← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190304.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190304.1 Rolnummer: C.15.0035.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-04-05 Raadplegingen: 772 - laatst gezien 2026-06-29 06:55 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190304.1 Fiches 1 - 2 Krachtens de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek is degene die door zijn schuld aan een ander schade berokkent, verplicht deze integraal te vergoeden, wat impliceert dat de benadeelde teruggeplaatst wordt in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden indien de daad waarover hij zich beklaagt, niet was gesteld

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - OORZAAK - Middellijke of onmiddellijke oorzaak Vrije woorden: Getroffene - Reeds bestaande toestand - Gevolg Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Algemeen Vrije woorden: Schade - Oorzakelijk verband - Volledige vergoeding - Getroffene - Reeds bestaande toestand - Invloed Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor gezondheidsrecht [T.Gez.] - D’HONDT, Lies; Noot 'Verergering van de vooraf bestaande toestand, datum inwerkingtreding Wet Patiëntrechten en definitieve (?) afwijzing “onvoorbereidheidsschade”" - 2019-2020, nr. 5, p. 329-
  1. Tijdschrift voor gezondheidsrecht [T.Gez.] - D’HONDT, Lies; Noot 'Verergering van de vooraf bestaande toestand, datum inwerkingtreding Wet Patiëntrechten en definitieve (?) afwijzing “onvoorbereidheidsschade”' - 2019-2020, nr. 5, p. 329-
  2. Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.15.0035.N
  3. N.M.,
  4. C.V., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist en mr. Beatrix Vanlerberghe, advoca-ten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
  5. P.V.B.,
  6. HET ZIEKENHUISNETWERK ANTWERPEN ZINA vzw, met zetel te 2060 Antwerpen, Lange Beeldekensstraat 267, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Joseph Stevensstraat 7, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 26 mei
  7. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 28 januari 2019 verwezen naar de derde kamer. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 25 januari 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, zes middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  8. Krachtens de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek is degene die door zijn schuld aan een ander schade berokkent, verplicht deze integraal te ver-goeden, wat impliceert dat de benadeelde teruggeplaatst wordt in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden indien de daad waarover hij zich beklaagt, niet was gesteld.
  9. De appelrechters stellen aan de hand van het deskundigenverslag vast dat de eiseres ingevolge de ingreep die zij op 24 juni 2004 onderging, 30 pct. blij-vende invaliditeit heeft opgelopen, waarvan 15 pct. te wijten is aan een verwik-keling tijdens de operatie en 15 pct. aan een nalatigheid van de verweerder bij de opvolging van die verwikkeling. Zij oordelen niet-bekritiseerd dat de verwikkeling door de verweerder niet kon worden vermeden, de complicatieschade van 15 pct. blijvende invaliditeit zich alleszins zou hebben voorgedaan, ook bij een correct handelen van de verweerder zoals een normaal en voorzichtig arts, en de onzorgvuldigheid van de verweerder niet in oorzakelijk verband staat met de complicatieschade.
  10. De appelrechters die met die redenen vaststellen dat ook indien de ver-weerder de hem toerekenbare fout niet had begaan, de eiseres 15 pct. blijvende invaliditeit zou hebben, oordelen wettig dat de verweerder niet moet instaan voor de schade veroorzaakt door de 15 pct. blijvende invaliditeit die het gevolg is van de verwikkeling, maar slechts moet instaan voor de schade veroorzaakt door de bijkomende 15 pct. blijvende invaliditeit die het gevolg is van zijn nalatigheid bij de opvolging van de verwikkeling. Zij verwerpen en beantwoorden hiermee het andersluidende verweer van de eisers. Het middel kan niet worden aangenomen. (...) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de aansprake-lijkheid van de verweerster voor de door de verweerder begane fout en over de gevorderde vergoeding voor kosten van kinesitherapie en in zoverre het oordeelt over de kosten. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Antoine Lievens en Bart Wylleman, en in open-bare rechtszitting van 4 maart 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bij-stand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190304.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190304.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.