de scheepsleiding van de in deze bepaling bedoelde maatregelen is niet aan enige formaliteit onderworpen en kan ook mondeling gebeuren. Het bewijs hiervan kan geleverd worden door alle middelen rechtens.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat het tankbinnenschip CA-LENDULA 12, eigendom van de eiseres, geladen met 1.795 ton pyrolyse olie in de ochtend van 24 januari 2011 slagzij heeft gemaakt bij het naderen van de los-plaats in de Antwerpse haven en dat dit te wijten was aan de fout van de scheeps-leiding.
- Met betrekking tot de gebeurtenissen nadat de problemen van het schip werden vastgesteld, stellen de appelrechters vast dat: - de scheepspolitie om 7u43 ter plaatse kwam en de hulpdiensten werden ge-mobiliseerd; - om 8u30 een coördinatievergadering plaatsvond met de bevoegde diensten en dat uit het verslag van de verbalisanten blijkt dat "de kapitein twijfelt of het noodzakelijk is dat URS moet optreden voor de berging en het een hele tijd [duurt] alvorens hij kan worden overtuigd dat er dringende hulp zal moeten geboden worden. Indien er niet zou worden overgegaan tot berging, het haast zeker [was] dat het schip zou zinken"; - de deskundige verklaart dat de kapitein slechts zijn toestemming wilde geven voor één sleepboot en "het sluiten van de overeenkomst met de bergingsfirma URS door de schipper, waartoe hij reeds had moeten overtuigd worden, geenszins voldoende was gelet op het dreigend gevaar van het zinken"; - dat om 8u30 het oliesbestrijdingvaartuig CAP JOY werd opgeroepen en ter beschikking werd gehouden tot 15u45 nadat het gevaar geweken was; - op het ogenblik dat "het schip een tweede slagzij [maakte] naar bakboord, slagzij die nog meer verdergaand was dan de eerste, waardoor het schip wa-ter maakte" ook de vlotkraan BRABO werd opgeroepen, doch dit laatste vaar-tuig tijdens de vaart werd afbesteld zodra de situatie onder controle was. Op grond van deze vaststellingen oordelen de appelrechters wettig dat de door de overheid bevolen maatregelen voldoen aan artikel 17, § 1, van het koninklijk be-sluit van 23 september
- In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Het bestaan van een contractuele, wettelijke of reglementaire verplichting sluit niet uit dat schade in de zin van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wet-boek ontstaat, tenzij wanneer, blijkens de inhoud of de strekking van de overeen-komst, de wet of het reglement, de te verrichten uitgave of prestatie definitief voor rekening moet blijven van degene die zich ertoe heeft verbonden of die ze ingevolge de wet of het reglement moet verrichten.
- Uit artikel 17 van het koninklijk besluit van 23 september 1992 volgt dat de kosten voor het ambtshalve uitvoeren van de in die bepaling bedoelde maat-regelen niet definitief ten laste blijven van het Vlaams Gewest en het Gewest de-ze kosten kan verhalen op de aansprakelijke.
- Door te oordelen dat de kosten voor het inzetten van het oliesbestrijding-vaartuig CAP JOY en de vlotkraan BRABO niet definitief ten laste dienen te blijven van het Vlaams Gewest en deze kunnen verhaald worden op de eiseres, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 641,95 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 18 februari 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190218.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230403.3N.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010219.6 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010220.3 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071127.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div