id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190218.4 Rolnummer: C.18.0400.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2019-03-21 Raadplegingen: 721 - laatst gezien 2026-06-28 06:08 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 1 van het Verdrag van 28 september 1954 betreffende de Status van Staatlozen, bepaalt dat voor de toepassing van dit verdrag als "staatloze" geldt een persoon die door geen enkele Staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd; krachtens het internationaal recht zoals dit onder meer is neergelegd in artikel 1 van het Verdrag van Montevideo (Montevideo Convention on the Rights and Duties of States) van 26 december 1933, is er sprake van een Staat wanneer de volgende elementen aanwezig zijn: een bevolking, een welbepaald grondgebied en een regering die daadwerkelijk en effectief gezag uitoefent en de bekwaamheid heeft betrekkingen met andere Staten te onderhouden; de totstandkoming van een Staat is, in beginsel, niet afhankelijk van zijn erkenning door andere Staten. Thesaurus CAS: NATIONALITEIT Vrije woorden: Staatloze - Staat - Bestaansvoorwaarden - Gevolg Thesaurus CAS: STAAT Vrije woorden: Bestaansvoorwaarden - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0400.N A.N.H., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat, 3, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 31 mei
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 27 december 2018 verwe-zen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Artikel 1 van het Verdrag van 28 september 1954 betreffende de Status van Staatlozen, bepaalt dat voor de toepassing van dit verdrag als "staatloze" geldt een persoon die door geen enkele Staat, krachtens diens wetgeving, als onder-daan wordt beschouwd.
- Krachtens het internationaal recht zoals dit onder meer is neergelegd in ar-tikel 1 van het Verdrag van Montevideo (Montevideo Convention on the Rights and Duties of States) van 26 december 1933, is er sprake van een Staat wanneer de volgende elementen aanwezig zijn: een bevolking, een welbepaald grondge-bied en een regering die daadwerkelijk en effectief gezag uitoefent en de be-kwaamheid heeft betrekkingen met andere Staten te onderhouden. De totstand-koming van een Staat is, in beginsel, niet afhankelijk van zijn erkenning door andere Staten.
- Het middel dat geheel ervan uitgaat dat de appelrechters de eiser ten on-rechte als Palestijns staatsburger beschouwen omdat Palestina niet als een Staat is aan te zien wegens "gebrek aan erkenning door de internationale gemeen-schap" kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 375 euro in debet. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 18 februari 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190218.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211119.1F.13 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211119.1F.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div