id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190304.2 Rolnummer: C.18.0397.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-04-24 Raadplegingen: 389 - laatst gezien 2026-06-29 00:35 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190304.2 Fiche Krachtens artikel 1079 Gerechtelijk Wetboek wordt het cassatieberoep ingesteld door op de griffie van het Hof van Cassatie een verzoekschrift in te dienen dat in voorkomend geval vooraf wordt betekend aan de partij tegen wie het cassatieberoep is gericht; uit deze bepaling volgt dat het gaat om een procedurele vereiste zonder dewelke geen tegensprekelijke cassatieprocedure wordt ingeleid; de verplichting raakt de openbare orde en beoogt een goede rechtsbedeling en vlotte afhandeling van het buitengewoon rechtsmiddel; anders dan waarvan de eiseres uitgaat, betreft dergelijke procedurele voorwaarde van de betekening voorafgaand aan de neerlegging van het cassatieberoep in tegensprekelijke zaken, de ontvankelijkheid van dit buitengewoon rechtsmiddel en dient het te worden onderscheiden van de formaliteiten die louter het bewijs van de betekening of de vermelding van de betekeningsakte zelf betreffen en die op straffe van nietigheid zijn voorgeschreven en waarop de nietigheidsleer van artikel 860 en volgende Gerechtelijk Wetboek van toepassing is
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Vormen - Vorm en termijn van betekening en-of neerlegging Vrije woorden: Cassatieverzoekschrift - Indiening ter griffie - Voorafgaande betekening - Niet-naleving - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0397.N N.E., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest, die optreedt op vordering en naar concept, tegen
- ING BELGIË nv, met zetel te 1000 Brussel, Marnixlaan 24, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Regentschapsstraat 4, waar de verweerster woon-plaats kiest,
- L.D., gedinghervattende partij benoemd ter vervanging van erenotaris P.P. verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 12 december
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 6 december 2018 verwe-zen naar de derde kamer. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 31 januari 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee midde-len aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Bij schriftelijke conclusie die aan de partijen werd ter kennis gegeven, voert het openbaar ministerie een middel van niet-ontvankelijkheid van het cas-satieberoep aan: het verzoekschrift werd in strijd met artikel 1079, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek niet voorafgaand aan de neerlegging ter griffie aan de verweerster betekend.
- Krachtens artikel 1079 Gerechtelijk Wetboek wordt het cassatieberoep in-gesteld door op de griffie van het Hof van Cassatie een verzoekschrift in te die-nen dat in voorkomen geval vooraf wordt betekend aan de partij tegen wie het cassatieberoep is gericht. Uit deze bepaling volgt dat het gaat om een procedurele vereiste zonder dewelke geen tegensprekelijke cassatieprocedure wordt ingeleid. De verplichting raakt de openbare orde en beoogt een goede rechtsbedeling en vlotte afhandeling van het buitengewoon rechtsmiddel. Anders dan waarvan de eiseres uitgaat, betreft dergelijke procedurele voorwaar-de van de betekening voorafgaand aan de neerlegging van het cassatieberoep in tegensprekelijke zaken, de ontvankelijkheid van dit buitengewoon rechtsmiddel en dient het te worden onderscheiden van de formaliteiten die louter het bewijs van de betekening of de vermelding van de betekeningsakte zelf betreffen en die op straffe van nietigheid zijn voorgeschreven en waarop de nietigheidsleer van artikel 860 en volgende Gerechtelijk Wetboek van toepassing is.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - het bestreden arrest betekend werd op 25 mei 2018; - de door artikel 1073, eerste lid, bepaalde termijn derhalve verviel op 27 au-gustus 2018, gezien 25 augustus een zaterdag was; - het verzoekschrift in cassatie op 27 augustus 2018 ter griffie werd neergelegd, zonder bijgevoegde akte van betekening; - de betekening pas op 28 augustus 2018, hetzij na de neerleging van het ver-zoekschrift is gebeurd.
- Het cassatieberoep dat niet voorafgaand van de neerlegging werd betekend, is niet-ontvankelijk. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 1.167,72 euro en voor de eerste verweerster op 330,10 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en raadsheer Koen Mestdagh, en in openbare rechtszitting van 4 maart 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezig-heid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Vanes-sa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190304.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190304.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div