← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190301.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190301.1 Rolnummer: C.16.0430.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-03-21 Raadplegingen: 678 - laatst gezien 2026-06-29 10:43 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190301.1 Fiche 1 Een akte van rechtspleging wordt geacht in de taal van de rechtspleging te zijn gesteld wanneer alle vermeldingen vereist voor de regelmatigheid van de akte in die taal zijn gesteld; een anderstalige passage in een conclusie die louter verduidelijkend of illustratief is, vormt geen wezenlijk onderdeel van de argumentatie en schendt de Taalwet niet

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In hoger beroep - Burgerlijke zaken Vrije woorden: Akte van rechtspleging - Taal van de rechtspleging - Anderstalige passage in een conclusie - Voorwaarden - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet - 15-06-1935 - Art. 24 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Fiche 2 Krachtens artikel 31 Gerechtelijk Wetboek is het geschil enkel onsplitsbaar in de zin van dit artikel, wanneer de gezamenlijke tenuitvoerlegging van de onderscheiden beslissingen waartoe het aanleiding geeft, materieel onmogelijk zou zijn
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ONSPLITSBAARHEID (GESCHIL) Vrije woorden: Voorwaarden - Begrip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 31 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.16.0430.N WELTEC BIOPOWER GmbH, vennootschap naar Duits recht, met zetel te 49377 Vechta (Duitsland), Zum Langen Berg 2, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  1. NPG BIO I bvba, met zetel te 3770 Riemst, Tongersesteenweg 99, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woon-plaats kiest,
  2. SPINDOR 1973 nv, met zetel te 3990 Peer, Kaulillerweg 119,
  3. TRIPLE S nv, met zetel te 3990 Peer, Kaulillerweg 119, verweersters, minstens in gemeenverklaring opgeroepen partijen, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar zij woonplaats kie-zen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Ant-werpen van 23 september 2015 en 25 november
  4. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 4 januari 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee midde-len aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Grond van niet-ontvankelijkheid
  5. De tweede en derde verweersters voeren een grond van niet-ontvankelijkheid aan: de eiseres heeft geen belang bij haar middel dat de nietig-heid van haar conclusie bekritiseert omdat de appelrechter haar hoger beroep vervolgens in zijn eindarrest niet toelaatbaar heeft verklaard.
  6. Het belang van een middel wordt op zich beoordeeld, afhankelijk van de mogelijkheid tot vernietiging, en niet op grond van de beoordeling van een mid-del tegen een navolgend arrest. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Tweede onderdeel
  7. Overeenkomstig artikel 24 Wet Taalgebruik gerechtszaken, waarvan de bepalingen, krachtens artikel 40, eerste lid, van dezelfde wet, zijn voorgeschre-ven op straffe van nietigheid die van ambtswege door de rechter wordt uitgesp-roken, wordt voor al de rechtscolleges in hoger beroep, voor de rechtspleging de taal gebruikt waarin de bestreden beslissing is gesteld.
  8. Een akte van rechtspleging wordt geacht in de taal van de rechtspleging te zijn gesteld wanneer alle vermeldingen vereist voor de regelmatigheid van de akte in die taal zijn gesteld. Een anderstalige passage in een conclusie die louter verduidelijkend of illustra-tief is, vormt geen wezenlijk onderdeel van de argumentatie en schendt de Taal-wet niet.
  9. De appelrechter die oordeelt dat de conclusie van de eiseres "talrijke woorden, uitdrukkingen, zinsdelen respectievelijk zelfs volledige zinnen in het Engels, Duits en Frans bevat, zonder opgave van enige vertaling of toelichting van de betekenis van die anderstalige vermeldingen in de taal van de rechtsple-ging" en hierop de nietigheid van de conclusie en van de inventaris steunt, zon-der vast te stellen dat deze elementen daadwerkelijke een wezenlijk onderdeel van de argumentatie vormen en geen louter verduidelijkende of illustratieve toe-voegingen zijn, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Tweede middel Tweede onderdeel Grond van niet-ontvankelijkheid
  10. De eerste verweerster werpt een grond van niet-ontvankelijkheid van het middel op omdat het door de eiseres aangevoerde artikel 31 Gerechtelijk Wet-boek niet volstaat om tot cassatie te leiden en artikel 1057 Gerechtelijk Wetboek geen verband houdt met de aangevoerde grief over de onsplitsbaarheid.
  11. De grieven maken gewag van de schending van artikel 31 en 1053 Gerech-telijk Wetboek en volstaan. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
  12. Krachtens artikel 31 Gerechtelijk Wetboek is het geschil enkel onsplitsbaar in de zin van dit artikel, wanneer de gezamenlijke tenuitvoerlegging van de on-derscheiden beslissingen waartoe het aanleiding geeft, materieel onmogelijk zou zijn.
  13. Uit de beschikking van 3 juni 2015 blijkt de vrijwillige tussenkomst van tweede en derde verweersters en de beslissing dat van de eiseres "kan worden verwacht dat zij thans onverwijld een aanvang neemt met de heropbouw van de installatie. [...] Een verder uitstel in de uitvoering van deze overeenkomst kan redelijkerwijze niet langer worden getolereerd". De beschikking stelt verder vast dat "alle partijen het er immers over eens [zijn] dat enkel [de eiseres] haar in-stallatie kan heropbouwen." De beslissing waarbij de door de tweede en derde verweersters tegen de eiseres gerichte vordering tot herstelling en oplevering van de biogasinstallatie wordt ingewilligd en de beslissing waarbij, ingevolge het enkel tegen de eerste ver-weerster gericht hoger beroep, de vordering van de eerste verweerster tot herstel-ling en oplevering van de biogasinstallatie wordt afgewezen, leidt tot een toe-stand waarbij enkel de tweede en derde verweersters de eiseres tot uitvoering en oplevering van de werken kunnen dwingen, maar niet tot een toestand waarbij de gezamenlijke tenuitvoerlegging van deze beslissingen materieel onmogelijk zou zijn.
  14. De appelrechter die besluit tot de materiële onmogelijkheid van de geza-menlijke tenuitvoerlegging van dergelijke uitspraken verantwoordt zijn beslis-sing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden arresten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 1 maart 2019 uitgesproken door sectie-voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190301.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190301.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.