id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190308.3 Rolnummer: C.16.0506.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Handelsrecht Invoerdatum: 2019-03-26 Raadplegingen: 822 - laatst gezien 2026-06-29 10:51 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190308.3 Fiches 1 - 3 Waar hoger beroep slechts kan worden ingesteld tegen een partij die in de procedure in eerste aanleg, hetzij in persoon, hetzij vertegenwoordigd, tegen de appellant is opgetreden en niet kan worden gericht tegen iemand die geen partij was in eerste aanleg, verhindert dit, noch artikel 1053 Gerechtelijk Wetboek, dat naast de onsplitsbaarheid, de aard zelf van de procedure of de rol van de gerechtelijke mandataris die in de loop van de procedure wordt aangesteld, in beginsel vereist dat deze mandataris noodzakelijk in de procedure moet worden betrokken om hem te horen en de verdere procesgang aan hem tegenstelbaar te maken, wat met name het geval is wanneer de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder wordt betwist en met een rechtsmiddel beoogd wordt het bestuur van een maatschap te herstellen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Vrije woorden: Gerechtelijk mandataris - Voorlopig bewindvoerder - Betwisting over de aanstelling - Geding in hoger beroep - Noodzakelijk betrokken partij in hoger beroep - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 616 en 1053 Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - VENNOOTSCHAPPEN ZONDER RECHTSPERSOONLIJKHEID Vrije woorden: Maatschap - Gerechtelijk mandataris - Voorlopig bewindvoerder - Betwisting over de aanstelling - Geding in hoger beroep - Noodzakelijk betrokken partij in hoger beroep - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 616 en 1053 Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - BURGERLIJKE ZAKEN Vrije woorden: Maatschap - Gerechtelijk mandataris - Voorlopig bewindvoerder - Betwisting over de aanstelling - Geding in hoger beroep - Noodzakelijk betrokken partij in hoger beroep - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 616 en 1053 Fiche 4 De voorlopige bewindvoerder over een maatschap zonder rechtspersoonlijkheid heeft niet de hoedanigheid van orgaan van die maatschap en geldt evenmin als vertegenwoordiger van de maten en dient afzonderlijk in de procedure die zijn aanstelling betwist te worden betrokken
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - VENNOOTSCHAPPEN ZONDER RECHTSPERSOONLIJKHEID Vrije woorden: Maatschap - Voorlopige bewindvoerder - Hoedanigheid - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Vennootschappen - 07-05-1999 - Art. 2 - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.16.0506.N
- E.M.,
- M.T., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- K.M., e.a. verweerders, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerders woon-plaats kiezen, mede in zake
- K.M.
- K.M. tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep Gent van 17 oktober
- Advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 24 januari 2019 een schriftelijke conclu-sie neergelegd. Sectievoorzitter Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- De appelrechters nemen aan dat de voorlopig bewindvoerder die bij een rechterlijke uitspraak wordt aangesteld geen partij is in de voorafgaande proce-dure in eerste aanleg en dus geen procespartij in de strikte zin van het begrip, maar niettemin een belanghebbende is die noodzakelijk bij de behandeling van het rechtsmiddel waarin deze aanstelling wordt betwist moet worden betrokken en aldus een bij de verdere afhandeling te betrekken "noodzakelijke [of belang-hebbende]" partij uitmaakt.
- In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de appelrechters de voorlopig bewindvoerder als geïntimeerde of als tussenkomende partij in hoger beroep en dus procespartij in strikte zin beschouwen, berust het op een verkeerde lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
- Hoger beroep kan slechts worden ingesteld tegen een partij die in de pro-cedure in eerste aanleg, hetzij in persoon, hetzij vertegenwoordigd, tegen de ap-pellant is opgetreden. Het kan niet worden gericht tegen iemand die geen partij was in eerste aanleg. Krachtens artikel 1053 Gerechtelijk Wetboek moet het hoger beroep evenwel ge-richt worden tegen alle partijen wier belang in strijd is met dat van de eiser in hoger beroep. Deze moet bovendien de andere niet in beroep komende, niet in beroep gedagvaarde of niet opgeroepen partijen binnen de gewone termijn van hoger beroep en ten laatste voor de sluiting van het debat in de zaak betrekken. Bij niet-inachtneming van de in dit artikel gestelde regels wordt het hoger be-roep niet toegelaten. De beslissing kan worden tegengeworpen aan alle in de zaak betrokken partijen. Deze bepalingen verhinderen niet dat naast de onsplitsbaarheid, de aard zelf van de procedure of de rol van de gerechtelijke mandataris die in de loop van de pro-cedure wordt aangesteld in beginsel vereist dat deze mandataris noodzakelijk in de procedure moet worden betrokken om hem te horen en de verdere procesgang aan hem tegenstelbaar te maken. Dit is met name het geval wanneer de aanstel-ling van een voorlopig bewindvoerder wordt betwist en met een rechtsmiddel beoogd wordt het bestuur van een maatschap te herstellen.
- In zoverre het onderdeel verder van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.
- De overige grieven, inzonderheid deze inzake de toe te passen sanctie bij het niet-betrekken van de voorlopige bewindvoerder in hoger beroep, zijn afge-leid en mitsdien niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- De voorlopige bewindvoerder over een maatschap zonder rechtspersoon-lijkheid heeft niet de hoedanigheid van orgaan van die maatschap en geldt even-min als vertegenwoordiger van de maten en dient afzonderlijk in de procedure die zijn aanstelling betwist te worden betrokken.
- Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de voorlopige bewindvoerder vanaf zijn aanstelling automatisch bij het appelgeding omtrent zijn aanstelling is betrok-ken, kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot bindendverklaring. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 1.454,55 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en de raadsheren Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 8 maart 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190308.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190308.3 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200528.1N.18 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250110.1N.2 ECLI:BE:ORGNT:2025:ORD.20251014.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div