id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190308.11 Rolnummer: C.17.0072.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2020-03-09 Raadplegingen: 688 - laatst gezien 2026-06-29 08:55 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit de artikelen 17, 18 en 1042 Gerechtelijk Wetboek volgt dat de eisende partij in hoger beroep zowel moet voldoen aan de algemene toelaatbaarheidsvereisten als aan de specifieke toelaatbaarheidsvereisten van het betrokken rechtsmiddel. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Vrije woorden: Eisende partij in hoger beroep - Toelaatbaarheid - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 17, 18 en 1042 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Aanwenden van een rechtsmiddel - Hoger beroep - Eisende partij - Toelaatbaarheid - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 17, 18 en 1042 Fiche 3 Het vereiste belang om hoger beroep in te stellen is voorhanden voor de eiser in hoger beroep wiens vordering in eerste aanleg geheel of gedeeltelijk werd afgewezen of die in eerste aanleg werd veroordeeld, maar het belang om hoger beroep in te stellen kan evenwel ook worden beoordeeld op basis van het risico dat de wijziging van het beroepen vonnis ingevolge het hoger beroep van een andere partij inhoudt voor degene die hoger beroep instelt
(1).
(1)Zie met betrekking tot het incidenteel hoger beroep Cass. 3 april 2009, AR C.07.0496.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090403.4, AC 2009, nr. 238; Cass. 15 september 1997, AR S.96.0103.F ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970915.5, AC 1997, nr.
- Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Algemeen Vrije woorden: Instellen van hoger beroep - Vereiste belang - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 17, 18 en 1042 Tekst van de beslissing Nr. C.17.0072.N
- T.V.
- L.C. eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- GEMEENTE NIJLEN, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen, met kantoor te 2560 Nijlen, Kerkstraat 4,
- J.B.
- C.G.
- VEVACON bvba, met zetel te 2560 Nijlen, Nonnenstraat 64, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Mechelen, van 8 november
- Sectievoorzitter Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 17 en 18 Gerechtelijk Wetboek kan de rechtsvordering niet worden toegelaten, indien de eiser geen hoedanigheid en geen belang heeft om ze in te dienen. Deze bepalingen zijn krachtens artikel 1042 Gerechtelijk Wetboek ook van toepassing in hoger beroep.
- Uit deze bepalingen volgt dat de eisende partij in hoger beroep zowel moet voldoen aan de algemene toelaatbaarheidsvereisten als aan de specifieke toelaatbaarheidsvereisten van het betrokken rechtsmiddel. Het vereiste belang om hoger beroep in te stellen is voorhanden voor de eiser in hoger beroep wiens vordering in eerste aanleg geheel of gedeeltelijk werd afgewezen of die in deze aanleg werd veroordeeld. Het belang om hoger beroep in te stellen kan evenwel ook worden beoordeeld op basis van het risico dat de wijziging van het beroepen vonnis ingevolge het hoger beroep van een andere partij inhoudt voor degene die hoger beroep instelt.
- De appelrechters stellen vast dat: - de eerste verweerster, de gemeente, de eisers heeft gedagvaard en dat zij op hun beurt de tweede, derde en vierde verweerders in gedwongen tussenkomst en vrijwaring hebben gedagvaard; - het beroepen vonnis de hoofdvordering ongegrond verklaarde en hierdoor ook de vordering in vrijwaring; - een eerste hoger beroep werd ingesteld door de eerste verweerster strekkende tot hervorming van het beroepen vonnis en veroordeling van de eisers; - een tweede hoger beroep werd ingesteld door de eisers in hoofdorde strekkend tot bevestiging van het beroepen vonnis en ondergeschikt "in de mate de rechtbank de vordering van de [eerste verweerder] toch ontvankelijk en gegrond zou verklaren" de oorspronkelijke tussenvorderingen ten aanzien van de tweede tot vierde verweerder in te willigen. Zij oordelen dat om op ontvankelijke wijze hoger beroep in te stellen de partij door het beroepen vonnis moet zijn gegriefd, dat dit niet het geval is voor de eisers aangezien zij de bevestiging van het eerste vonnis vragen en verklaren het hoger beroep van de eisers niet ontvankelijk.
- Door aldus aan de eisers het belang te ontzeggen om op hun beurt hoger beroep in te stellen teneinde hun vrijwaringsvorderingen te hernemen, terwijl dit belang beoordeeld dient te worden in functie van het risico op hervorming van de beroepen beslissing, verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigd vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en de raadsheren Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 8 maart 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190308.11 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240229.1N.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970915.5 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090403.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div