id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190222.3 Rolnummer: F.17.0072.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2019-03-13 Raadplegingen: 678 - laatst gezien 2026-06-29 10:28 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190222.3 Fiche De gelden die een werknemer zich op onrechtmatige wijze toe-eigent ten nadele van zijn werkgever kunnen belastbaar zijn als baten op grond van artikel 27 WIB92 wanneer aan die verduistering een geheel van verrichtingen ten grondslag ligt die voldoende talrijk en onderling verbonden zijn om een gewone en voortgezette bezigheid op te leveren
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Baten uit vrije beroepen en uit winstgevende bezigheden Vrije woorden: Winstgevende bezigheid - Verduisterde gelden - Belastbaarheid - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 27 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.17.0072.N
- L.V.,
- FRIESLANDCAMPINA PROFESSIONAL GmbH, met zetel te 50379 Keulen (Duitsland), Geldernstrasse 46, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiseressen woon-plaats kiezen, tegen
- BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, voor wie optreedt de directeur van de Stafdienst Logistiek, met kantoor te 1030 Schaarbeek, North Galaxy, Toren B, 2de verdieping, Koning Albert II-laan 33, bus 971, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest,
- R.V., in bindend- en gemeenverklaring van het tussen te komen arrest opgeroepen par-tij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 18 oktober
- Advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen heeft op 17 december 2018 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 27, eerste lid, WIB92 zijn baten alle inkomsten uit een vrij beroep, een ambt of post en alle niet als winst of als bezoldigingen aan te merken inkomsten uit een winstgevende bezigheid. Aan de personenbelasting zijn aldus, als bedrijfsinkomsten, onderworpen de ba-ten, onder welke benaming ook, van elke winstgevende bezigheid, dit wil zeggen van een geheel van verrichtingen die zich vaak genoeg voordoen en met elkaar verbonden zijn om een gewone en voortgezette bezigheid op te leveren en die niet bestaan in het normaal beheer van een privé vermogen.
- De gelden die een werknemer zich op onrechtmatige wijze toe-eigent ten nadele van zijn werkgever kunnen belastbaar zijn als baten op grond van artikel 27 WIB92 wanneer aan die verduistering een geheel van verrichtingen ten grond-slag ligt die voldoende talrijk en onderling verbonden zijn om een gewone en voortgezette bezigheid op te leveren. De omstandigheid dat de verduistering slechts kan plaatsvinden omwille van de uitoefening van de dienstbetrekking waarvoor de werknemer was aangeworven, sluit de belastbaarheid van de ver-duisterde gelden als baten van een winstgevende bezigheid niet uit. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. (...) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseressen tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 3.409,28 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, en de raadsheren Koen Mestdagh, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 22 februari 2019 uitgesproken door sec-tievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190222.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190222.3 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210129.1N.17 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220923.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div